SIMONE VAN OLST
  • Home
  • Beelden
    • Beelden 1
    • Beelden 2
    • Beelden 3
    • Exposities
    • Werk in opdracht
  • Workshops
    • Bedrijfsworkshop
    • Studenten
    • Lezingen met workshop >
      • Masterclass: Schets naar Beeld
      • Masterclass: 'Chaos schriftje' methode
      • In de voetsporen van Henry Moore
      • Metamorfose volgens Arp
      • De natuur volgens Barbara Hepworth
      • Revolutie in Vorm
    • Groepsworkshops
    • Thematische verdiepingsworkshops >
      • Masterclass: Botanisch beeldhouwen 5 dgn
      • Masterclass: Anatomische torso 5 dgn
      • Natuurlijke vormen
      • Organische vormen
      • Torso uit ruwe vorm
      • Uit je Bolletje
      • Schaal maken
      • Vogel maken
      • Beeldhouwen tijdens Kerst
    • Wiskundige verdiepingsworkshop >
      • Masterclass: Drieknoop (Lemniscaat)
      • Binnenstebuiten: Dubbele Hol & Bol
      • Dubbele Lemniscaat
      • Modulelessen: Verdieping
      • Möbiusband één draai
      • Möbiusband vier draai
      • Open Olöide
    • Boek jouw creatieve zaterdag
  • Cursussen
    • Informatie cursussen >
      • Kies jouw strippenkaart!
      • Boek jouw proefles!
    • Ontdek Alex & Simone Unlimited
    • Mastermind: Masters in Steen
    • Winteracademie
    • Zomeracademie
  • Agenda
  • Blogs
  • Boeken
    • Natuur beeldhouwen in steen
    • De kunst van anatomisch beeldhouwen
    • Ontdek: Schets naar Beeld
  • Webshop
    • Cadeaubon
  • Contact
    • Projecten >
      • Publicaties
    • Inspiratienieuws
    • Over ons >
      • Openingstijden
      • Vakantieschema
      • Vacatures
      • ​Beeldhouwwerk voor film, TV en producties
      • Groendecorateurs
    • Veel gestelde vragen
    • Winkel, materialen & service
    • Algemene voorwaarden >
      • Privacyverklaring
      • Cookieverklaring

Als de wereld kantelt, spreekt de materie: een voorproefje voor de Kunstroute Leiden 2026

13/8/2026

0 Opmerkingen

 
Soms schieten woorden hopeloos tekort. Er zijn van die momenten in het leven waarop verhalen, logica of taal de lading simpelweg niet meer kunnen dekken. Wanneer het leven een onverwachte wending neemt, valt de behoefte om alles uit te leggen weg en ontstaat er ruimte voor iets anders. Dan moet je de materie het woord laten doen.

Tijdens de Kunstroute Leiden op zaterdag 26 en zondag 27 september 2026 is dat precies wat er gebeurt in Beeldhouwatelier Simone van Olst. Vergeet de traditionele, fluisterstille galerie waar je alleen op een eerbiedige afstand mag kijken en voorzichtig op je tenen moet lopen. Dit najaar stap je binnen in een zintuiglijk krachtenveld waarin de elementen de absolute hoofdrol spelen. Het is een expositie waarin vallen en opstaan, ratio en intuïtie op steengoede en ongepolijste wijze met elkaar versmelten.
beeld wit prikkeldraad rond
Versteend: de stilte en de storm van transformatie
Het leven laat zich niet altijd in strakke lijnen of overzichtelijke schema's regisseren. Dat ondervond Simone van Olst aan den lijve toen haar lichaam plotseling de strijd aanging. Haar indringende
Transformatie-serie is het tastbare, rauwe resultaat van die hevige storm.

Waar een onzichtbare ziekte haar de adem benam en langzaam isoleerde van de snel bewegende buitenwereld, gaven haar handen vorm aan de innerlijke chaos. Wanneer de fysieke kracht wegvalt en de vertrouwde zekerheden afbrokkelen, ontstaat er onder de oppervlakte een heel ander soort drijfveer: een pure, compromisloze noodzaak om te creëren en de werkelijkheid weer in handen te nemen.

De elementen van het herstel
  • Zwaar. Sculpturen die diep gegrond staan in de werkelijkheid. Ze dragen het volle gewicht van de ervaring met zich mee en schrikken niet terug voor het donker.
  • Vloeibaar. Vormen die bewegen, stromen en de scherpe, rauwe breuken van het menselijk bestaan langzaam weer zacht en doordringbaar maken.
  • Breekbaar. Lijnen en contouren die laten zien hoe een mens na een diepe val langzaam, krakend, maar onstuitbaar weer overeind krabbelt.

​Haar werk toont de ongemakkelijke breuken, maar viert tegelijkertijd de herwonnen balans die daarop volgt. Het is kunst die je dwingt om echt stil te staan, die diep onder de huid kruipt en laat zien dat littekens niet bedekt hoeven te worden, maar juist in het volle licht gezet mogen worden. Een transformatie, een spiegel van herkenning, die bij iedere voorbijganger een diepe, onuitwisbare indruk achterlaat.
De architectuur van de geest: Alex Sluimer
Alex Sluimer gooit het over een heel andere boeg, al varen de twee beeldhouwers op exact hetzelfde artistieke kompas. Waar Simone vertrekt vanuit de directe emotie en de fysieke ervaring van het lichaam, start Alex vanuit de strakke, analytische logica van de menselijke geest.


Alex is een meester-beeldhouwer die met uiterste precisie balanceert op de flinterdunne grens tussen totale controle en de pure, onvoorspelbare chaos van de natuur. Zijn sculpturen, waarin steen, robuust hout en strakke epoxy op ingenieuze wijze samenkomen, dagen je uit om met je neus bovenop de materie te gaan staan.

Pas wanneer je tot op de vierkante millimeter dichtbij komt, ontdek je de subtiele rimpelingen en menselijke twijfels in zijn verder zo strakke systemen. Het is een fascinerend spel waarin de ambachtelijke techniek het ritme bepaalt, maar het gevoel uiteindelijk de leiding overneemt.
beeld omvalling bruin sokkel zwart
beeld zacht glooiend sculptuur donker zwart grijs
Samenkomst: een veilige haven en nieuwe verbindingen
Het atelier is zoveel meer dan enkel een functionele ruimte met gereedschap en steen; het is een thuis, een veilige haven waar breuken worden gelijmd, wonden mogen helen en nieuwe artistieke verbindingen ontstaan. Dat Alex fungeert als het onvoorwaardelijke, rustige anker in Simone’s storm, is direct voelbaar in de natuurlijke harmonie tussen hun werken. Ze versterken en balanceren elkaar op elk vlak: waar de een de rauwe, emotionele expressie zoekt, brengt de ander structuur, helderheid en geometrische rust.
Een frisse, jonge generatie waait door de ruimte
Die creatieve vonk blijft dit jaar niet beperkt tot het vertrouwde duo. De expositie slaat een krachtige brug naar een jonge, veelbelovende generatie kunstenaars die het begrip 'materie' op een heel eigen, eigentijdse wijze herdefiniëren.
  • Marie Veldhuizen. Pakt letterlijk de draad op in het atelier door organische, biologische elementen met uiterste precisie door het harde, onverzettelijke materiaal heen te weven. Nadat ze de afgelopen jaren bij ons heeft leren beeldhouwen, mag ze terugkeren als exposant (na een zeer succesvolle vorige editie!) om haar nieuwe inzichten en technieken betreffende biomaterialen te delen.
  • Fabian van Biene. Vertelt het eerlijke verhaal van nú. Hij pakt onderwerpen aan die ons allemaal raken: van maatschappelijke druk tot herkenbare, rauwe situaties die door de traditionele kunstwereld vaak worden weggestopt. Zijn beelden vormen kunst die afstoot én aantrekt, haaks op traditionele waarden. Zijn werk is een uitnodiging om de elite van hun voetstuk te trekken. Iedereen, arm en rijk, en juist voor de jongere die nog nooit iets met kunst te maken heeft gehad, herkent zichzelf in zijn werken.
  • Imke Kruis. Keert naar binnen met de bezoeker aan de hand. Haar werk op canvas draagt bij aan het accepteren van het niet-lineaire van groei. Zonder tekst, geen Imke, dus uiteraard worden de kleurrijke schilderijen ondersteund door zachte poëzie die de bezoeker laten stilstaan, zoals dat ook zo vaak voelt in het leven. Haar werk is een herinnering om het kleine te waarderen, stil te staan bij het bijna-mooie en ruimte te maken voor het vluchtige.
  • Luka Koppers. Biedt de bezoeker een unieke interpretatie van het de huidige kunstwereld. Door zowel beelden te exposeren uit steen als 3D-geprinte ontwerpen, maakt hij zijn signatuur zowel klassiek als modern. Zijn motto, een zeer accurate beschrijving van hemzelf, schreeuwt door zijn werk: hoe gekker, hoe beter.
  • Emma Fürstenzellerová. Vangt met zachte pastels, inkt en Riso prints dromerige, nostalgische scenario's die direct tot de verbeelding spreken. Haar werk nodigt de kijker uit om even stil te staan en te verdwalen in verhalen vol warmte en verwondering.
  • Doortje Sijm. Weet de aandacht van de bezoeker moeiteloos te trekken met haar verfrissende en prikkelende video-installatie. Door middel van haar werk brengt onze oud-stagiaire de verschillende talenten binnen het atelier samen en creëert ze een inspirerende wisselwerking tussen de makers.​
kunstenaar dames roze haar beeld steen fotografie bezoeker
Bezoek de Kunstroute Leiden 2026
Wil je met eigen ogen ervaren wat er gebeurt als de wereld kantelt en de materie het overneemt? Kom de unieke sfeer proeven, ontmoet de makers achter de sculpturen en laat je verrassen door het samenspel van materialen.
  • ​Datum: Zaterdag 26 en zondag 27 september 2026
  • Locatie: Beeldhouwatelier Simone van Olst
  • Ervaring: Beeldhouwkunst van dichtbij, schilderijen, schetsen, verrassende materiaalstudies, persoonlijke ontmoetingen en een zintuiglijke ontdekkingstocht.

Laat je meeslepen door deze stroom van creativiteit, verwondering en herwonnen evenwicht tijdens dit bijzondere weekend. Kom de stilte horen en de storm voelen. Voel je gezien, gehoord en begrepen bij Beeldhouwatelier Simone van Olst.
0 Opmerkingen

De architectuur van de leegte: licht en lucht in de sculptuur

11/8/2026

0 Opmerkingen

 
Het is een vroege ochtend in het atelier. De zon valt in een scherpe, bijna tastbare baan naar binnen en raakt een stuk albast dat op de bok staat te wachten. In de stilte voor de eerste hamerslag zie ik het gebeuren: het licht raakt niet alleen de buitenkant van de steen, het lijkt te zoeken naar een weg naar binnen. Dit moment, die fractie van een seconde waarin materie en licht elkaar ontmoeten, vormt de kern van mijn persoonlijke zoektocht als beeldhouwer.

​We zijn vaak zo gefocust op de massa, op de kilo’s steen die we verplaatsen, dat we de belangrijkste component van een krachtig beeld over het hoofd zien: de leegte. Vandaag duiken we diep in de filosofie en de techniek van wat ik de 'architectuur van de leegte' noem. Het is een ode aan het doorbreken van de massa om ruimte te maken voor licht, lucht en een nieuwe manier van waarnemen.
De angst voor het gat: het doorbreken van de massa
Wanneer ik lesgeef in het atelier, zie ik het vaak gebeuren bij de eerste stappen van een cursist aan de bok. Er is een bijna instinctieve eerbied voor de gesloten massa van de steen. Iemand hakt een mooie curve​, maar zodra ik suggereer om door de steen heen te gaan, ontstaat er een voelbare spanning. De angst voor het gat is diepgeworteld in de traditie van het beeldhouwen. Een steen is solide; hij staat voor eeuwigheid, voor onverzettelijkheid. Het doorbreken van die eenheid voelt als een daad van geweld, of erger nog: als een technisch risico.
​

Want laten we eerlijk zijn, technisch gezien is het spannend. Het moment dat je beitel de andere kant van de steen raakt, verandert de hele integriteit van de vorm. Je creëert zwakke plekken, je tast de draagkracht aan en er is altijd dat knagende stemmetje: wat als hij breekt? Maar hier ligt precies de grens tussen vakmanschap en kunst. Waar het vakmanschap stopt bij de perfecte afwerking van de buitenkant, daar begint de kunst bij de moed om de steen te laten ademen. Het risico op breuk is de prijs die we betalen voor de beloning van het licht. In mijn eigen werk heb ik geleerd dat een sculptuur pas echt tot leven komt wanneer de lucht erdoorheen kan stromen. Een gat is geen gebrek aan steen; het is de aanwezigheid van ruimte.
stenen sculptuur lichtval schaduw gaten
Topologische verbindingen: de route van het oog
Wanneer we de massa doorbreken, betreden we het domein van de topologie. In de wiskunde kijkt men naar eigenschappen die behouden blijven bij vervorming, maar in de beeldhouwkunst gaat topologie over de 'route' die het oog aflegt. Een gat in de steen fungeert als een portaal. Het verbindt de voorzijde direct met de achterzijde, waardoor de traditionele hiërarchie van een beeld (dit is de voorkant, dit is de achterkant) wordt opgeheven.
​

Kijk naar de krachtige gewelflijnen in een sculptuur. Zonder een opening blijven die lijnen gevangen in het oppervlak. Maar zodra er een doorgang is, wordt het oog uitgenodigd om door het beeld heen te dwalen. De leegte benadrukt de welvingen juist omdát ze plotseling een grens hebben die niet alleen naar buiten, maar ook naar binnen wijst. Het gat creëert een binnenwereld. Het dwingt de toeschouwer om om het beeld heen te lopen, om door de opening te turen en te ontdekken hoe de ruimte aan de andere kant wordt omlijst. In mijn persoonlijke werk zoek ik altijd naar die spanning: hoe kan ik de massa zo ver dunnen dat de leegte niet meer als een gat voelt, maar als een essentieel onderdeel van de anatomie van het beeld?
flow steen sculptuur
Licht als materiaal: de geboorte van volume
We denken vaak dat we met steen werken, maar eigenlijk zijn we beeldhouwers van licht en schaduw. Zonder licht is er geen schaduw, en zonder schaduw is er geen volume. In de 'architectuur van de leegte' wordt licht een actief materiaal, bijna net zo tastbaar als de steen zelf. Wanneer invallend licht de binnenkant van een opening raakt, gebeurt er iets magisch. De randen van het gat lichten op, terwijl de diepere delen wegvallen in een zachte of juist scherpe schaduw.

Dit spel bepaalt de sfeer van de sculptuur. Een nauwe, diepe opening houdt het licht vast en creëert mysterie, terwijl een weidse, transparante ruimte zorgt voor een gevoel van lichtheid en lucht. In mijn atelier experimenteer ik voortdurend met deze lichtval. Hoe verandert een beeld als de zon draait? Hoe 'leeft' de leegte op verschillende momenten van de dag? Een gesloten blok kaatst het licht alleen maar af, maar een open sculptuur vangt het licht, filtert het en geeft het weer terug aan de omgeving. Het licht vormt de binnenkant van je sculptuur; het maakt de lucht binnenin zichtbaar.
De wetenschap van waarneming: gestaltpsychologie aan de bok
Waarom vinden we die leegte zo fascinerend? Hier komt de psychologie om de hoek kijken, en meer specifiek de gestaltpsychologie. Ons brein is geprogrammeerd om eenheid en continuïteit te zoeken. Wanneer ik in de steen een lijn onderbreek door een gat te hakken, stoppen jouw hersenen niet bij die rand. Je brein maakt de lijn in gedachten af. Dit fenomeen noemen we 'wet van de sluiting'.
​

Dit is een ongelooflijk krachtig instrument voor een beeldhouwer. Door delen van de vorm weg te laten, activeer ik de verbeelding van de toeschouwer. Je kijkt niet naar een passief object; je bent actief bezig de vorm in je hoofd compleet te maken. De leegte daagt je uit om de verbindingen tussen de verschillende vlezige structuren zelf te leggen. Het zorgt voor een intellectuele en emotionele betrokkenheid die een massief beeld zelden bereikt. In mijn lessen en masterclasses besteden we veel aandacht aan deze 'psychologie van het kijken'. Hoeveel kun je weglaten zonder de essentie te verliezen? Hoe open kun je gaan voordat de vorm uit elkaar valt?
Activerend: kijk door de steen
Nu je dit leest, nodig ik je uit om de volgende keer dat je aan de bok staat, of gewoon door het atelier loopt, met een andere blik naar de massa te kijken. Zie het blok niet langer als een ondoordringbaar object, maar als een tijdelijke opslagplaats van ruimte. De lucht om je beeld heen is net zo belangrijk als de steen zelf.
​

Durf te experimenteren met de potentie van de leegte. Begin klein. Maak een uitholling, voel hoe het licht daar gaat rusten. Durf vervolgens de volgende stap te zetten en zoek de verbinding met de andere kant. Merk hoe je eigen ademhaling verandert wanneer de steen 'open' gaat. Het vergt moed om de controle over de dichte massa los te laten, maar wat je ervoor terugkrijgt is een sculptuur die niet alleen in de ruimte staat, maar er deel van uitmaakt.
holte in steen project beeldhouwen
Mijn werk en jouw reis
Mijn persoonlijke fascinatie voor deze 'architectuur van de leegte' vind je direct terug in mijn eigen sculpturen. In mijn werk in (voornamelijk) albast zoek ik voortdurend de grens op van wat de materie kan dragen. Ik wil beelden creëren die uitnodigen om doorheen te kijken, beelden die de lucht vangen en het licht omarmen. Op mijn website simonevanolst.com kun je deze ontdekkingstocht zien en zijn mijn sculpturen ook te koop. Elk werk daar is een resultaat van dit gevecht tussen massa en lucht.

Deze kennis, deze passie voor het doorbreken van vaste kaders, is wat ik elke dag deel in het atelier. Of je nu deelneemt aan mijn doorlopende cursussen of een van de masterclasses volgt die door het jaar heen gepland staan: we gaan altijd op zoek naar die verdieping. We kijken verder dan alleen de techniek; we kijken naar de filosofie van de vorm.

Laten we samen de massa doorbreken. Laten we de leegte vieren en de steen laten ademen. Ik zie je graag aan de bok, waar we samen het licht de ruimte geven.
0 Opmerkingen

De poëzie van het standbeen: wat Dave Eggers ons leert over de anatomie van steen

6/8/2026

0 Opmerkingen

 
Er zijn van die avonden dat het gereedschap eindelijk weer stil op de bok ligt, het steenstof is neergedwarreld en de rust weer terugkeert in mijn hoofd. Waar Alex zich na een lange dag op de werkplaats graag terugtrekt met zijn eigen klussen, duik ik het liefst op de bank met een goed boek of met zwarte vingers van de houtskool in mijn schetsboeken. Mijn neurodivergente brein heeft die constante stroom aan visuele, filosofische en literaire prikkels keihard nodig. Ik verslind boeken. En wanneer ik stuit op een werk waarin de literatuur en de beeldhouwkunst elkaar op een adembenemende manier omhelzen, staat mijn hoofd op slag in brand van enthousiasme.

Dat gebeurde een paar weken geleden toen ik het boek Contrapposto van de Amerikaanse auteur Dave Eggers dichtsloeg. Laat ik direct even heel helder zijn voor we beginnen: nee, ik heb absoluut geen aandelen in dit boek of in de uitgeverij. Ik verdien er geen cent aan als jij morgen naar de boekhandel rent om het te kopen. Ik schrijf dit puur uit een diepe passie voor het vak en voor verhalen die ons uitdagen om anders naar de wereld te kijken.

Als jij net zoals ik van lezen én van maken houdt, dan wordt dit boek een absoluut feestje voor je geest.
Het verhaal volgt Cricket Dib, die opgroeit in een gebroken gezin op de Amerikaanse prairie. Zijn toekomst lijkt somber, tot hij op de lagere school ontdekt dat hij kan tekenen. Alles verandert als hij de iets oudere Olympia Argyros ontmoet. Zij is vroegwijs, barst van de energie en ziet meteen het potentieel in zijn talent. Ze haalt hem over om de speelplaats te ontsieren met vulgaire tekeningen. Cricket, inmiddels smoorverliefd, twijfelt geen moment. Het is de start van een relatie die vijfenzestig jaar zal duren. Een band die constant van kleur verschiet. Soms zakelijk, dan weer vriendschappelijk, en op andere momenten diep liefdevol. Deze dynamiek, het constante aantrekken en afstoten, pakt je vanaf de allereerste pagina.

Wat Contrapposto van Eggers zo bijzonder maakt, is dat hij als wereldberoemd auteur niet alleen met woorden bouwt, maar dat het boek is verrijkt met zijn eigen schetsen. Veel mensen weten namelijk niet dat Eggers voordat hij de literaire wereld veroverde een opleiding tot beeldend kunstenaar en illustrator volgde. Dat je zijn eigen visuele denkproces op de pagina's ziet staan, maakt het boek ongekend intiem en tactiel. Het slaat een directe brug naar wat wij elke dag aan de bok doen.

boek voorkant contrapposto
Het boek werd voor mij de ultieme inspiratiebron voor de voorbereiding op onze nieuwe sessies Anatomische torso masterclass, die in het nieuwe seizoen weer op de agenda staat. Want wat Eggers met zijn pen en zijn schetsen doet, is exact wat wij in de steen willen voelen: het vangen van de levendige, gepassioneerde spanning in een schijnbaar statisch lichaam.
Dave Eggers en het wonder van de eigen schets
Voor degenen die Dave Eggers nog niet kennen: hij is het literaire zwaargewicht achter klassiekers als Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit en De cirkel. Maar Eggers is veel meer dan alleen een romanschrijver. Hij is een culturele omnivoor, een tekenaar en een mens die continu zoekt naar de fysieke manifestatie van verhalen. In Contrapposto duikt hij diep in de verhouding tussen de menselijke gestalte, de kunstgeschiedenis en de geordende chaos van ons fysieke bestaan.

Dat hij ervoor kiest om het boek zelf te illustreren met houtskoolschetsen is een meesterzet. In de moderne uitgeverswereld worden illustraties vaak uitbesteed aan strakke, digitale grafisch ontwerpers die gelikte, gepolijste plaatjes opleveren. Eggers weigert dat. Zijn schetsen zijn zoekend, direct en vol energie. Je ziet de hapering van de hand, je voelt de druk van het grafiet op het papier en je registreert de zoektocht naar de richting van de lijn.

Als beeldhouwer begreep ik die schetsen onmiddellijk tot in mijn vezels. Het sloot naadloos aan bij wat ik eerder ontdekte in het tekenboek van Antony Gormley. Een goede schets is namelijk geen braaf, fotografisch plaatje van de buitenkant van de werkelijkheid. Een schets is een blauwdruk van energie, een manier om de ruis uit je hoofd te filteren en de richting van de krachtenvelden te vangen.

Dat Eggers deze schetsen durft te publiceren naast zijn meesterlijke teksten, is een overwinning op de faalangst. Het laat zien dat het zoekende proces vele malen interessanter is dan een koud, afgewerkt eindproduct. Om Cricket aan te halen: “Goed, je kunt tekenen. Maar je bent nog niet vrij”. Pas wanneer je het technisch kunstje durft los te laten en durft te zoeken op het papier of in de steen, begint het echte maken.
Reflecties: van de canon tot de lijdensweg van de maker
Ik las het boek in één ruk uit, en ik snap volkomen waarom. De opbouw in de levensfases van Olympia en Cricket is adembenemend geframed. De verlating, de aantrekking tussen beiden, de levens die verstrengeld raken en weer loslaten. Het boeit tot de laatste letter en maakt dat je het boek meteen opnieuw wilt opslaan.

Eigenlijk is Contrapposto veel meer dan een roman. Het is een ontroerende, wilde, soms heerlijk grappige spiegel voor iedereen die weleens worstelt met de vraag: wat betekent het nu echt om kunstenaar te zijn? De liefde tussen Cricket en Olympia is een fascinerende motor die zestig jaar lang blijft draaien; altijd in beweging, soms botsend, dan weer in perfecte balans. Wat mij het meest raakte, is de onvoorwaardelijke toewijding die ze voor elkaar voelen, en hun bijna naïeve, maar onwankelbare geloof dat kunst niet zomaar een hobby is, maar de kracht heeft om de wereld te redden.

​In het boek ontmoet je de lessen over klassieke verhoudingen. Je leert snel kennismaken met wat we de canon van proporties noemen, een hele reeks van dit soort vaste verhoudingen. Wist je bijvoorbeeld dat de afstand tussen je ogen precies zo breed is als één oog? Het zijn van die ambachtelijke vuistregels die je als maker in je rugzak wilt hebben.

boek achterkant contrapposto
Maar kunst gaat zoveel dieper dan droge rekenkunde. Zoals Albert Camus (geportretteerd in het boek als Olympia) zo scherp opmerkte: "Als de wereld begrijpelijk was, zou er geen kunst bestaan." We maken juist kunst omdat het leven schuurt, verwart en vraagt om verwerking. Camus schreef ook: "Pas wanneer zijn talent is erkend, begint de grote lijdensweg van de kunstenaar..." En zo is het maar net. Zodra de buitenwereld iets van je verwacht, sluipt de druk erin en moet je vechten om die oorspronkelijke speelsheid vast te houden.

Cricket verwoordt het moment van vastleggen prachtig in het boek: "De dag was vergaan, maar zijn tekening bleef. Kunst was onthouden, documenteren. Een dag besteden aan het beschrijven van een dag en daarmee de tijd stilzetten." Dat is precies wat wij aan de bok doen met een klopper en beitel. We zetten de tijd stil in marmer of albast. En dat doen we vanuit de gedachte die Oscar Wilde ooit neerpende: "Rien n'est vrai, que le beau!" Niets is waar, behalve schoonheid.
Wat betekent contrapposto?
Om de diepe lagen van Eggers’ boek en de essentie van onze anatomische torso masterclass werkelijk te doorgronden, moeten we de kunstgeschiedenis in duiken en de term contrapposto tot op de botten doorgronden. Het woord komt uit het Italiaans en betekent letterlijk 'tegenstelling' of 'in tegenwicht gebracht'. Binnen de beeldhouwkunst verwijst het naar een hele specifieke, klassieke houding van de menselijke figuur, waarbij het lichaamsgewicht niet meer gelijkmatig over beide benen is verdeeld, maar rust op één enkel been: het standbeen.

Het ontstaan van de contrapposto markeert de grootste artistieke revolutie in de westerse beeldhouwkunst. Om te begrijpen hoe monumentaal die ontdekking was, moet je terug naar de Griekse oudheid, zo rond de zesde eeuw voor Christus. In die tijd maakten de Grieken zogenaamde Kouroi: gigantische, mannelijke standbeelden die sterk beïnvloed waren door de Egyptische vormentaal. Deze beelden stonden stijf, kaarsrecht en frontaal. Beide voeten stonden plat op de grond, de schouders hingen volkomen horizontaal, de armen geperst tegen de heupen en het gezicht staarde strak voor zich uit. Hoewel deze beelden indrukwekkend waren door hun omvang, misten ze elke vorm van beweging. Ze waren stijf en mechanisch. Het waren steen massa's die deden alsof ze mens waren.

Rond 480 voor Christus gebeurde er iets magisch in de studio's van Athene. Een onbekende meester maakte uit marmer de beroemde Kritiosjongen. Voor het allereerst in de geschiedenis van de mensheid durfde een beeldhouwer het gewicht van de figuur volledig naar één been te verplaatsen. Door die ene fysieke ingreep veranderde alles.

Wanneer een mens zijn gewicht op zijn rechterbeen zet (het standbeen), gebeurt er een kettingreactie in het hele skelet.
  1. De bekkenkanteling. De heup aan de kant van het standbeen wordt door de fysieke druk krachtig omhoog gedrukt, terwijl de heup aan de kant van het ontspannen been (het speelbeen) naar beneden zakt. De bekkenas staat ineens niet meer horizontaal, maar diagonaal.
  2. De  schouder tegenbeweging. Om te voorkomen dat het lichaam simpelweg omvalt door die schuine bekkenstand, moet de ruggengraat compenseren. De borstkas en de schoudergordel kantelen automatisch in de tegengestelde richting. De schouder boven het standbeen zakt naar beneden, terwijl de schouder boven het speelbeen omhoog komt.
  3. De S-curve. Door deze tegengestelde hoeken ontstaat er een prachtige, vloeiende S-curve in de wervelkolom. De middellijn van het lichaam is niet langer een strakke, verticale loodlijn, maar een ademende, golvende beweging.
  4. Spanning versus ontspanning. Er ontstaat een fascinerende diagonaal van krachten. De spieren in het standbeen zijn keihard aangespannen en dragen de massa, terwijl het speelbeen licht gebogen is en de spieren daar volkomen ontspannen hangen.

Toen de beeldhouwer Polykleitos dit fenomeen regels gaf in zijn beroemde traktaat de Kanon en het toepaste op zijn Doryphoros (Speerwerper), was de klassieke vormentaal geboren. Eeuwen later, tijdens de Italiaanse Renaissance, werd deze techniek herontdekt door Donatello en naar het absolute hoogtepunt gebracht door Michelangelo met zijn iconische David. Als je voor die gigantische marmeren David in Florence staat, zie je de contrapposto in al zijn glorie. David staat niet stil; hij staat op het punt om te bewegen. Hij ademt. De steen is gecomprimeerde dynamische energie.
Waarom de contrapposto de kern is van onze Anatomische torso masterclass
Anatomie is echt mijn terrein in ons atelier. Natuurlijk weet Alex er enorm veel van, maar als het gaat om het fysiek ontleden en vertalen van het menselijk lichaam naar steen, duik ik er het liefste helemaal in. Wanneer je begrijpt wat de contrapposto teweegbrengt in de steen, snap je meteen waarom dit fenomeen de absolute rode draad vormt in onze komende Anatomische torso masterclass.

Veel gevorderde makers die een menselijke figuur of een abstracte, biomorfe vorm willen hakken, lopen vast omdat ze anatomie benaderen als een gortdroog medisch studieboek. Ze gaan ingewikkelde Latijnse namen uit hun hoofd leren, proberen braaf botten na te tekenen en eindigen met een beeld dat eruitziet als een stijve etalagepop. Ze missen de essentie.

In onze masterclass gooien we die medische handboeken resoluut overboord. Wij gaan geen spieren tellen; we gaan krachtenvelden en gewicht verschuivingen organiseren. En dat geldt net zo hard voor een abstract beeld als voor een figuratieve torso.

Een abstract sculptuur heeft namelijk exact dezelfde wetmatigheden van de contrapposto nodig om ruimtelijke spanning te genereren. Als jij een abstracte vorm maakt waarin de massa aan beide kanten symmetrisch en even zwaar naar beneden hangt, wordt je beeld saai. Het zakt visueel weg in zijn sokkel. Pas wanneer je in jouw abstractie een denkbeeldig 'standbeen' creëert; een dichte, gecomprimeerde zone die het gewicht draagt, en een 'speelbeen' ,  een open, vloeibare beweging die de ruimte opzoekt,  begint het materiaal te ademen. Je creëert een draaiing, een wringende spanning die het licht op een fascinerende manier over de steen laat dansen.

In de masterclass gebruiken we speelse, haast eetbare vergelijkingen om deze anatomische verhoudingen haarscherp te doorgronden. Geen saaie Latijnse termen, maar herkenbare vormen uit het dagelijks leven. Zo zijn je lovehandles de croissants. De krachtige, staande buikspieren die je vooral ziet als iemand zich helemaal uitrekt, noemen we de baguette. De bolling aan de onderkant van de borsten vergelijken we met mandarijnpartjes, en het zachte vetje onder en naast je navel is je rookworstje. Door anatomie op deze manier te bekijken, haal je de kramp en de schroom er direct vanaf. Het helpt je om zonder oordeel en met veel meer plezier naar vormen te kijken.

Vervolgens pakken we het potlood en houtskool op, precies zoals Dave Eggers dat in zijn boek doet. We gaan niet een uur lang pielen op een klein detail. We maken snelle, rauwe schetsen van twee minuten in ons 'chaos schriftje', waarin we puur en alleen de contrapposto-as zoeken. Waar zit de bekkenkanteling? Waar ontmoet de schouder zijn tegendruk? Waar stroomt de S-curve door de massa?

Zodra je die kinetische lijn in je spiergeheugen hebt geladen, stappen we over naar Sculpture Blocks. Dit lichte hardschuim materiaal is een fantastisch hulpmiddel voor de beeldhouwer. Zelfs de iconische beeldhouwer Antony Gormley gebruikt het voor zijn modellen. Je kunt er razendsnel in zagen en raspen, waardoor je jouw ruimtelijke idee binnen een kwartier in drie dimensies hebt staan. Je test de contrapposto uit in het klein voordat je de beitel met een klopper in de zware, kostbare steen zet. Zo voorkom je dat je uren staat te zwoegen op een vorm die in de basis de verkeerde dynamiek bezit.
Leren kijken met je hele lijf
Het is zo belangrijk om de vorm die je maakt eerst in je eigen lichaam te doorvoelen, een methode die je kunt zien als een vorm van euritmie voor de beeldhouwer. De contrapposto uit het boek van Dave Eggers is daar het allerbeste voorbeeld van.

Wanneer je aan je bok staat te zwoegen op een blok albast of speksteen, en je merkt dat de vorm niet wil gaan leven, moet je direct stoppen. Leg je beitel neer, doe drie stappen achteruit en neem zelf de houding van je beeld aan. Ga op je rechterbeen staan. Voel hoe je rechterheup naar buiten klapt en omhoog wordt geduwd. Voel hoe je linkerknie automatisch invalt en ontspant. Voel hoe je linkerschouder omhoog trekt om de balans te herstellen, en registreer de spanning in de spieren van je onderrug.

Als jij die fysieke kanteling en die druk niet in je eigen botten en spieren voelt, kun je hem simpelweg niet in de steen hakken. Je moet je eigen fysieke geheugen inschakelen. En het mooie is: iedereen heeft een unieke anatomie. De een is lang en slank, de ander kort en compact. Daardoor maakt iedereen een volstrekt eigen vertaalslag. Er bestaat niet één standaard contrapposto. Jouw eigen lichaam dicteert de hoeken en de bogen die voor jou authentiek aanvoelen. Ook ontkom je er in deze lessen niet aan om je eigen lichaam voelend en kijkend in de spiegel in allerlei houdingen te ontdekken. We houden het altijd speels en leuk.

Als je vervolgens weer voor de steen gaat staan, gebruik je de spiegelmethode om te controleren of de contrapposto daadwerkelijk uit het materiaal tevoorschijn komt. Door je sculptuur via een grote spiegel te bekijken, fop je de visuele gewenning van je brein. De reflectie dwingt je ogen om het beeld weer helemaal opnieuw te berekenen. Je ziet in één oogopslag of de heup-as en de schouder-as krachtig genoeg contrasteren, of dat je beeld alsnog als een plump zoutzak in de ruimte staat.
lichaam arm strekken beeldhouwen
sculpture block studie torso
De bedding van ons atelier in Leiden
Het onderzoeken van deze diepe artistieke en anatomische wetmatigheden vraagt om een veilige, inspirerende en professionele omgeving. In ons ruim opgezette atelier van 500 m² aan de Kenauweg in Leiden hebben Alex en ik in de afgelopen vijfentwintig jaar exact die vrijplaats gecreëerd. We werken er in een fijne sfeer waarin de gezondheid en de veiligheid van de maker altijd vooropstaan.

Onze intensieve Anatomische torso masterclass, verspreid over vijf volledige dagen in het seizoen 2026-2027, is ontworpen voor de gevorderde maker die klaar is om de kramp van de routine van zich af te schudden. We bieden je vlijmscherpe, constructieve begeleiding waarbij we je nooit naar de mond praten, maar je continu uitdagen om de grenzen van jouw ruimtelijke spanning te verleggen.

En voor wie die verdieping het hele jaar door wil vasthouden, zijn er natuurlijk onze wekelijkse doorlopende cursussen, die in oktober 2026 weer opstarten, direct na onze grote expositie tijdens de Leidse Kunstroute op 26 en 27 september 2026. In deze cursussen werken we met onze beproefde, flexibele strippenkaarten, waarmee je alle vrijheid behoudt over jouw eigen creatieve ritme.

De plekken voor onze lessen vliegen traditiegetrouw razendsnel de deur uit. De avondsessies op de dinsdag en woensdag zitten nagenoeg vol, maar voor wie overdag zaterdag wil werken, hebben we nog een aantal gewilde bokken beschikbaar. Dat zijn met afstand de mooiste uren in het atelier, omdat het daglicht dat door de hoge ramen binnenstroomt de contrapposto en de natuurlijke gelaagdheid van de steen op zijn mooist accentueert.
sculpture block anatomie vrouwen
studie fotografie beeldhouwen anatomie
vrouwen torso klei studie schets
Duik in het verhaal en pak die beitel
Als er één ding is dat ik je met dit blog wil meegeven, is het wel dit: voed je creatieve databank onophoudelijk. Blijf nieuwsgierig. Lees boeken die schuren, die inspireren en die je met een frisse blik naar je eigen ambacht laten kijken. Contrapposto van Dave Eggers is zo'n zeldzaam pareltje dat je na het lezen niet meer loslaat. Het herinnert ons eraan dat kunst een constante zoektocht is naar balans, naar gewicht en naar de poëzie van ons fysieke bestaan.

Pak dat boek op, laat je meeslepen door de verhalen en de schetsen van Eggers, en kom die opgedane energie daarna lekker ontladen aan de bok in ons atelier. Laat de steen ademen, verplaats het gewicht naar het standbeen, en ontdek hoe jouw handen de materie kunnen transformeren tot een levend sculptuur.

Nu ben ik ontzettend benieuwd naar jouw ervaringen. Heb jij het werk van Dave Eggers al eens gelezen, en hoe kijk jij naar de illustraties en schetsen in boeken? Pas jij het principe van de contrapposto al bewust toe in jouw figuratieve of abstracte beelden, of is het iets waar je aan de bok nog regelmatig mee worstelt? Laat een reactie achter onder dit blog, ik wil jouw visie ontzettend graag horen en samen de dialoog voortzetten aan de bok.
0 Opmerkingen

Anatomie van het atelier: de kunst van het dwalen in je eigen werkplek

4/8/2026

0 Opmerkingen

 
In mijn kantoor staan de kasten werkelijk boordevol met kunstgerelateerde boeken. Van dikke naslagwerken over de Italiaanse renaissance tot obscure uitgaven over experimentele 3D-vormen; mijn hoofd is een creatieve databank en die kasten zijn daar de fysieke weerslag van. Toch komt er af en toe een boek voorbij dat zelfs mij nog volledig kan verrassen. Anatomie van het atelier van William Kentridge is voor mij zo'n nieuwe ontdekking, en ik kan je vertellen: het heeft de manier waarop ik naar mijn eigen werkplek kijk nu al veranderd.

Als je me vraagt welk boek elke beeldhouwer, elke kunstenaar en eigenlijk iedereen die met zijn handen en hoofd creëert in zijn kast moet hebben staan, dan is het dit. Het is geen droog 'hoe-maak-ik-een-beeld-stap-voor-stap' boek. Integendeel. Het is een diepe, soms chaotische, maar altijd razend interessante duik in wat er gebeurt voordat de beitel de steen raakt. Het gaat over de psychologie van de werkplek, de waarde van het dwalen en de fysieke handeling van het maken.
Wie is William Kentridge?
Voordat we de diepte in gaan, moet je weten wie deze man is. William Kentridge is een Zuid-Afrikaanse grootmeester die wereldwijd wordt gewaardeerd, niet alleen om zijn werk, maar vooral om zijn unieke proces. Hij tekent, hij maakt animatiefilms, hij regisseert opera’s en hij maakt monumentale houtskooltekeningen. Maar voor ons, mensen van de steen, is zijn visie op vorm en materiaal essentieel.

Kentridge is een denker die doet. Hij gelooft niet in het genie dat stilzit aan een bureau en wacht op een inval. Hij gelooft in het atelier als een actieve ruimte. Voor hem is het atelier een soort verlengstuk van zijn eigen brein, een plek waar de muren meedenken en waar de fysieke beweging van het lopen door de ruimte de motor is van de creativiteit.
Het atelier als laboratorium van de 'fout'
Wat me in dit boek direct naar de keel greep, is hoe Kentridge praat over de waarde van de 'fout'. In mijn lessen aan de Kenauweg roep ik het altijd: wees niet bang om er een gat in te slaan! Kentridge onderbouwt dit op een briljante manier. Hij stelt dat het atelier de enige plek op de wereld is waar de mislukking de allerhoogste waarde heeft.

In de buitenwereld moeten we efficiënt zijn, plannen maken en resultaten boeken. In het atelier mogen we dwalen. Kentridge beschrijft hoe hij soms urenlang door zijn atelier loopt, heen en weer, zonder ogenschijnlijk iets te doen. Maar in dat lopen, in die fysieke handeling, ontstaan de verbindingen.
​

Voor ons als beeldhouwers is dit zo herkenbaar. Denk aan die momenten dat je naar je stuk steen staart en het even niet meer weet. Je ruimt wat gereedschap op, je veegt wat stof weg, je zet een bak thee. Kentridge legitimeert die tijd. Hij noemt het de 'incubatietijd'. Hij leert ons dat het maken van een sculptuur niet alleen het weghakken van steen is, maar het toestaan dat het beeld zichzelf aan jou openbaart terwijl jij bezig bent met 'niets'.
cover anatomie van het atelier william kentridge
Wat wij als beeldhouwers van Kentridge kunnen leren
Hoewel hij veel met houtskool en papier werkt, is dit boek voor ons, mensen van de steen, een goudmijn. Waarom? Omdat we vaak veel te diep vastlopen in de techniek. We zijn zo bezig met de 'mandarijnpartjes' of de wiskunde van de drieknoop, dat we vergeten waarom we de vorm eigenlijk maken.

1. De overgave aan de materie
Kentridge beschrijft prachtig hoe elk materiaal een eigen wil heeft. Hij dwingt het materiaal niet, hij luistert ernaar. Dat is precies wat wij doen met onze steenkunde. Je kunt een blok marmer niet dwingen om iets te worden wat de kristalstructuur niet toelaat. Kentridge leert je om die beperking niet als een vijand te zien, maar als de bron van je creativiteit. De weerstand van de steen is je gids.

2. Fysiek denken: kijken met je lijf
In het boek gaat hij diep in op hoe wij kijken. Hij legt uit dat we niet alleen met onze ogen kijken, maar met ons hele lichaam. Als beeldhouwer loop je constant om je bok heen. Je bukt, je strekt je uit, je voelt de vorm. Kentridge noemt dit 'fysiek denken'. Hij laat zien dat je brein anders werkt als je handen bewegen. Dit is precies de reden waarom ik mijn cursisten altijd aanmoedig om te blijven bewegen en de vorm voelend te ontdekken.
​

3. De kracht van de suggestie
Kentridge werkt veel met fragmenten, met flarden die hij samenvoegt. Voor een beeldhouwer is dit een fascinerende invalshoek. Soms zijn we zo gefocust op die ene 'perfecte torso' uit één stuk, dat we vergeten dat de kracht vaak in de suggestie zit. Kentridge leert je dat een 'niet-af' beeld (de non-finito techniek) soms veel meer vertelt over de essentie van de vorm dan een gladgepolijst object.
Hoe dit boek mij heeft geraakt
Zoals velen van jullie weten heb ik ADHD, en mijn hoofd is een creatieve databank die nooit stilstaat. Soms ervaar ik die constante stroom aan ideeën en de chaos die daarbij hoort als een last. Toen ik Anatomie van het atelier opensloeg, voelde ik een enorme golf van erkenning.

Kentridge beschrijft zijn atelier als een plek waar de chaos geordend mag worden, maar nooit helemaal hoeft te verdwijnen. Hij schrijft over zijn eigen versies van 'chaos schriftjes' en hoe hij daarin verbanden legt tussen dingen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Hij heeft me nu al geleerd dat mijn snelheid van denken, het snel leggen van verbanden en zelfs de af en toe noodzakelijke 'rommel' in het atelier aan de Kenauweg, mijn grootste krachten zijn.
​

Het raakte me vooral toen hij schreef dat kunst maken een manier is om de wereld te begrijpen, niet door haar te verklaren, maar door haar opnieuw op te bouwen. Dat is wat we doen als we een 'rookworstje' onder een navel hakken. We verklaren de anatomie niet; we bouwen haar opnieuw op in steen om haar werkelijk te kunnen voelen.
De magie van het proces
Kentridge motiveert je om te stoppen met het alleen maar najagen van het 'perfecte eindresultaat'. Hij laat zien dat het proces — het hakken, het zweten, de twijfel, de stofwolken — het eigenlijke kunstwerk is. Het beeld dat op de zaterdagmiddag op de sokkel staat, is slechts de herinnering aan die tijd in het atelier.

Als je dit boek leest, ga je anders naar je werkplek kijken. Je ziet je beitels niet meer als simpel gereedschap, maar als bondgenoten. Je ziet de reststukjes marmer op de grond niet meer als afval, maar als potentiële nieuwe beginpunten. Het boek nodigt je uit tot een experimentele houding. Het nodigt je uit om te spelen.

Simone en Alex mijmeren weleens over het atelier. Simone haalt dan graag William Kentridge aan, die het atelier omschrijft als een plek waar je je gedachten even lekker kunt 'uitwandelen'. Dat is precies de magie hier. Iedereen zit weliswaar in zijn eigen creatieve bubbel, maar tegelijkertijd voel je een gezamenlijke energie van ontdekking hangen. Het is eigenlijk een soort anatomie van de ruimte zelf; een plek waar het hoofd even tot rust komt terwijl de handen het werk doen.​
Een uitnodiging tot lezen (en maken)
Ik wil je echt aanmoedigen om dit boek op te zoeken. Leg het in je atelier, niet in je nette boekenkast. Lees af en toe een pagina voordat je aan je steen begint. Laat de woorden van Kentridge je inspireren om de controle een klein beetje los te laten.

Dit boek helpt je om een betere beeldhouwer te worden, niet omdat het je een nieuwe haktechniek leert, maar omdat het je een houding leert. Een houding van nieuwsgierigheid, van eerlijkheid naar het materiaal toe en van de moed om de leegte onder ogen te zien.

William Kentridge heeft met Anatomie van het atelier een ode geschreven aan iedereen die durft te maken. Het is een hart onder de riem voor de dagen dat de steen even niet wil, en een feest van herkenning voor de dagen dat alles stroomt. Het heeft mijn visie op mijn atelier nu al verrijkt. Ik zie het nu nog meer als een levend organisme waar elke splinter en elke tekening op de muur bijdraagt aan het grotere verhaal.

Ga het lezen. Ga het ervaren. En kom daarna naar het atelier om je eigen anatomie van de ruimte te ontdekken. De stenen wachten, en dankzij Kentridge weten we nu dat zelfs onze twijfel een vorm van meesterschap is
0 Opmerkingen

Intuïtief hakken vs. de rondgang: de balans tussen instinct en ruimtelijke beheersing

30/7/2026

0 Opmerkingen

 
Er is één fenomeen dat ik telkens weer zie terugkeren in het atelier: de strijd tussen de binnenwereld van de maker en de fysieke realiteit van de driedimensionale ruimte. Beeldhouwen in steen is een unieke discipline omdat het je dwingt om constant te schakelen tussen twee uitersten. Aan de ene kant heb je de intuïtie – dat flitsende, bijna ongrijpbare gevoel in je onderbuik dat je vertelt waar de vorm naartoe moet. Aan de andere kant heb je de meedogenloze wetten van de fysica en de geometrie, die we samenvatten in één essentieel begrip: de rondgang. In deze blog gaan we deze spanning volledig uitpluizen. We onderzoeken de neurologie achter intuïtief maken, de wiskundige noodzaak van de beweging rondom de steen en waarom de 'rondgang' het verschil maakt tussen een aardig object en een monumentaal meesterwerk.

Veel makers die bij mij, Simone van Olst, binnenkomen, zijn bang dat 'techniek' of 'regels' hun creativiteit zullen doden. Ze willen puur vanuit hun gevoel werken, als een soort oerkracht die de steen te lijf gaat. Maar wat Alex Sluimer en ik in een kwart eeuw atelierpraktijk hebben geleerd, is dat intuïtie zonder ruimtelijke controle leidt tot een artistieke doodlopende weg. Je kunt een fantastisch 'gevoel' hebben bij een brok albast uit onze webshop Samstone, maar als je niet begrijpt hoe die intuïtie zich vertaalt naar een object dat van alle 360 graden moet kloppen, dan eindig je met een gefrustreerd proces.
​
De neurologie van het intuïtieve moment
Laten we eerst eens kijken naar wat die 'intuïtie' eigenlijk is. Het is geen magie. Wetenschappelijk gezien is intuïtie een vorm van extreem snelle patroonherkenning. De psycholoog Gary Klein heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan in zijn theorie over Recognition-Primed Decision Making (RPD). Wanneer jij naar een steen kijkt en 'weet' waar je moet slaan, raadpleegt je brein in een fractie van een seconde een enorme databank aan eerdere ervaringen. Je herkent de manier waarop het licht valt op de kristalstructuur van het marmer, je herkent de spanning in een breuklijn, en je koppelt dat aan vormen die je eerder hebt gezien, in musea of in de natuur.
​

Deze intuïtie is essentieel omdat het de 'vonk' van het kunstwerk is. Het is wat jouw werk onderscheidt van een machinaal geproduceerd object. Maar deze intuïtie is ook verraderlijk. Onze hersenen zijn namelijk van nature lui; ze willen de wereld graag in twee dimensies begrijpen. Dit komt door onze visuele verwerking: we kijken naar de voorkant van een object en onze hersenen 'vullen de rest in' op basis van aannames. Dit noemen we in de psychologie amodal completion. En dat is precies waar de intuïtieve hakker de fout in gaat. Hij hakt wat hij denkt te zien, in plaats van wat er werkelijk in de ruimte staat.
stenen beeld project beeldhouwen atelier
De rondgang: een techniek van de voeten
Hier komt de rondgang om de hoek kijken. De rondgang is de enige remedie tegen de bedrieglijke aard van onze eigen waarneming. Alex en ik zeggen het vaak: beeldhouwen doe je met je voeten. Je moet in beweging blijven. De rondgang is de discipline om na elke reeks slagen, of zelfs na elke slag, je positie ten opzichte van de steen te veranderen. Waarom is dit zo cruciaal? Omdat elke nieuwe invalshoek een nieuwe waarheid onthult over de vorm.

Stel je voor dat je aan een torso werkt. Aan de voorkant lijkt de lijn van de zij prachtig vloeiend. Je intuïtie zegt: "Dit is het, niet meer aankomen." Maar zodra je 45 graden naar links stapt, zie je dat diezelfde lijn aan de achterkant een enorme deuk veroorzaakt in de rugpartij. De rondgang confronteert je met de gevolgen van je daden in de diepte. Het dwingt je om de 'horizon' van je beeld constant te controleren. Zonder deze voortdurende fysieke verplaatsing verliest de beeldhouwer de ruimtelijke samenhang uit het oog, waardoor het werkstuk reduceert tot een 'dikke tekening' in plaats van een waarlijk ruimtelijk beeldhouwwerk.

Deze 'dikke tekening' is de grootste valkuil voor de beginnende en zelfs de gevorderde beeldhouwer. De rondgang dwingt je om 'in de ronde' te denken. In de wiskunde noemen we dit de overgang van euclidische meetkunde op een plat vlak naar ruimtelijke topologie. Je bent bezig met het beheren van volumes die elkaar verdringen in de ruimte.
De wetenschap van ruimtelijke cognitie
Onderzoek naar spatial thinking (ruimtelijk denken) laat zien dat er een direct verband bestaat tussen fysieke beweging en het vermogen om complexe 3D-structuren te visualiseren. Wanneer je om je beeld heen loopt, activeer je je vestibulaire systeem (je evenwichtsorgaan) en je proprioceptie (het besef van waar je lichaam zich bevindt). Deze fysieke feedback helpt je hersenen om een nauwkeuriger mentaal model van het beeld te maken.

Er is een beroemd experiment van de psychologen Shepard en Metzler over 'mentale rotatie'. Zij toonden aan dat mensen tijd nodig hebben om een object in hun hoofd te draaien om te zien of het hetzelfde is als een ander object. Hoe groter de draaiing, hoe langer het duurt. In de beeldhouwkunst is de rondgang de fysieke uitvoering van deze mentale rotatie. In plaats van te proberen de steen in je hoofd te draaien – wat enorm veel energie kost en vaak foutgevoelig is – draai je je lichaam om de steen heen. Je geeft je hersenen letterlijk de data die ze nodig hebben om de vorm te begrijpen.
​

In mijn 'chaos schriftjes' methode adviseer ik makers vaak om silhouetten te tekenen van hun steen vanuit minstens acht verschillende hoeken. Niet om die tekeningen letterlijk te volgen, maar om het brein te trainen in de rondgang. Wanneer je die acht perspectieven in je schriftje hebt staan, wordt het tijdens het hakken een automatisme om te controleren of de fysieke steen nog overeenkomt met de ruimtelijke ambitie die je had.
beeld op sokkel correctie beeldhouwer docent
De intuïtieve dialoog in de ruimte
Betekent dit dat de intuïtie ondergeschikt is aan de rondgang? Absoluut niet. De relatie is eerder die van een zeilboot: de intuïtie is de wind in de zeilen die je vooruit stuwt, maar de rondgang is het roer dat voorkomt dat je op de klippen loopt.

Soms doe je tijdens de rondgang een ontdekking die je hele intuïtieve plan overhoop gooit. Je loopt naar de achterkant van je albast en ziet daar een transparante plek waar het licht prachtig doorheen valt. Opeens zegt je intuïtie: "Vergeet die torso, deze transparantie moet het middelpunt worden." Op dat moment reageert je intuïtie op de data die de rondgang heeft aangeleverd. Dit is de hoogste vorm van creativiteit in het atelier: de flexibiliteit om je plan aan te passen op basis van ruimtelijke ontdekkingen.

In de kunstgeschiedenis zien we dit meesterschap terug bij beeldhouwers als Giambologna. Zijn werk De Sabijnse Maagdenroof is het ultieme voorbeeld van de figura serpentinata – een compositie die je dwingt om eromheen te lopen omdat er geen 'hoofdaanzicht' is. Elk punt in de rondgang is even belangrijk en even spannend. Giambologna had de discipline om geen enkele hoek te verwaarlozen. Hij begreep dat een beeld pas echt 'leeft' als de energie doorstroomt van de teen aan de voorkant naar de vingertop aan de achterkant, via een ononderbroken ruimtelijke lijn.
De fysieke praktijk: afstand en nabijheid
Onderdeel van de rondgang is niet alleen het draaien om de steen, maar ook het variëren in afstand. Alex en ik hameren daar constant op in de lessen. "Neem afstand!" roepen we vaak door het stof van het atelier. Waarom? Omdat je van dichtbij alleen de textuur en de kleine bochtjes ziet (de intuïtieve details), maar van veraf de architectuur van het beeld ziet (de ruimtelijke beheersing).

Wanneer je op drie meter afstand staat, vallen de details weg en zie je alleen nog het silhouet tegen de achtergrond. Dit is het moment waarop je ziet of het beeld 'omvalt' of dat de massa's in balans zijn. De rondgang op afstand is de meest eerlijke criticus die je hebt. Het is ook de plek waar je de relatie met de omgeving ziet. Hoe gedraagt de steen zich in de ruimte van het atelier? Hoe vangt hij het licht dat door de ramen aan de Kenauweg valt?

In onze webshop Samstone proberen we dit ruimtelijke aspect ook over te brengen door stenen van meerdere kanten te fotograferen. We willen dat de koper al een 'digitale rondgang' maakt voordat de steen op de werktafel ligt. Een goede steen nodigt namelijk uit tot beweging. Een saaie steen is van alle kanten hetzelfde; een spannende steen verandert van karakter bij elke stap die je zet.
De psychologie van het 'vastlopen'
Wat gebeurt er als je de rondgang verwaarloost? Je loopt vast in wat we in de psychologie functional fixedness noemen. Je raakt zo gefixeerd op één manier om naar het probleem (de steen) te kijken, dat je geen alternatieven meer ziet. Je blijft maar hakken op die ene plek, in de hoop dat het 'vanzelf' goed komt. Maar de oplossing voor een probleem aan de voorkant van de steen zit bijna altijd aan de zijkant of de achterkant.
​

Door de rondgang te forceren – letterlijk je gereedschap neerleggen en weglopen – breek je die fixatie. Je hersenen krijgen een 'incubatieperiode'. Wanneer je na een rondje om de tafel weer op je oorspronkelijke plek terugkomt, zie je de steen met nieuwe ogen. Je ziet opeens dat de reden waarom die ene lijn niet werkte, kwam door een teveel aan massa aan de andere kant die je van voren niet kon zien.
De rondgang als artistiek statement
Bij experimentele 3D-vormen is de rondgang vaak het onderwerp van het werk zelf. Denk aan het werk van Richard Serra of, in de steen, de abstracte vormen van Isamu Noguchi. Zij spelen met hoe de toeschouwer zich beweegt ten opzichte van het object. Als maker moet jij die beweging vooruitlopen. Jij moet de toeschouwer verleiden om die wandeling te maken. Dat lukt alleen als je tijdens het maken zelf die kilometers hebt afgelegd.
​

In de 25 jaar dat wij lesgeven, hebben we gemerkt dat de meest succesvolle beelden de beelden zijn die 'kloppen' in hun rondgang. Het zijn beelden waarbij de maker de moed had om een prachtig detail aan de voorkant op te offeren omdat het de ruimtelijke integriteit van de achterkant in de weg zat. Dat is de ware discipline van de beeldhouwer: de bereidheid om je intuïtie te toetsen aan de meedogenloze waarheid van de 360 graden.
alex sluimer docent steen cursisten schort beeldhouwen
De dans met de steen
Intuïtief hakken is de passie, de rondgang is de ratio. Zonder passie wordt het beeld een koud technisch hoogstandje; zonder rondgang wordt het een rommelig hoopje emotie in steen. De kunst is om ze te laten versmelten. Laat je leiden door je eerste ingeving, maar wees streng voor jezelf in de uitvoering. Blijf lopen, blijf kijken, blijf draaien.

Beeldhouwen is geen zittend beroep. Het is een dans. Een dans met een partner die miljoenen jaren oud is en die geen enkel foutje in je ruimtelijk inzicht onopgemerkt laat voorbijgaan. Maar als je die dans beheerst, als je leert om je intuïtie te voeden met de data van de rondgang, dan ontstaat er iets magisch. Dan wordt de steen gewichtloos. Dan lijkt het alsof de vorm niet uit de steen is gehakt, maar er altijd al in heeft gezeten, wachtend op iemand die de moeite nam om hem van alle kanten te bekijken.

Dus, de volgende keer dat je die hamer pakt, vergeet dan niet je voeten te gebruiken. Maak die rondgang. Bekijk je werk alsof je een vreemde bent die voor het eerst het atelier binnenloopt. Wat zie je? Klopt het verhaal nog steeds als je naar de 'achterkant' kijkt? Als het antwoord ja is, dan ben je op weg naar meesterschap. Zo niet, geen zorgen. Leg je beitel neer, neem afstand, loop een rondje en begin opnieuw. De steen heeft alle tijd, en jij nu ook.
​

In het atelier in Leiden en via Samstone staan we klaar om je te ondersteunen in deze zoektocht. Of je nu worstelt met de geometrie van een abstract object of de complexiteit van een figuur: onthoud dat de oplossing bijna altijd in de beweging ligt. De rondgang is je beste leraar, je eerlijkste criticus en je trouwste gids in de fascinerende wereld van de drie dimensies.
0 Opmerkingen

Geestgrond, de ruimte van binnen

28/7/2026

0 Opmerkingen

 
Met bibberende knieën en een borrelende buik zat ik zondag 28 juni in de auto. Alex zat achter het stuur, en terwijl het Nederlandse landschap onder onze wielen doorgleed en langzaam veranderde in het Belgische, voelde ik een zeldzame, bijna opgewonden spanning in mijn hele lijf. We waren onderweg naar Antwerpen, naar het KMSKA. Voor het eerst zou ik een grote, allesomvattende overzichtstentoonstelling van Antony Gormley gaan zien op het vasteland van Europa. Dat is voor mij niet zomaar een zondags uitje, dat is een ontmoeting met de man wiens visie op kunst en het menselijk lichaam diep in mijn eigen identiteit als beeldhouwer is gekerfd. Eenmaal binnen lieten we de drukte van de stad achter ons, pakten een warme mok koffie en thee en stapten de zalen binnen van de tentoonstelling Geestgrond.
Een monumentaal fenomeen
Wie de hedendaagse kunst een beetje volgt, weet dat Antony Gormley een monumentaal fenomeen is. Hij is zonder twijfel een van de belangrijkste en meest invloedrijke levende kunstenaars van de Britse kunstgeschiedenis. Hij won de prestigieuze
Turner Prize, werd geridderd voor zijn onschatbare verdiensten aan de beeldhouwkunst en heeft een oeuvre opgebouwd dat wereldwijd iconisch is. Denk aan de gigantische Angel of the North, die stalen engel met de spanwijdte van een Boeing die waakt over het landschap van Newcastle, of aan Another Place, waarbij honderd loodzware gietijzeren figuren op het strand van Crosby permanent in de golven staan, overgeleverd aan het spel van eb en vloed. Gormley heeft de manier waarop we naar standbeelden kijken radicaal veranderd. Hij maakt geen heldenvereringen of anatomische kopieën van de buitenkant van een mens. Hij gebruikt zijn eigen lichaam als een instrument, een mal, om de existentiële ervaring van het mens-zijn te onderzoeken.
Ruimtelijke logica en beleving
De zalen in Antwerpen waar het werk van Gormley staat, versterken die visie op een adembenemende manier. Vergeet stoffige, klassieke museumruimtes. Deze zalen zijn juist helemaal wit, enorm hoog en ontworpen met heel bijzondere, dwingende bliklijnen. Die minimalistische, lichte architectuur doet iets geks met de loodzware
gietijzeren en stalen sculpturen die er staan. De industriële, donkere figuren lijken in die enorme witte volumes bijna te zweven, terwijl hun fysieke massa tegelijkertijd loodzwaar op de vloer drukt. Door de uitgekiende bliklijnen word je van tientallen meters afstand al gedwongen om een relatie met de beelden aan te gaan. Je kijkt door een opeenvolging van gigantische witte doorgangen en ziet in de verte een eenzame, ijzeren gedaante die de ruimte in zijn eentje lijkt te balanceren. Voor een neurodivergent brein zoals het mijne, dat altijd aan staat en constant visuele prikkels absorbeert, was dit een intense ervaring. Je zoekt instinctief naar de ruimtelijke logica en voelt de spanning tussen de objecten vibreren door de lucht.
Afbeelding
Het monument in mijn eigen huid
Die ruimtelijke en fysieke spanning raakt mij persoonlijk tot in het diepste van mijn wezen. De verbinding die ik met het werk van Gormley voel, is namelijk allesbehalve theoretisch of vrijblijvend, het zit letterlijk in mijn huid verankerd. Op mijn onderarm staat zijn iconische sculptuur
Still Standing getatoeëerd. Die inkt zit daar als het tastbare monument van een loodzware, persoonlijke overlevingstocht. Ik leef inmiddels al twintig jaar met de chronische ziekte sarcoïdose. Twintig jaar waarin mijn eigen lichaam regelmatig een vijandelijk strijdtoneel was, waarin vitale energie een kostbaar en schaars goed bleek, en waarin de harde realiteit van pijn en fysieke beperking mijn dagelijkse bedding vormde.

​Wanneer je twintig jaar lang vecht tegen een ziekte die je longen en je gewrichten aanvalt, verandert je relatie met je eigen fysieke omhulsel fundamenteel. Je bent je pijnlijk bewust van de interne ruimte van je lichaam, van de duisternis achter je gesloten ogen en van de grenzen van je eigen massa. En dat is exact de kern van het hele oeuvre van Gormley. Hij laat zich insmeren met gips, ligt minutenlang doodstil in de donkere mal tot het hard is, en gebruikt die afdruk als de basis voor zijn beelden. Hij onderzoekt hoe het voelt om aan de binnenkant van de menselijke vorm te leven.

Toen ik jaren geleden voor het eerst oog in oog stond met Still Standing, voelde ik een schok van pure, rauwe herkenning. Daar stond een ijzeren figuur, gehavend door de elementen, zwaar, maar onwrikbaar rechtop. Ondanks de slijtage, ondanks de interne stormen: nog steeds staande. Dat beeld verwoordde exact mijn eigen weigering om op te geven. Het werd mijn persoonlijke mantra. Het herinnert me er elke dag aan, wanneer ik met mijn voeten in het stof van het atelier sta, dat het lichaam weliswaar breekbaar is, maar dat de menselijke wil een monumentale kracht bezit. Om die figuur nu in die immense, witte Antwerpse zalen te zien staan, bracht een enorme brok in mijn keel. Het herinnerde me eraan dat onze littekens en onze fysieke kwetsbaarheid niet iets zijn wat we moeten verbergen, maar dat ze juist de bron kunnen zijn van onze diepste artistieke noodzaak.

Als kunstenaar helpt deze persoonlijke geschiedenis mij enorm om in mijn eigen werk de absolute diepte op te zoeken. Het behoedt me voor oppervlakkigheid. Als je weet wat het is om te vechten met je eigen materie, met je eigen botten en spieren, dan ga je anders met een brok steen om. Je snapt dat een sculptuur pas echt gaat spreken als er een existentiële spanning in het oppervlak gekerfd staat. Dat is wat ik ook altijd probeer over te dragen in onze lessen: beeldhouwen is geen decoratief trucje. Het is een fysieke denksport waarin je jezelf onherroepelijk tegenkomt, in je goede en je mindere momenten.
beeld hoofd gezicht zwart steen
mens lichaam sculptuur alex sluimer bezoeker
stenen sculptuur hand arm breed mens
De kwetsbaarheid van het levende archief
​Het absolute hoogtepunt van de tentoonstelling in het KMSKA was voor mij een specifieke zaal die voelde alsof we een heilige ruimte mochten betreden, de kraamkamer van zijn gigantische projecten. Gormley heeft namelijk een gigantisch deel van zijn uiterst persoonlijke
atelierdocumentatie rechtstreeks vanuit zijn werkplaats in Londen naar het museum gebracht. Het was een overweldigende, intieme verzameling van ruwe schetsen, vroege tekeningen, materiaalproeven en vormonderzoeken. En wat het helemaal compleet maakte: ook een aanzienlijk deel van zijn immense boekencollectie vol inspiratie was in deze ruimte geplaatst. Boeken over architectuur, psychologie, filosofie, geschiedenis en natuurwetenschappen stonden daar zij aan zij met zijn eigen creatieve spinsels.
​

Er ging een enorme tederheid en menselijkheid uit van die ruimte. Je zag de twijfel van de meester. Je zag de honderden mislukte pogingen, de snelle krabbels op vloeipapier en de zoektocht naar de juiste ruimtelijke verhoudingen. Voor mijn neurodivergente brein, dat altijd op volle toeren draait en in een fractie van een seconde dwarsverbanden legt tussen schijnbaar ongerelateerde dingen, was dit een warm bad. Het was de ultieme bevestiging van hoe een creatieve databank werkt. Je moet die storm van visuele indrukken, boekenwijsheid en concepten ergens een thuis geven voordat je de fysieke wereld instapt. Mijn eigen methode van de 'chaos schriftjes', die ik in ons atelier met iedereen deel, is in feite precies hetzelfde principe in het klein. Het is het creëren van een tijdelijke, veilige bedding voor de chaos in je hoofd, zodat je daarna met focus aan het werk kunt gaan.
Validatie door Sculpture Blocks
Terwijl Alex en ik met onze neus op de vitrines stonden te kijken, deed ik bovendien een ontdekking die me hardop deed lachen van puur plezier. Tussen de complexe studies en de zware materiaalproeven van Gormley lagen ze ineens:
Sculpture blocks. Simpele, lichte hardschuim blokken die hij gebruikt om zijn volumes en driedimensionale verhoudingen snel in het klein uit te testen voordat hij ze in loodzwaar gietijzer of massief staal laat gieten.

Om dat specifieke materiaal wordt bij ons in het atelier nog wel eens lacherig gedaan. Mensen doen soms alsof het een minder materiaal is, een soort tweederangs speelgoed dat niet thuishoort in de serieuze beeldhouwkunst. Maar als jullie mijn blogs vaak lezen, dan weten jullie inmiddels wel hoe ontzettend prettig het is om hiermee te werken. Je kunt er waanzinnig gedetailleerd in werken, het respecteert de vormtaal en het is simpelweg fantastisch om heel snel een ruimtelijke schets uit te kunnen werken zonder dat je meteen kilo's steen hoeft weg te hakken. Dat een wereldwijd gevierde kunstenaar als Antony Gormley exact dit materiaal gebruikt om zijn iconische vormen te doorgronden, is de ultieme validatie voor onze lesmethode. Het haalt het elitaire, stijve randje van de kunstgeschiedenis af en brengt het terug naar de absolute essentie: we proberen allemaal gewoon met vallen en opstaan de leegte en de ruimte te begrijpen.
hand op blok voel
bezoeker licht sculptuur donker contrast
hand reiken mens sculptuur steen
De buit en de blik vooruit
Je snapt natuurlijk wel hoe deze middag moest eindigen. De inspiratie en de adrenaline gierden zo hard door mijn lijf dat ik na afloop onmogelijk rechtstreeks naar de auto kon lopen. De museumshop is in zo'n geval mijn absolute bondgenoot en ik heb hem dan ook zowat leeggetrokken met
Gormley-merchandise. Alex liep hoofdschuddend achter me aan terwijl ik de ene na de andere dikke catalogus, boeken over zijn tekeningen, ansichtkaarten en specifieke publicaties in mijn mandje legde. Mijn interne creatieve databank had verse brandstof nodig en die heeft hij gekregen ook. Thuis liggen de boeken inmiddels verspreid over de tafel en ik kan niet ophouden met bladeren en lezen.
​

Deze overvloed aan visuele indrukken en diepe filosofie moet een uitweg krijgen. Ik kan dit niet zomaar voor mezelf houden aan mijn eigen bok. Dit moet gedeeld worden met onze community van beeldhouwers. Kunstenaar zijn betekent immers dat je nooit klaar bent met je eigen ontwikkeling. Je bent nooit uitgeleerd, nooit klaar met introspectie en reflectie. Je komt jezelf elke dag tegen, in je goede en je mindere momenten. Gormley heeft mijn blik op de verhouding tussen de binnenruimte van de steen en de buitenruimte van het atelier weer vlijmscherp gezet. En dat brengt me bij een grote droom die sinds afgelopen zondag keihard vorm begint te krijgen in mijn hoofd: ik wil dolgraag een exclusieve, diepgaande lezing gaan geven over het werk en de filosofie van Antony Gormley, onmiddellijk gekoppeld aan een grensverleggende workshop in ons eigen atelier.
Een uitdaging voor de gevorderde beeldhouwer
Het is een waanzinnige uitdaging voor de
gevorderde beeldhouwer. Want waar Gormley werkt met toevoeging en gietprocessen, werken wij in de steen natuurlijk met subtractie, met het rigoureus weghalen van massa. Hoe vertaal je die gormleyiaanse focus op de innerlijke ruimte naar een blok weerbarstig albast? Hoe pas je de filosofie van Simone Weil en haar meesterwerk De noodzaak van geworteld zijn toe als bedding voor je techniek, terwijl je tegelijkertijd de moed opbrengt om de veilige geworteldheid van je routine los te laten? We gaan leren kijken met onze ogen dicht, we gaan de spiegelmethode inzetten om onze eigen blinde vlekken te ontmaskeren en we gaan beelden maken die de omringende ruimte actief opeisen.

Terwijl Alex en ik deze plannen op de terugweg in de auto al vloeiend met elkaar doorspraken, besefte ik weer hoe belangrijk de komende maanden voor ons gaan worden. De herfst- en winteracademies komen binnenkort online en de energie van deze tentoonstelling gaat ongetwijfeld de motor worden achter die intensieve binnensessies. Als buiten de najaarsstormen over de Kenauweg jagen en de dagen korter worden, gaan wij binnen aan de bok de absolute diepte opzoeken. We gaan grotere beslissingen durven nemen, we laten de vijl definitief liggen omdat we raspen en de steen niet willen dichtslaan, en we vieren de rauwe beitelsporen. Onthoud wel dat we streng blijven op de regels van de werkplaats: open sandalen zijn absoluut verboden vanwege de veiligheid, en hameren doet een timmerman, een beeldhouwer die hakt met zijn hele lijf vanuit zijn core. Zorg dat je klaarstaat om je in te schrijven zodra de data live gaan, want ik kan je verzekeren dat dit najaarstraject intenser wordt dan ooit tevoren.

Nu ben ik ontzettend benieuwd naar jouw verhaal. Hoe ervaar jij de verhouding tussen je eigen lichaam en de massa van de steen als je aan het werk bent? Heb je het werk van Antony Gormley weleens in het echt gezien, en wat deed dat met jouw blik op ruimtelijke spanning? En belangrijker nog: zou jij erbij willen zijn als we die lezing en workshop over zijn werk gaan organiseren? Laat hieronder een reactie achter onder dit blog, ik wil het ontzettend graag van je horen en samen de dialoog aangaan!
0 Opmerkingen

Wanneer weet je dat een beeld ‘af’ is?

22/7/2026

0 Opmerkingen

 
In het atelier is dit misschien wel de meest gestelde vraag. Je staat bij je bok, je handen zijn grijs van het stof, en je staart naar dat brok marmer waar je de afgelopen maanden een intense relatie mee hebt opgebouwd. Je pakt je rasp, zet een krasje, pakt je schuurpapiertje, haalt het weer weg. En dan komt dat knagende gevoel: moet ik nog verder? Of verpest ik het nu?
​

Weten wanneer een beeld 'af' is, is een van de moeilijkste onderdelen van het kunstenaarschap. Het is de dunne lijn tussen meesterschap en 'over-modelleren'. In deze blog gaan we die grens opzoeken. Geen wollige verhalen over "als je hart het zegt", maar praktische, psychologische en technische ankers om te bepalen wanneer je die hamer definitief mag neerleggen. Want laten we eerlijk zijn: een beeld is zelden echt af, het is op een gegeven moment simpelweg op een punt beland waar elke extra handeling afbreuk doet aan de kracht van het geheel.
​De psychologie van de laatste slag
Laten we beginnen bij je eigen brein. Beeldhouwen is een proces van weghalen. Dat betekent dat elke beslissing onomkeerbaar is. Die wetenschap zorgt voor een bepaalde spanning. Soms blijven we doorwerken omdat we bang zijn voor de leegte die ontstaat als het project klaar is. Of we blijven peuteren in de details (die mandarijnpartjes onder de borst!) omdat we de grote vorm niet durven los te laten.

Volgens de wetten van de gestaltpsychologie zoeken onze hersenen altijd naar een 'gesloten' vorm. We willen dat alles klopt, dat elke lijn vloeiend is en elk oppervlak glad. Maar in de kunst is de perfectie vaak de vijand van de bezieling. Een beeld is af wanneer de intentie van de maker en de weerstand van de steen elkaar hebben ontmoet in een stabiel evenwicht.
1. De technische check: klopt het fundament?
Voordat we naar het gevoel gaan, kijken we naar de techniek. Een beeld kan niet af zijn als de basis niet staat.
  • De 360-graden test. Loop om je beeld heen. Stop elke kwartslag. Is er een 'dood punt'? Een plek waar de vorm inkakt of waar de lijn nergens naartoe leidt? Een beeld is pas af als de beweging overal doorloopt, ook in de hoeken waar je normaal niet kijkt.
  • De schaduw-check. Gebruik je smartphone-scan (blog 3) in zwart-wit. Kijk naar de schaduwen. Zijn ze diep genoeg om de vorm te definiëren, of is alles een beetje 'vlak'? Als de schaduwen de vorm niet meer versterken, ben je klaar met hakken.
  • De anatomische ankers. Zitten de 'baguettes' (de rugspieren) en de 'croissants' (de heupen) op de plek waar ze horen? Als de constructie rammelt, is het beeld niet af, hoe mooi je het ook polijst.
beeldhouwen rasp cursist
2. De wet van de verminderde meeropbrengst
In de economie kennen ze dit principe, maar in het atelier is het net zo relevant. In het begin van je proces zorgt elke slag voor een enorme verandering. Je haalt kilo's steen weg en de vorm verschijnt. Maar naarmate je vordert, worden de veranderingen kleiner.

Je bent nu een uur bezig met het verfijnen van één klein 'rookworstje' bij de navel. Vraag jezelf af: Ziet iemand dit over vijf minuten nog? Verandert dit de uitstraling van het hele beeld? Als het antwoord 'nee' is, dan ben je niet meer aan het creëren, maar aan het poetsen. Dat is het moment om te stoppen.
3. De non-finito: de kracht van het onvoltooide
Kijk eens naar het werk van Michelangelo of Rodin. Veel van hun beroemdste beelden zijn technisch gezien 'niet af'. De ruwe sporen van de spitshamer staan nog in het marmer. Waarom voelen deze beelden toch completer dan een hoogglans gepolijst tuinbeeld uit de bouwmarkt?
​

Omdat ze de verbeelding van de kijker aan het werk zetten. Een beeld is af als het een verhaal vertelt. Soms vertelt een ruwe, ongepolijste schouder veel meer over kracht en strijd dan een spiegelglad oppervlak. Durf delen van je steen met rust te laten. De 'fout' of de ruwe plek is vaak de plek waar de ziel van het beeld woont.
beitel klopper steen beeldhouwen
4. De tactiele test: voelen met je ogen dicht
Dit is een van mijn favoriete methodes in het atelier. Doe je ogen dicht en ga met je handen over het beeld. Je vingers zijn veel eerlijker dan je ogen.
  • Voel je ergens een 'hobbeltje' dat de lijn onderbreekt?
  • Is de overgang van een holte naar een bolling vloeiend?
  • Voelt de textuur overal logisch aan?

​Als je handen over de steen glijden zonder dat ze ergens 'haperen' aan een onlogische vorm, dan heeft het beeld zijn fysieke eindpunt bereikt.
5. De 'nachtje slapen' methode
Dit is waarom we aan de Kenauweg niet van de snelle resultaten zijn. Tijd is je beste adviseur. Ben je ervan overtuigd dat het af is? Dek het beeld toe, ga naar huis, en kijk er een week niet naar.

Wanneer je na die week het atelier weer binnenstapt en je beeld ziet, krijg je een 'visuele klap'. In de eerste drie seconden zie je de waarheid. Je ziet direct of die ene bocht te zwaar is of dat de verhoudingen kloppen. Die eerste drie seconden zijn goud waard; daarna worden je hersenen weer 'blind' voor de vorm. Vertrouw op dat eerste oordeel.
6. Praktische tips om 'af' te besluiten:
  • Zet je handtekening (of niet). Het fysiek signeren van een beeld is een krachtig psychologisch moment. Het is de officiële verklaring: ik sta achter dit werk.
  • Maak een afspraak voor de sokkel. Zodra je met Alex gaat overleggen over hoe het beeld op een sokkel moet (blog 1), dwing je jezelf om de vormfase af te sluiten. De sokkel is de punt op de i.
  • Vraag om een externe blik. Vraag Alex of mij: "Wat mist dit beeld nog om op eigen benen te staan?" Wij kijken niet naar wat jij wou maken, maar naar wat er staat.
Wanneer is het écht klaar?
Een beeld is af wanneer het 'los' komt van de maker. Tijdens het hakken is het beeld een verlengstuk van jouw arm, jouw gedachten, jouw frustraties. Maar op een gegeven moment merk je dat het beeld een eigen persoonlijkheid krijgt. Het staat daar op de bok en het heeft jou niet meer nodig om te vertellen wat het is.

Als je naar je beeld kijkt en je voelt dat je niets meer kunt toevoegen zonder de essentie te vertroebelen, dan is het tijd. Leg je gereedschap neer. Pak een doek, haal het laatste stof weg en wees trots. Je hebt een brok dode materie getransformeerd tot een vorm die de tijd zal trotseren.
​

Het is af. En dat is het mooiste moment van het vak.
Sta jij op het punt om je laatste slag te geven of twijfel je of je nog dieper moet gaan? Kom naar het atelier voor een laatste kritische blik van Alex of Simone. Samen zorgen we dat jouw beeld precies op het juiste moment 'af' wordt verklaard!
0 Opmerkingen

De kracht van negatieve ruimte

20/7/2026

0 Opmerkingen

 
​In mijn atelier hebben we het vaak over wat er is. We praten over die prachtige brok Carrara marmer, over de transparantie van een schijf albast, of over de spierbundels die we in de steen willen vangen. Maar de echte magie? Die ontstaat vaak niet in de steen zelf, maar in de gaten die we erin slaan. Vandaag gaan we het hebben over een van de meest ondergewaardeerde, maar krachtigste instrumenten van de beeldhouwer: de negatieve ruimte.

Ik hoor je al denken: "Simone, ik koop toch geen dure steen om hem vervolgens voor de helft weg te hakken?" Nou, eigenlijk wel. Want zonder leegte is er geen vorm. Zonder de ruimte om het beeld heen, is de steen slechts een dood blok materie. Negatieve ruimte is de lucht die je beeld laat ademen. Het is het onzichtbare frame dat de massa betekenis geeft. In dit essay duiken we diep in de psychologie van de leegte, kijken we hoe de grote moderne meesters de lucht temden, en daag ik je uit om de confrontatie met het niets aan te gaan. En geloof me, dit gaat je werk van 'leuk' naar 'onvergetelijk' tillen.

Wat is negatieve ruimte eigenlijk?
​Laten we bij het begin beginnen. In de beeldhouwkunst noemen we de steen zelf de 'positieve vorm'. Dat is de massa, het gewicht, de fysieke aanwezigheid. De negatieve ruimte is alles daar omheen, eronder, en vooral: erdoorheen. Denk aan de ruimte tussen de arm en het lichaam. Denk aan het gat in een donut. Denk aan de holte onder een borst die ik vaak omschrijf als de plek voor de 'mandarijnpartjes'.

Negatieve ruimte is niet 'niets'. Het is een actieve component van je compositie. Als je een hand op je heup zet, creëer je een driehoek van lucht tussen je arm en je zij. Die driehoek is net zo belangrijk voor de kijker als de arm zelf. Waarom? Omdat onze hersenen vormen herkennen door contrast. De leegte tekent de contouren van de massa. Als die leegte saai is, is je beeld saai. Als die leegte spannend is, zindert je hele sculptuur.
Waarom de leegte je beeld beter maakt
Veel beginnende beeldhouwers zijn bang voor de leegte. Ze houden de massa compact, uit angst dat de steen breekt of dat ze 'te veel' weghalen. Het resultaat is vaak een beeld dat zwaar en gesloten oogt. Het 'eist' de ruimte niet op; het trekt zich eruit terug.
​
Door bewust negatieve ruimte te creëren, bereik je drie cruciale dingen.
  1. Licht en schaduw. Negatieve ruimte is een 'lichtvanger'. Een gat in de steen creëert diepe schaduwen en heldere randen. Het geeft je beeld een dramatisch contrast dat met alleen oppervlakte-bewerking nooit lukt.
  2. Dynamiek en beweging. Leegte suggereert actie. Een gesloten vuist is statisch, maar gespreide vingers (met lucht ertussen) vertellen een verhaal van grijpen, loslaten of spanning.
  3. Ruimtelijk inzicht. Het dwingt de toeschouwer om om het beeld heen te lopen. Een gat nodigt uit om erdoorheen te kijken naar de andere kant. Het maakt je beeld 360-graden interessant.
Moderne meesters van het niets
Om te begrijpen hoe krachtig dit werkt, moeten we kijken naar de kunstenaars die de lucht als hun voornaamste materiaal gebruikten.

Henry Moore is natuurlijk de koning van het gat. Voor Moore was het gat in de steen een manier om de voorkant met de achterkant te verbinden. Hij maakte de binnenkant van de steen zichtbaar. Als je naar een Moore kijkt, zie je dat de 'lucht-vormen' net zo zorgvuldig zijn ontworpen als de 'steen-vormen'. Hij gebruikt de leegte om organische landschappen te creëren in het menselijk lichaam.

Een andere grootmeester is Barbara Hepworth. Zij ging nog een stap verder door de binnenkant van haar gaten soms te beschilderen of te polijsten tot een spiegelglans. De negatieve ruimte werd bij haar een venster naar een andere wereld. Ze liet zien dat een gat geen afwezigheid is, maar een brandpunt van energie.

henry moore beeld
En kijk eens naar de abstracte werken van Eduardo Chillida. Zijn massieve ijzeren en stenen beelden lijken de lucht 'vast te pakken'. Hij creëert ruimtes die aanvoelen als kamers, als schuilplaatsen. Bij Chillida is de negatieve ruimte de hoofdrolspeler; de materie is er alleen om de leegte te definiëren.
Hoe ga je er mee om?
In mijn lessen daag ik je uit om de leegte te ontwerpen. Ga niet zomaar gaten boren, maar denk na over de vorm van de lucht. Hier zijn een paar manieren om met negatieve ruimte te spelen:

1. De 'kijk-erdoorheen' check
Als je aan het hakken bent, buk dan eens en kijk door de holtes van je beeld heen naar de andere kant van het atelier. Wat zie je? Is de vorm van het 'venster' interessant? Als het gat een vormeloze vlek is, moet je de randen van de steen scherper definiëren. De lucht moet een eigen 'silhouet' krijgen.
barbara hepworth sculptuur
2. De balans tussen massa en lucht
Soms heb je een massief blok marmer dat 'dood' aanvoelt. Probeer dan eens een 'tunnel' te maken. Niet een recht gat, maar een bochtige gang door de steen heen. Je zult merken dat de weg die het licht aflegt door die tunnel je ruimtelijk inzicht enorm vergroot. Je leert de dikte van de wanden voelen.

3. De 'bijna-aanraking'
Dit is een van de spannendste vormen van negatieve ruimte: twee delen van de steen die elkaar bijna raken. Er ontstaat een soort elektrische spanning in de millimeter lucht tussen de twee vormen. Het dwingt de toeschouwer om met ingehouden adem te kijken: "Gaan ze elkaar raken of niet?" Dit is de ultieme manier om emotie in je werk te leggen.
De angst voor de breuk
Ik weet wat je tegenhoudt. "Simone, als ik die arm losmaak van het lichaam, dan breekt hij af!" En ja, dat risico is er. Maar expertise betekent ook dat je leert hoe je de steen technisch ondersteunt terwijl je de leegte opzoekt. Alex Sluimer is een meester in het adviseren over de 'krachtenleer' van de steen. Hij ziet waar de spanning in de kristallen oploopt en waar je nog net die extra centimeter lucht kunt winnen.
​
En als het dan toch breekt? Dan is dat geen ramp, maar een les. Vaak is een breuk de manier van de steen om te zeggen: "Hier wilde ik eigenlijk niet zijn." Het dwingt je om een nieuwe, vaak veel spannendere negatieve ruimte te creëren die je vooraf nooit had durven plannen.
De psychologie van de leegte
Waarom raakt negatieve ruimte ons zo? Omdat we onbewust onze eigen lichamen projecteren op de sculptuur. We voelen de ruimte onder onze eigen oksels, tussen onze benen, in de holte van onze rug. Een beeld met veel negatieve ruimte voelt 'vrij' en 'licht'. Een compact beeld zonder gaten voelt 'beschermd' of 'zwaar'.

Door te spelen met de lucht, speel je met de emotie van de kijker. Wil je dat je beeld kwetsbaar overkomt? Maak de verbindingen tussen de massa's dun en de tussenruimtes groot. Wil je kracht uitstralen? Houd de massa compact, maar maak diepe insnijdingen die als schaduw-lijnen de spierbundels accentueren.
barbara hepworth beeld rijksmuseum
Een uitnodiging tot experiment
Ik wil dat je bij je volgende project begint met een schets van de lucht. Teken niet het beeld, maar teken de gaten die je wilt maken. Pak een reststukje albast en probeer daar zoveel mogelijk lucht in te vangen. Hoe dun kun je de wanden maken voordat ze transparant worden? Hoe complex kun je de tunnel maken?

Negatieve ruimte is de plek waar jouw creativiteit de vrije loop krijgt. De steen is de beperking, de lucht is de mogelijkheid. Wees niet bang om de steen te 'doorboren'. Wees niet bang voor het niets. Want in dat niets ligt de ware kracht van je sculptuur.

Mijn persoonlijke gedachte is dat we in ons drukke leven vaak vergeten om ruimte te maken voor de leegte. We vullen onze agenda's, onze huizen en onze hoofden tot de nok toe vol. Beeldhouwen leert je de waarde van het weglaten. Het leert je dat minder vaak echt meer is. Als je eenmaal de schoonheid van de negatieve ruimte hebt ontdekt, kijk je nooit meer op dezelfde manier naar een blok steen.

Kom naar het atelier. Laten we samen die roldeur omhoog doen, de lentezon binnenlaten en beginnen met het uithakken van de lucht. De wereld heeft genoeg massa; laten we samen wat ruimte maken.

Ben jij klaar om de confrontatie met de leegte aan te gaan? Pak die beitel en durf het 'niets' vorm te geven. Ik sta naast je om te kijken of je ruimtelijk inzicht de sprong waagt. De steen is geduldig, de lucht is gewillig. Laten we gaan hakken!
Wil jij leren hoe je de leegte inzet om jouw beelden werkelijk te laten ademen? Schrijf je in voor een van onze lessen in Leiden of kom langs aan de Kenauweg voor een strippenkaart-les en laat de expertise van Simone en Alex je helpen om de onzichtbare kracht van jouw werk te onthullen!
0 Opmerkingen

Het narratief van de breuk: literatuur en de poëtica van de steen

16/7/2026

0 Opmerkingen

 
Het is de late avond in het atelier. De zon is allang ondergegaan en de wereld buiten is verstild, maar hier binnen hangt de geconcentreerde energie van een dag hard werken nog in de lucht. Terwijl de beitel rust op de bok, dwaalt mijn hoofd vaak af naar de stapels boeken die mijn nachtkastje en het kantoor sieren.

In het zachte kunstlicht krijgt de steen een andere dimensie. Voor mij is er geen grens tussen de taal van het albast en de taal van het papier. Beeldhouwen is voor mij een vorm van schrijven in drie dimensies. Wanneer ik een ruw stuk albast benader (mijn liefste steen, met zijn transparantie en zachte, bijna vleselijke textuur) zie ik geen statisch object, maar een onvoltooid manuscript. Vandaag onderzoeken we het 'narratief van de breuk' en hoe de principes van de literatuur de weg wijzen naar een sculptuur waar de passie van af spat.
De beeldhouwer als auteur: het ritme van de materie
Een goed boek, zoals het recente meesterwerk Waak over haar van Jean-Baptiste Andrea of de klassieke diepgang in Gezel in Marmer, vertelt een verhaal niet alleen door wat er staat, maar vooral door hoe het er staat. In de literatuur bepaalt de cadans van de woorden de emotionele impact. Korte, afgekapte zinnen creëren spanning; lange, vloeiende alinea’s bieden rust. Aan de bok hanteren we precies hetzelfde instrumentarium. De manier waarop je een beitelspoor zet in het albast, is je handschrift.

Wanneer ik werk aan de welvingen van een beeld, zoek ik naar het ritme. Albast nodigt uit tot een tederheid die marmer soms mist; het materiaal reageert op elke nuance van je aanraking. Een reeks repeterende inkepingen werkt als een alliteratie in een gedicht: het bevestigt een vorm en creëert een visuele hartslag. Maar een sculptuur die alles 'dichtschrijft', die elk detail tot in de finesse uitlegt, verliest haar adem. In de literatuur noemen we dit 'show, don't tell'. De kracht van de suggestie is vele malen groter dan de volledige weergave. Een beeld hoeft niet elk gewricht te tonen om de beweging van een lichaam te vangen; een enkele, trefzekere lijn in de semitransparante steen kan een heel epos vertellen.
boek natuur beeldhouwen in steen nagels
lezen boek kleur bloem steen zonnehoed
Non finito en de witregels van de steen
Een van de meest indrukwekkende technieken in de kunstgeschiedenis is het non finito van Michelangelo. Hoewel hij bekend stond om zijn marmer, is het principe van de 'onvoltooide' slaaf die zich uit de materie worstelt, universeel. In het albast werkt dit principe prachtig: de overgang van het gepolijste, lichtdoorlatende oppervlak naar de rauwe, melkachtige en onbewerkte massa werkt als een witregel in een gedicht. Het is de stilte waarin de lezer — of de toeschouwer — zijn eigen verhaal kan invullen.

Academisch gezien spreken we hier over de semiotiek van de vorm. We geven betekenis aan tekens. Een breuk in het albast is een teken van kwetsbaarheid en vergankelijkheid, maar door de zachte aard van de steen ook van een enorme intimiteit. In moderne narratieve structuren zien we vaak een open einde; de auteur vertrouwt op de intelligentie van de lezer om het verhaal te voltooien. In het atelier leer ik je om diezelfde moed te tonen. Durf een deel van de steen ruw te laten. Durf een lijn te laten doodlopen. Deze 'literaire breuken' sturen de lezer van je sculptuur zonder dat je een woord hoeft te gebruiken. Ze maken het werk gelaagd en mysterieus, precies zoals de beste literatuur dat doet.
De 'chaos schriftjes': de alchemie tussen pen en beitel
Mijn liefde voor het schrijven is onlosmakelijk verbonden met mijn leven aan de bok. Inmiddels heb ik de proefdruk uitgebracht van mijn vijfde boek — een reis die me leidde langs twee boeken over de fascinerende wereld van Boudewijn Büch naar drie boeken over het meesterschap van het beeldhouwen die dit jaar het licht zullen zien. Deze dubbele identiteit van schrijver en beeldhouwer komt fysiek samen in mijn 'chaos schriftjes' methode. In de stilte van de late avond is dit de plek voor introspectie. Hier sla ik de zinnen op die me raken, de metaforen die blijven haken en de reflecties op mijn eigen reis in de steen.

De reis van een tekstuele ingeving naar een haptisch object is een proces van vertaling. Ik schrijf over de weerstand die ik voel, over de keuzes die ik moet maken en over de angst om het fragiele albast te 'vermoorden' met een te harde slag. Door dit op te schrijven, dwing ik mezelf tot een diepere introspectie. Het helpt me om de vorm niet alleen visueel te bepalen, maar ook narratief. Waar gaat dit beeld over? Is het een verhaal van bevrijding of van beklemming? Het schriftje geeft me de vleugels om verder te kijken dan de techniek. Het zorgt ervoor dat mijn sculpturen niet alleen objecten zijn, maar gestolde gedachten die letterlijk en figuurlijk vleugels krijgen door de reflectie van de pen op papier.
Literatuur als spiegel voor de vooruitgang
Boeken zijn voor mij de spiegels waarin ik mijn eigen voortgang als beeldhouwer zie. De literatuur opent mijn blik op de universele strijd van de maker. In Waak over haar zien we hoe de personages vechten om de materie te laten spreken tegen de klippen van de tijd op. Dat geeft me moed wanneer een stuk albast op de bok weigert mee te werken of een verborgen barst vertoont. Het herinnert me eraan dat we allemaal onderdeel zijn van een lange traditie van zoekers, verzamelaars en vertellers.

Het lezen voedt mijn creatieve databank. Het zorgt ervoor dat ik aan de bok niet alleen een mineraal zie, maar ook de poëtica van de breuk. Het leert me dat imperfectie de plek is waar de menselijkheid binnensijpelt. Een beeld dat 'af' is, is vaak dood. Een beeld dat leeft, draagt de littekens van haar ontstaansgeschiedenis met zich mee, precies zoals een goed verhaal de lezer getekend achterlaat.
lathyrus foto boek beeld steen bloem
Jouw verhaal in steen
Mijn persoonlijke sculpturen op simonevanolst.com zijn stuk voor stuk hoofdstukken uit mijn eigen biografie, vaak uitgevoerd in dat prachtige, lichtvretende albast. Ze zijn te koop voor wie een verhaal wil bezitten dat niet in woorden te vangen is. In mijn doorlopende cursussen en tijdens de masterclasses — zoals de 'chaos schriftjes' methode en Schets naar Beeld — leer ik je om je eigen auteur te worden. We gebruiken de literatuur als gids om je eigen 'voorhoede' in de steen te vinden.

De lichten in het atelier gaan bijna uit. Pak je schriftje, pak je hamer, en begin met schrijven. De steen wacht op jouw verhaal.
0 Opmerkingen

De blinde vlek van het oog

14/7/2026

0 Opmerkingen

 
Je staat aan de bok, de ruimte om je heen is gevuld met het vertrouwde, ritmische geluid van tikkende beitels en het zachte ritselen van raspen. Je bent al uren bezig met die ene subtiele boog in je blok albast. Je kijkt, je schuift een centimeter op, je schraapt wat stof weg en je kijkt opnieuw. In jouw beleving klopt de lijn nu volkomen. De glooiing loopt vloeiend over in de rest van de massa, de verhoudingen voelen logisch en de ruimtelijke spanning is precies zoals je hem thuis op de bank had uitgedacht. Je bent tevreden. Maar dan loop je naar de andere kant van het atelier, je pakt de grote handspiegel die daar aan de muur hangt, je stapt terug naar je bok en je bekijkt je sculptuur in de reflectie.

Wat er op dat moment gebeurt, voelt bijna als fysieke agressie. In de spiegel staat ineens een volslagen ander beeld. De vloeiende lijn die je net nog bewonderde, blijkt in de reflectie een lelijke, knikkende inzinking te hebben. De verhoudingen rammelen aan alle kanten en de onderkant van de vorm is zo lomp gebleven dat de sculptuur visueel loodzwaar in de sokkel zakt. Je wrijft in je ogen, je kijkt weer rechtstreeks naar de steen en verdomd: ineens zie je de fout daar ook. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat je hier urenlang met je neus bovenop hebt gestaan zonder dit op te merken? Het antwoord is pijnlijk maar fascinerend: je eigen ogen hebben je de afgelopen uren keihard voorgelogen. Of beter gezegd, je brein heeft een loopje met je genomen.

Voor de gevorderde maker is dit een van de meest cruciale lessen in het hele creatieve proces. Succesvol beeldhouwen hangt namelijk voor tachtig procent af van je vermogen om de kramp van je eigen waarneming te doorbreken. Het gaat niet alleen om de ambachtelijke beheersing van je gereedschap, het gaat om het aanleren van een volstrekt nieuwe zintuiglijke discipline. We moeten leren kijken als een beeldhouwer. Om dat echt te begrijpen, moeten we de romantische ideeën over artistieke intuïtie even parkeren en diep in de neurologie duiken. Er is namelijk een vlijmscherpe, wetenschappelijke verklaring voor die plotselinge visuele blindheid aan het hakblok. Your brain is a liar, en de spiegel is het enige instrument dat hard genoeg terugslaat om de waarheid boven tafel te krijgen.
steen kantelen beeldhouwen
Het voorspellende brein en de optische luiheid
​
Om te begrijpen waarom je hersenen liegen als je te lang op de vierkante centimeter werkt, moeten we kijken naar hoe ons visuele systeem evolutionair is opgebouwd. We groeien op met het idee dat onze ogen functioneren als een soort passieve videocamera. Het licht valt op je netvlies, de signalen reizen via de oogzenuw naar de visuele cortex achter in je hoofd en daar wordt een perfecte, objectieve live-registratie van de buitenwereld opgebouwd. Neurowetenschappers weten inmiddels dat dit een totale illusie is. De verwerking van visuele informatie kost ons brein namelijk gigantisch veel energie. Als de visuele cortex elke milliseconde alle binnenkomende fotonen vanaf nul zou moeten analyseren en berekenen, zouden onze hersenen onmiddellijk oververhit raken.

​Om die energiezuinigheid te garanderen, maakt ons brein gebruik van een mechanisme dat in de cognitieve psychologie predictive processing, oftewel
voorspellende codering, wordt genoemd. De bekende Nederlandse neurowetenschapper Dick Swaab beschrijft in zijn inzichten over de werking van het menselijke brein hoe ons centrale zenuwstelsel continu interne modellen van de werkelijkheid construeert. Je brein kijkt niet primair van buiten naar binnen (bottom-up), maar projecteert zijn eigen verwachtingen van binnen naar buiten (top-down). Je ziet in feite niet wat er daadwerkelijk staat, je ziet de best mogelijke voorspelling die je hersenen hebben gemaakt over wat er zou moeten staan.
Wanneer je als beeldhouwer start met een nieuw project, activeer je direct zo’n krachtig top-down model. Je hebt een concept in je hoofd, een ruimtelijk idee dat is opgeslagen in je creatieve databank. Mijn eigen neurodivergente brein is bijvoorbeeld een constante storm van zulke visuele modellen. Ik sla patronen op uit de permacultuur op de volkstuin, ik absorbeer de industriële structuren van een technofestival en ik neem de ingewikkelde bliklijnen mee van experimentele installaties uit musea. Al die flarden vormen samen een intern architectonisch blauwdruk.

Wanneer je vervolgens voor je blok steen gaat staan, begint je brein dat interne model over de ruwe werkelijkheid van de materie heen te projecteren. Je kijkt naar de steen, maar je hersenen zijn zo enthousiast over je eigen plan dat ze de fysieke afwijkingen, de asymmetrie en de constructiefouten simpelweg wegfilteren om het interne model kloppend te houden. Je kijkt naar je idee, niet naar de realiteit.
gaten steen beitel
De valkuil van de retinale adaptatie
Dit neurologische filter wordt exponentieel sterker naarmate je langer en intensiever op één specifieke plek blijft werken. Dit is het gevaar van de micro-focus, het werken op de vierkante centimeter. Wanneer je uren achter elkaar met je beitel en je rasp op een klein oppervlak van een paar centimeter zit te turen, treedt er een fenomeen op dat neurale adaptatie of habituatie wordt genoemd.

De fotoreceptoren op je netvlies en de neuronen in de primaire visuele cortex (het V1-gebied) reageren extreem sterk op verandering, beweging en contrast. Maar wanneer een visuele prikkel gedurende een lange tijd nagenoeg onveranderd blijft, omdat jij met je neus op dezelfde boog gefocust blijft, beginnen die specifieke zenuwcellen hun vuursnelheid drastisch te verlagen. Ze worden moe, ze raken verzadigd en ze stoppen met het doorgeven van de nuances.

Dit betekent dat je letterlijk blind wordt voor de vorm die onder je handen staat. Omdat de binnenkomende sensorische data (bottom-up) opdroogt door deze retinale vermoeidheid, neemt het voorspellende brein de regie volledig over. Je hersenen vullen de blinde vlekken in met het gecachte, ideale plaatje dat je al uren in je hoofd hebt zitten. Je brein sluit een soort esthetisch compromis met zichzelf: het strijkt de rammelende verhoudingen in je perceptie glad om cognitieve dissonantie te voorkomen.

Je denkt dat je heel geconcentreerd aan het corrigeren bent, maar in werkelijkheid ben je gevangen geraakt in een neurologische echokamer. Je bent je eigen routine aan het valideren. Dit is waarom gevorderde makers zo vaak de mist in gaan bij de afwerking. Ze zien een interessante, ruwe spanning ontstaan en in plaats van uit te zoomen, kruipen ze direct in de verfijning. Ze willen de boel controleren, poetsen en gladmaken, zonder in de gaten te hebben dat de grote vorm in de basis al lang zijn ruimtelijke urgentie heeft verloren.
De spiegel als neurologische sabotage
Hoe breek je door deze hardnekkige biologische blokkade heen? Je kunt namelijk niet simpelweg tegen jezelf zeggen dat je vanaf nu objectiever moet gaan kijken. Je wilskracht is niet sterk genoeg om de automatische energiebesparingsmodus van je visuele cortex te deactiveren. Er is een externe, mechanische schok nodig om het top-down model van je brein met een rotgang omver te blazen. En dat is exact wat de spiegel doet.

Wanneer je de sculptuur bekijkt via de reflectie van een grote spiegel, saboteer je op brute wijze het predictive processing-systeem van je hersenen. Door de horizontale as van het beeld om te draaien, herkent je brein de vorm niet meer als het vertrouwde object waar het al uren een mentaal model van heeft bijgehouden. De visuele configuratie is plotseling compleet nieuw. De aders in het albast lopen ineens de andere kant op, de schaduwen vallen onverwacht en de richting van de lijnen is gespiegeld.

De hersenen proberen het binnenkomende beeld te matchen met het gecachte model, maar die vergelijking faalt jammerlijk. Er ontstaat een gigantisch 'error-signaal' in je neurale netwerk. Dit foutensignaal dwingt de prefrontale cortex om de automatische piloot onmiddellijk uit te schakelen. Je brein kan niet anders dan overschakelen op pure, bottom-up verwerking. Het moet de visuele data noodgedwongen vanaf de basis opnieuw gaan berekenen en analyseren. Het top-down filter ligt in duizend scherven op de grond. De spiegel dwingt je om de sculptuur te zien zoals hij daadwerkelijk in de fysieke ruimte staat: als een rauw, anoniem driedimensionaal object, ontdaan van al je artistieke intenties en romantische projecties.

Ineens zie je die knik in de boog wel. Ineens zie je dat die asymmetrie helemaal niet spannend is, maar gewoon een slappe constructiefout. De spiegel trekt je onbarmhartig uit je comfortzone en confronteert je met de harde realiteit van de massa. Dit is de essentie van kijken als een beeldhouwer. Het is het cultiveren van de trage, objectieve blik die de ruis uit je hoofd elimineert.
De wetten van de ruimtelijke transformatie
De spiegelmethode is geen extraatje, maar een fundament van onze methodiek. Tijdens de lessen houden Alex en ik scherp toezicht. Wanneer je twintig minuten op dezelfde vierkante centimeter schuurt, grijpen we in. We vragen je het gereedschap neer te leggen, afstand te nemen en de spiegel te gebruiken. We praten je niet naar de mond en wijzen je direct op saaie vormen of het ontwijken van lastige compositorische beslissingen. Wij dagen je uit om dwars door de barrière van je eigen perceptie heen te breken.

Naast de spiegel gebruiken we andere neurologische technieken om je voorspellende brein te ontregelen, zoals het constant kantelen van de steen op de bok. Zodra je de steen draait, veranderen de zwaartekracht en de schaduwwerking, waardoor de massa zich opnieuw moet verhouden tot de leegte. Dit dwingt je tot nadenken over de innerlijke monumentaliteit van je beeld. Wij geloven dat een klein sculptuurtje evenveel impact kan maken als een monumentaal werk, mits alle anekdotische franjes zijn weggehaald en de pure, gecomprimeerde kern overblijft. De spiegel is hierbij je ultieme instrument om die universele spanning te toetsen.

Dit proces vraagt om een veilige en stabiele basis, want je kunt je waarneming pas loslaten als je fundament onwrikbaar is. Daarom hanteren we een ijzeren discipline wat betreft houding en veiligheid. Beeldhouwen is een fysieke sport waarbij je vanuit je core werkt en niet vanuit je pols. Je moet stevig op je benen staan en gesloten schoenen dragen, zodat je voeten beschermd zijn bij het verplaatsen van zware steen. Pas vanuit een veilige fysieke houding ontwikkel je de mentale flexibiliteit om de confrontatie met de steen en met jezelf aan te gaan.​
roze steen rasp handschoen
Exposities en de Leidse Kunstroute
Dit diepgaande vormonderzoek, waarbij we de ambachtelijke techniek verbinden met neurologische scherpte en filosofische diepgang, is de rode draad door al onze activiteiten. Voordat het nieuwe seizoen start, vieren we eind september een gigantisch artistiek hoogtepunt. Op 26 en 27 september 2026 transformeren we ons hele atelier tot een monumentale salon tijdens de grote expositie van de Leidse Kunstroute. Dit wordt een waanzinnig evenement waarin we onze eigen expertise tonen en een breed publiek kennis laten maken met ons atelier en de sfeer van het werken bij ons.

De Leidse Kunstroute is voor ons het ideale podium om deze verbinding tussen vakmanschap en autonomie te tonen. Het is een prachtig moment om als atelier deel uit te maken van het bruisende culturele klimaat in de stad. Voor bezoekers biedt het de unieke kans om niet alleen naar afgeronde kunstwerken te kijken, maar ook om de sfeer van ons atelier te proeven en in gesprek te gaan met de (ook jonge!) makers. Het is meer dan een expositie; het is een uitwisseling van visies die de basis legt voor de creatieve energie waar we het hele jaar op voortbouwen.
Het nieuwe seizoen: claim je plek aan de bok
Direct na deze expositie, in de eerste week van oktober 2026, gaan de deuren van onze wekelijkse, doorlopende beeldhouwcursussen weer wagenwijd open. Als buiten de najaarsstormen over de Kenauweg jagen en de winterkou zijn intrede doet, creëren we binnen een warme, bruisende en hyper-gefocuste proeftuin. We werken in deze cursussen met onze beproefde, flexibele strippenkaarten. Dat geeft jou als gevorderde maker de ultieme artistieke vrijheid: je bent niet gebonden aan een rigide schoolsysteem, maar je claimt je plek aan de bok wanneer het past binnen het ritme van jouw eigen creatieve proces en je eigen databank aan ideeën.

Ik moet echter heel helder met je zijn: de doorlopende cursus zit op dit moment al bijna helemaal vol. De avonden op de dinsdag en de woensdag puilen traditioneel snel uit en de plekken voor het nieuwe seizoen zijn dit jaar sneller gegaan dan ooit tevoren. Gelukkig hebben we op een aantal specifieke dagdelen nog wat ruimte kunnen creëren voor makers die de diepte in willen. We hebben op dit moment nog een aantal plekken vrij op de middagen op donderdag en vrijdag, en er zijn nog enkele bokken beschikbaar op de zaterdagochtend en de zaterdagmiddag.

Het is ook zo dat de prijzen verhoogd worden per 1 augustus. Wacht dus niet te lang en zorg dat je deze week je strippenkaart voor het seizoen dat in oktober 2026 start nog snel veiligstelt. Als de resterende plekken op de donderdag-, vrijdag- en zaterdagsessies eenmaal vergeven zijn, sluit de poort onherroepelijk en zetten we de wachtlijst erop. We houden de groepen bewust heel klein om de persoonlijke, vakkundige en uitdagende begeleiding van Alex en mij te kunnen garanderen.

​Laat je visuele cortex je niet langer voor de gek houden in je eentje in je schuurtje. Stap het atelier binnen, pak die grote spiegel, zet je beitel op het albast en leer eindelijk kijken naar wat er werkelijk staat.

Nu ben ik ontzettend benieuwd naar jouw ervaringen met deze neurologische sabotage. Heb jij weleens meegemaakt dat de spiegel je een complete schok bezorgde toen je dacht dat je beeld af was? Hoe dwing jij jezelf om uit te zoomen als je merkt dat je verdwaalt in de details van de vierkante centimeter? Laat hieronder een reactie achter onder deze blog, ik wil jouw visie ontzettend graag horen en samen de discussie voortzetten aan de bok!
0 Opmerkingen
<<Vorige

    Simone van Olst

    Beeldhouwer, begeleider kunstenaars, museum lover, organisator culturele projecten, kunstlezingen, schrijver.

    Archief

    Augustus 2026
    Juli 2026
    Juni 2026
    Mei 2026
    April 2026
    Maart 2026
    Februari 2026
    Januari 2026
    December 2025
    November 2025
    Oktober 2025
    September 2025
    Augustus 2025
    Juli 2025
    Juni 2025
    Mei 2025
    April 2025
    Maart 2025
    Februari 2025
    Januari 2025
    December 2024
    November 2024
    September 2024
    Februari 2022
    Januari 2022
    December 2021
    November 2021
    Oktober 2021
    September 2021
    Juni 2021
    December 2020
    November 2020
    Oktober 2020
    September 2020
    Oktober 2019
    Juni 2019
    Oktober 2018
    September 2018
    Juni 2018
    Mei 2018
    December 2016
    November 2016
    Oktober 2016
    September 2016
    Augustus 2016
    Juli 2016
    Juni 2016
    Mei 2016
    April 2016
    Maart 2016
    Februari 2016
    Januari 2016
    December 2015
    November 2015
    Oktober 2015
    September 2015
    Augustus 2015
    April 2015
    Maart 2015
    Januari 2015
    December 2014
    November 2014
    September 2014

    Categorie

    Alles
    Abstractie
    ADHD
    Albast
    Alex Sluimer
    Angst
    Balans
    Beelden
    Beeldhouwatelier Leiden
    Beeldhouwen
    Boeken
    Brein
    Chaos Schriftjes Methode
    Compositie
    Creatief Proces
    Creativiteit
    Denkwerk
    Diepte En Perspectief
    Divergent Denken
    Doe Het Zelf
    Emotionele Inhoud
    Energie
    Exposities
    Genieten
    Healing
    Hygge
    Innerlijke Rust
    Innovatie
    Inspiratie
    Kristal
    Kunst Leiden
    Kunstroute
    Lagom
    Leidse Kunstroute
    Marmer
    Mentale Rust
    Mindset
    Narratief
    Negatieve Ruimte
    Overvloed
    Persoonlijke Groei
    Persoonlijke Ontwikkeling
    Productieviteits Druk
    Productiviteit
    Psycologie
    Rust
    SamStone
    Schilderkunst
    Sculptuur
    Simone Van Olst
    Slaap
    Slapen
    Speksteen
    Steenbeeldhouwen
    Steensoorten
    Tentoonstelling
    Textuur
    Veerkracht
    Vertouwen
    Waxinelichtje
    Workshop
    Zelfliefde

    RSS-feed


​Neem contact op of kom langs:


Foto

atelier

Kenauweg 17a
​

2331 BA Leiden
​
Openingstijden

CONTACT

Telefoon:
​06-285 68 997
​
Mail:
[email protected]

bedrijfsgegevens

KVK nummer:
​57186820
​
Btw identificatienummer: NL001980586B04

PRIVACY

Privacyverklaring

Cookieverklaring
​

Algemene voorwaarden