| In ons atelier aan de Kenauweg praten we vaak over de dialoog met de materie, over het bevrijden van de vorm uit de steen. Maar afgelopen zondag zijn Alex en ik afgereisd naar de Rotterdamse Kunsthal, en daar werden we geconfronteerd met een vorm van meesterschap die ons letterlijk ademloos achterliet. We bezochten de expositie van Iris van Herpen, Sculpting the Senses, en ik kan het niet anders zeggen: dit is geen mode, dit is hogere beeldhouwkunst. We waren zo diep onder de indruk dat we de expositie – na een korte adempauze om alle indrukken te verwerken – direct een tweede keer volledig hebben bezocht. Je hebt van die momenten dat je ogen en je brein simpelweg meer tijd nodig hebben om de gelaagdheid van wat je ziet te begrijpen. Voor iedereen die nog twijfelt: je hebt nog maar tot en met 1 maart. Ga. Echt, ga. Het is een zintuiglijke overprikkeling in de meest positieve zin van het woord. |
Wat Iris van Herpen doet, resoneert zo ongelooflijk diep met wat wij in het atelier doen. Ik roep altijd dat mode en sculptuur onlosmakelijk verbonden zijn. Bij mijn beelden zoek ik naar de spanning van de huid, de welving van de spieren – die bekende baguettes en croissants waar we het in de les over hebben. Iris doet exact hetzelfde, maar dan met stoffen, 3D-prints en materialen die de wetten van de natuur lijken te tarten.
Zij beeldhouwt niet in marmer of albast, maar ze beeldhouwt met water, met lucht, met skeletstructuren en met beweging. Als je voor haar jurken staat, zie je de ultieme beheersing van de vorm. Ze gebruikt de menselijke anatomie als sokkel voor sculpturen die lijken te ademen. De manier waarop zij de 'huid' van haar creaties behandelt, is voor mij als beeldhouwer een enorme inspiratiebron. Het herinnert me eraan dat de grens tussen het lichaam en de ruimte eromheen vloeibaar is.
De expositie in de Kunsthal is een meesterwerk op zich. De opbouw is niet chronologisch, maar thematisch, wat je dwingt om op een haptische manier naar de collecties te kijken. De display van de jurken is geniaal; ze staan niet simpelweg op poppen, maar lijken te zweven in de ruimte, vaak tegenover kunstwerken van andere grootheden die met haar hebben samengewerkt of wier werk naadloos aansluit bij haar visie.
Ik was met name gegrepen door de combinatie met de installaties van kunstenaars zoals Philip Beesley en de fragiele structuren van Casey Curran. Het versterkt de gedachte van de 'belichaamde cognitie': je ziet de objecten niet alleen, je voelt de spanning van de constructie in je eigen lijf. De manier waarop zij organische vormen – denk aan de segmentatie van de mandarijnpartjes in onze vormstudies – vertaalt naar technologische hoogstandjes, is ongekend.
| Het boek: Sculpting the Senses Ik heb het bijbehorende boek, Sculpting the Senses, al een tijdje in mijn bezit en ik blijf erin bladeren. Het is prachtig vormgegeven en biedt die broodnodige academische en artistieke verdieping. Het boek legt de verbinding tussen haar werk en de natuurwetenschappen, de architectuur en de mythologie. Het is een catalogus van de verbeelding die perfect laat zien dat een kunstenaar nooit alleen werkt, maar altijd onderdeel is van een groter ecosysteem van ideeën. Net als in onze Mastermind-groep zie je bij Iris dat meesterschap ontstaat door de grenzen van de discipline op te zoeken. Ze is niet bang voor de 'inconsistentie' of de breuk; ze gebruikt technologie om structuren te maken die zo fragiel zijn dat ze bijna onmogelijk lijken – net zoals wij de grenzen van de transparantie in albast opzoeken. |
Sommigen vragen zich wel eens af waarom ik zoveel aandacht besteed aan mode. Het antwoord is simpel: mode is de meest directe vorm van architectuur voor het menselijk lichaam. Iris van Herpen begrijpt de 'somatische spanning' beter dan wie dan ook. Wanneer zij een jurk ontwerpt die lijkt op een openspattend wateroppervlak, dan is dat pure vloeibare beeldhouwkunst.
Voor mijn eigen werk aan de Kenauweg neem ik de structuren die ik bij haar zie mee in mijn achterhoofd. Hoe valt een plooi? Hoe reageert een oppervlak op licht? In de Kunsthal zie je hoe zij speelt met subsurface scattering (de manier waarop licht door materie dringt), precies wat wij doen als we die ene wand in het albast zo dun maken dat de steen gaat gloeien. Zij doet dat met synthetische harsen en zijde, wij met kristalstructuren van miljoenen jaren oud. De taal is hetzelfde.
| Een oproep aan alle makers Makers, kunstenaars, nieuwsgierige enthousiastelingen: deze expositie is een verplicht nummer. Het herinnert je eraan dat er geen beperkingen zijn aan wat je kunt creëren als je de moed hebt om de materie naar je hand te zetten. Het vakmanschap spat er vanaf, de expertise is tastbaar in elke laser-gesneden vezel. Het feit dat we er twee keer doorheen zijn gelopen, zegt alles. De eerste keer kijk je (de passieve registratie), de tweede keer zie je (de actieve constructie) en begin je eindelijk te begrijpen (de haptische integratie). Dit sluit naadloos aan bij wat we in het atelier oefenen: het vertragen van je waarneming om tot de essentie te komen. Ga naar Rotterdam. Bekijk de details, voel de trilling van de vormen en laat je inspireren door een vrouw die de wereld laat zien dat beeldhouwen geen grenzen kent. Je hebt nog tot 1 maart. Mis het niet, want dit is de eredivisie van de kunst. |
RSS-feed