SIMONE VAN OLST
  • Home
  • Beelden
    • Beelden 1
    • Beelden 2
    • Beelden 3
    • Exposities
    • Werk in opdracht
  • Workshops
    • Bedrijfsworkshop
    • Studenten
    • Lezingen met workshop >
      • Masterclass: Schets naar Beeld
      • Masterclass: Chaos Schriftje methode
      • In de voetsporen van Henry Moore
      • Metamorfose volgens Arp
      • De natuur volgens Barbara Hepworth
      • Revolutie in Vorm
    • Groepsworkshops
    • Thematische verdiepingsworkshops >
      • Masterclass: Botanisch beeldhouwen 5 dgn
      • Masterclass: Anatomische torso 5 dgn
      • Natuurlijke vormen
      • Organische vormen
      • Torso uit ruwe vorm
      • Uit je Bolletje
      • Schaal maken
      • Vogel maken
      • Beeldhouwen tijdens Kerst
    • Wiskundige verdiepingsworkshop >
      • Masterclass: Drieknoop (Lemniscaat)
      • Binnenstebuiten: Dubbele Hol & Bol
      • Dubbele Lemniscaat
      • Modulelessen: Verdieping
      • Möbiusband één draai
      • Möbiusband vier draai
      • Open Olöide
    • Boek jouw creatieve zaterdag
  • Cursussen
    • Informatie cursussen >
      • Kies jouw strippenkaart!
      • Boek jouw proefles!
    • Ontdek Alex & Simone Unlimited
    • Mastermind: Masters in Steen
    • Winteracademie
    • Zomeracademie
  • Agenda
  • Blogs
  • Boeken
    • Natuur beeldhouwen in steen
    • De kunst van anatomisch beeldhouwen
    • Ontdek: Schets naar Beeld
  • Webshop
    • Cadeaubon
  • Contact
    • Projecten >
      • Publicaties
    • Inspiratienieuws
    • Over ons >
      • Openingstijden
      • Vakantieschema
      • Vacatures
      • ​Beeldhouwwerk voor film, TV en producties
      • Groendecorateurs
    • Veel gestelde vragen
    • Winkel, materialen & service
    • Algemene voorwaarden >
      • Privacyverklaring
      • Cookieverklaring

Conceptuele resonantie: Meer dan alleen vorm - de intellectuele erfenis van abstracte pioniers voor de steenbeeldhouwer

15/9/2025

0 Opmerkingen

 
In de voorgaande delen van deze blogserie hebben we een reis gemaakt langs de vele manieren waarop de schilderkunst, en in het bijzonder de grensverleggende 3D-schilderijen en reliëfs van modernistische meesters, de hedendaagse steenbeeldhouwer kan inspireren. We hebben gekeken naar formele elementen, de kracht van monochrome expressie, de "objectheid" van het kunstwerk en zijn dialoog met de omgeving. Nu, in dit afsluitende deel, willen we de blik nog verder verdiepen en ons richten op de conceptuele resonantie die uit deze kunstwerken spreekt. Want voorbij de esthetische kwaliteiten van vorm, textuur en licht, ligt er in het werk van kunstenaars als Ad Dekkers en Ben Nicholson een rijke intellectuele en filosofische laag die de steenbeeldhouwer kan aanzetten tot een meer bedachtzame, onderzoekende en uiteindelijk betekenisvollere praktijk. 

Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Alex Sluimer en ik, Simone van Olst, niet alleen de techniek van het steenbeeldhouwen doorgeven, maar ook het belang van een diepgaande artistieke reflectie benadrukken, geloven we dat deze conceptuele erfenis van onschatbare waarde is. Het nodigt ons uit om verder te kijken dan het oppervlak, om de onderliggende ideeën te doorgronden en om onze eigen rol als scheppende denkers serieus te nemen.
Methodisch experimenteren
Een van de meest opvallende kenmerken in het oeuvre van een kunstenaar als Ad Dekkers is de nadruk op systematisch onderzoek. Zijn series waarin hij de deling van het vierkant exploreert, de transformaties van de cirkel, of de subtiele variaties in de diepte van een lijn in een reliëf, getuigen van een bijna wetenschappelijke, methodische benadering. Dit was geen willekeurige esthetische spielerei, maar een diepgaand visueel onderzoek naar de fundamentele mogelijkheden en de inherente logica van geometrische vormen en hun ruimtelijke relaties. Voor de steenbeeldhouwer kan dit conceptuele, onderzoekende aspect van hun werk een enorme inspiratiebron zijn om de eigen praktijk te structureren en te verdiepen. In plaats van zich te beperken tot het creëren van losstaande, op zichzelf staande werken, kan de beeldhouwer worden aangemoedigd tot het opzetten van eigen "onderzoekslijnen" binnen zijn of haar oeuvre. Dit kan betekenen dat men een specifiek formeel principe – zoals de interactie tussen convexe en concave vormen, de expressieve mogelijkheden van de spiraal, of de toepassing van een bepaald proportioneel systeem – systematisch verkent over een reeks van beelden, misschien uitgevoerd in verschillende steensoorten, op variërende schalen, of met diverse oppervlaktebehandelingen. 


Een andere benadering kan een thematisch onderzoek zijn, waarbij een abstract concept als ‘verbinding’, ‘groei’, ‘spanning’ of ‘stilte’ wordt uitgediept door middel van een serie sculpturen die, hoewel verschillend in concrete vorm, toch een duidelijke conceptuele verwantschap vertonen. Een dergelijke systematische aanpak hoeft de intuïtie niet uit te sluiten; integendeel, het kan juist een vruchtbaar kader bieden waarbinnen de intuïtie gerichter kan opereren en tot meer gefundeerde ontdekkingen kan leiden. Het stelt de kunstenaar in staat om een idee volledig uit te puren, de grenzen ervan af te tasten, en zo een oeuvre op te bouwen dat getuigt van een coherente visie en een diepgaande artistieke intelligentie. 

Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst stimuleren Alex en ik vaak een dergelijke focus, omdat het leidt tot een duurzame ontwikkeling en een grotere helderheid in de artistieke expressie.
Zoeken naar essentie
Een tweede, diep resonerend concept dat we vinden bij veel modernistische kunstenaars, inclusief degenen die werkten met abstracte reliëfs, is de zoektocht naar essentie. Er was een wijdverbreid streven om de kunst te ontdoen van al het overbodige, het anekdotische, het louter decoratieve, en zo te komen tot een meer fundamentele, universele, of pure vorm van visuele taal. Deze reductie tot de essentie was geen doel op zich, geen streven naar leegte, maar juist een poging om de meest directe en krachtige middelen te vinden om een idee, een gevoel of een structuur uit te drukken. Voor de steenbeeldhouwer heeft dit streven een bijzondere relevantie. Het subtractieve proces van het beeldhouwen – het wegnemen van materiaal om de vorm te onthullen die ‘verborgen’ ligt in het blok steen – is op zichzelf al een metafoor voor de zoektocht naar essentie. 

Maar het gaat dieper dan dat. De beeldhouwer die geïnspireerd is door dit principe, zal proberen de essentie van de gekozen steensoort zelf te respecteren en te onthullen: zijn inherente kleur, textuur, hardheid, zijn geologische geschiedenis en zijn unieke ‘karakter’. Tegelijkertijd zal hij of zij streven om de essentie van het artistieke concept of de beoogde emotie in zijn meest gedestilleerde, krachtige vorm uit te drukken, ontdaan van alle franje die de kernboodschap zou kunnen vertroebelen. Dit kan leiden tot werken die, net als de abstracte meesterwerken die hen inspireerden, een tijdloze, universele kwaliteit bezitten en een directe, bijna fysieke impact hebben op de beschouwer. Het gaat hierbij niet noodzakelijkerwijs om een minimalistische esthetiek in de strikte zin des woords, maar eerder om een conceptuele helderheid, een integriteit van vorm en idee, waarbij elk element een noodzakelijke en betekenisvolle rol speelt.
Jan Schoonhoven’s “Rechthoekig Relief, Schuine Binnenvlakken” (1966), at the David Zwirner gallery.
Moderne Abstracte Betonnen Sculptuur Tegen Blauwe Lucht
Jan Schoonhoven: “Thin Ridge Cardboard – Second One,” – 1965 Latex paint, paper, cardboard, and artist’s frame – 72 x 56 x 6 cm.
Kunst die uitnodigt
Tenslotte, en misschien wel het meest cruciaal voor de impact van kunst, is de relatie tussen de kunstenaar, het werk en de beschouwer. De subtiele, vaak minimalistische en conceptueel gelaagde aard van de reliëfs en constructies van kunstenaars als Nicholson en Dekkers, of de seriële werken van Jan Schoonhoven, vraagt om een specifieke manier van kijken. Dit zijn geen kunstwerken die schreeuwen om aandacht of zich in één oppervlakkige blik volledig prijsgeven. Integendeel, ze nodigen uit tot vertragen, tot aandachtige beschouwing, tot een actieve betrokkenheid van zowel de zintuigen als het intellect. De subtiele speling van licht en schaduw over een nauwelijks variërend oppervlak, de precisie van een ingesneden lijn, de spanning tussen geometrische vormen – deze kwaliteiten openbaren zich pas volledig aan de observeerder die de tijd en de moeite neemt om werkelijk te kijken en te reflecteren. 


Hoe kan dit inzicht de steenbeeldhouwer inspireren in het vormgeven van de ervaring van zijn of haar werk? Het kan aanzetten tot het creëren van sculpturen die de beschouwer belonen voor volgehouden aandacht, die bij herhaalde bezichtiging steeds nieuwe details, betekenislagen of perceptuele nuances onthullen. Dit kan worden bereikt door bewuste keuzes in de oppervlaktebehandeling (die bijvoorbeeld uitnodigt tot aanraking, of het licht op een complexe, steeds veranderende manier reflecteert), in de schaal van het werk (intiem en persoonlijk, of juist monumentaal en ontzagwekkend), en in de plaatsing ervan in de ruimte (die de beschouwer aanmoedigt om rond het beeld te bewegen, of juist een focuspunt creëert voor stille meditatie). Het kunstwerk wordt dan meer dan een statisch object; het wordt een katalysator voor een ervaring, een stille dialoog tussen de intentie van de kunstenaar (belichaamd in de steen) en de perceptie, interpretatie en emotionele respons van de beschouwer. Dit streven naar een diepere, meer betekenisvolle verbinding kan de hedendaagse beeldhouwer helpen om werk te maken dat niet alleen gezien wordt, maar ook gevoeld en overdacht.
Terwijl we deze serie over de inspiratiebronnen voor de steenbeeldhouwer afsluiten, hopen we dat de verkenning van de conceptuele diepgang in het werk van abstracte, vaak reliëf-georiënteerde kunstenaars u heeft geprikkeld. De lessen die zij ons bieden – de intellectuele discipline van systematisch onderzoek, de diepe voldoening van de zoektocht naar essentie, en de kracht van kunst om een ruimte voor contemplatie en een betekenisvolle dialoog met de beschouwer te creëren – zijn van onschatbare waarde. Ze tillen de praktijk van het steenbeeldhouwen uit boven het louter ambachtelijke en transformeren de kunstenaar van een vaardige vormgever tot een bedachtzame visuele denker, een filosoof in steen. ​
Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden zijn Alex en ik ervan overtuigd dat de mooiste en meest resonerende sculpturen ontstaan wanneer technische beheersing hand in hand gaat met een diep conceptueel bewustzijn en een open, onderzoekende geest. De erfenis van de pioniers die de grenzen van vorm en betekenis hebben verlegd, is een onuitputtelijke bron van inspiratie. Wij nodigen je dan ook van harte uit om deze ontdekkingsreis voort te zetten, gewapend met hamer en beitel, maar vooral met een nieuwsgierige blik en een hart dat openstaat voor de stille, doch veelzeggende conceptuele resonanties die de wereld van de kunst ons te bieden heeft.
0 Opmerkingen

Het object en zijn omgeving: Van wandobject naar ruimtelijk statement in steen

8/9/2025

0 Opmerkingen

 
In onze eerdere beschouwingen hebben we de invloed van geometrische precisie, monochrome meesterschap en de subtiele taal van licht en textuur onderzocht, vaak geïnspireerd door kunstenaars die het traditionele schildersdoek transformeerden tot een driedimensionaal speelveld. 

Kunstenaars als Ben Nicholson en Ad Dekkers, met hun reliëfs en wandobjecten, bieden niet alleen lessen in vorm en compositie, maar dagen ons ook uit om dieper na te denken over de fundamentele aard van het kunstwerk als fysiek object en zijn intrinsieke relatie met de omgeving.

Bij beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Alex Sluimer en ik, Simone van Olst, de kunst van het steenbeeldhouwen onderwijzen en beoefenen, benadrukken we voortdurend hoe dit bewustzijn van het sculpturale object – zijn aanwezigheid, zijn interactie met ruimte, en zelfs de ruimte binnenin – cruciaal is voor het creëren van werk dat werkelijk een statement maakt. Deze blog duikt in de concepten van "objectheid", de boeiende transformatie van de principes van een wandreliëf naar een volledig vrijstaand beeld, en de eloquente rol van negatieve ruimte als een actief, vormgevend materiaal.
Objectheid en ruimte
De reliëfs en constructies van modernistische pioniers overstijgen de notie van het schilderij als louter een "venster op een andere wereld". Ze zijn onmiskenbaar objecten op zichzelf, met een tastbare diepte, een fysiek gewicht, en een vermogen om echte schaduwen te werpen op de muur waaraan ze zijn bevestigd en in de ruimte die ze met de beschouwer delen. Deze "objectheid" is een inherent sculpturaal kenmerk. Ze zijn geen pure illusies; ze zijn driedimensionale entiteiten, hoe subtiel hun diepte soms ook mag zijn. Dit besef is van onschatbare waarde voor de steenbeeldhouwer. 
​

Steen, met zijn onmiskenbare massa en fysieke aanwezigheid, is per definitie een object. Maar hoe kan de studie van de meer ingetogen objectheid van een Nicholson-reliëf ons begrip van onze eigen, vaak veel zwaardere en massievere, stenen creaties verfijnen? Ten eerste leidt het tot een dieper nadenken over de presentatie van het werk. Een reliëf is onlosmakelijk verbonden met zijn achtergrond, de muur. Hoe vertaalt dit zich naar een vrijstaand beeld? Hoe "ontmoet" onze sculptuur de grond? Heeft het een sokkel nodig, en zo ja, hoe wordt die sokkel dan onderdeel van het totale object, in plaats van een willekeurige ondersteuning? Of moet het werk juist direct interageren met de vloer, de aarde, de architectuur? De manier waarop een reliëf de muur activeert, kan ons inspireren om na te denken over hoe onze sculpturen hun ruimtelijke context beïnvloeden en erdoor beïnvloed worden, of dat nu een intieme galerieruimte is, een openbaar plein, of een verstilde tuin.

​De materiële aanwezigheid van steen, zijn textuur, zijn temperatuur, zijn gewicht, wordt nog pregnanter wanneer we ons, geïnspireerd door de weloverwogen object-kwaliteiten van een Dekkers-constructie, bewust worden van elke keuze die bijdraagt aan de uiteindelijke fysieke en perceptuele ervaring van ons werk. Bij beeldhouwatelier Simone van Olst moedigen we onze studenten aan om deze overwegingen vanaf de eerste conceptuele schetsen mee te nemen, omdat de uiteindelijke impact van een sculptuur veel verder reikt dan de bewerkte steen alleen.
Van reliëf naar vrijstaand
Een van de meest stimulerende intellectuele en creatieve oefeningen voor een beeldhouwer is de transformatie van reliëf naar vrijstaand beeld. Stel je een kenmerkend reliëf van Ben Nicholson voor: zijn zorgvuldig uitgebalanceerde, elkaar overlappende geometrische vlakken, de subtiele kleurverschillen, de ingesneden lijnen die diepte suggereren en de compositie structureren. Wat gebeurt er als we proberen de essentie van zo'n werk te "bevrijden" van de muur en het een alzijdig bestaan te geven? Welke principes blijven overeind, en welke moeten noodzakelijkerwijs transformeren? 

De delicate balans van de compositie, de relatie tussen specifieke vormen, de ritmiek van lijnen – deze kunnen vaak als kernideeën behouden blijven. Maar de overgang naar volledige driedimensionaliteit stelt nieuwe eisen. Een sculptuur moet idealiter vanuit alle 360 graden boeien; er is geen "achterkant" meer die tegen een muur verborgen blijft. Hoe ontvouw je de gelaagde, maar relatief ondiepe, ruimte van een reliëf tot een volume dat in alle richtingen overtuigt? Wordt het een serie van elkaar doorsnijdende, transparante vlakken, geïnspireerd door de gelaagdheid van het origineel? Of kristalliseert het zich tot een meer massieve, gesloten vorm, waarvan de verschillende facetten de geometrische taal van het reliëf spreken? 

De kwestie van fysieke balans en structurele integriteit wordt plotseling veel urgenter. Vormen die in een reliëf veilig ondersteund werden door de achterplaat, moeten nu hun eigen stabiliteit vinden. Deze transitie is geen kwestie van letterlijk kopiëren of mechanisch "uitrekken", maar van een diepgaande herinterpretatie. Het is het distilleren van de geest van het reliëf en die opnieuw incarneren in een nieuwe, autonome ruimtelijke entiteit. Dit proces kan leiden tot verrassende en innovatieve sculpturale oplossingen, waarbij de "beperkingen" van het oorspronkelijke reliëf juist de katalysator worden voor creatieve doorbraken.
1934 (relief)
1934, Ben Nicholson OM
Ad Dekkers-Progressie in vier richtingen - 1974
circa 1936 (sculpture)
c.1936, Ben Nicholson OM
Negatieve ruimte als materiaal
Een derde, cruciaal aspect dat we kunnen leren van de meesters van het reliëf, is hun verfijnde omgang met negatieve ruimte als een actief, vormgevend materiaal. In een reliëf van Nicholson of een constructie van Dekkers zijn de ruimtes tussen de uitstekende elementen, de diepte van een zorgvuldig ingesneden lijn, of een subtiel terugwijkend vlak, geen lege, passieve vides. Integendeel, deze "leegtes" hebben hun eigen vorm, hun eigen (ondiepe) volume, en spelen een cruciale rol in de totale compositie en de perceptie van diepte en structuur. Ze definiëren de randen van de positieve vormen, creëren ritme en spanning, en leiden het oog van de beschouwer. Dit inzicht is van onschatbare waarde voor de steenbeeldhouwer die in volplastiek werkt. 

Negatieve ruimte is voor ons niet alleen de lucht die onze sculptuur omringt en zijn silhouet aftekent tegen de achtergrond; het is ook de ruimte binnenin het werk, gecreëerd door perforaties, openingen, of de weloverwogen afstand tussen verschillende componenten van een samengesteld beeld. Deze "lege" ruimtes zijn even belangrijk, even sculpturaal, als de massieve steen zelf. Ze bezitten hun eigen vormen, kanaliseren het licht op onverwachte manieren, creëren doorkijkjes die nieuwe perspectieven onthullen, en dragen essentieel bij aan de balans, het ritme en de dynamiek van het kunstwerk. 

Kunstenaars als Barbara Hepworth en Henry Moore zijn beroemd geworden door hun meesterlijke gebruik van doorboorde vormen, waarbij de holte een integraal en expressief onderdeel van de sculptuur werd. Maar de lessen van Nicholson en Dekkers kunnen ons een nog genuanceerder begrip bijbrengen van hoe zelfs de kleinste, subtielste uitsparing, of de zorgvuldige articulatie van de ruimte tussen twee volumes, de negatieve ruimte kan activeren en tot een krachtig compositie-element kan maken. De uitdaging voor de steenbeeldhouwer is dan ook om, geïnspireerd door de geraffineerde wisselwerking tussen vorm en leegte in deze reliëfs, te leren om "de lucht te beeldhouwen" met dezelfde intentie en precisie als waarmee hij de steen bewerkt.

De studie van 3D-schilderijen en reliëfs biedt de steenbeeldhouwer dus veel meer dan alleen formele inspiratie. Het scherpt ons bewustzijn van het kunstwerk als een fysiek object dat een actieve relatie aangaat met zijn omgeving – een "objectheid" die de kern vormt van alle sculptuur. Het daagt ons uit tot creatieve transformaties, zoals het herinterpreteren van de principes van een wandobject in de context van een volledig vrijstaand, alzijdig beeld. En het verfijnt ons begrip van negatieve ruimte, niet als een leegte, maar als een essentieel, vormgevend materiaal. 
Bij beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden geloven Alex en ik dat deze holistische benadering – waarbij de sculptuur niet wordt gezien als een geïsoleerd ding, maar als een dynamische entiteit die leeft en ademt in en door zijn interactie met de ruimte – essentieel is voor het creëren van werk dat werkelijk een blijvend ruimtelijk statement maakt. De erfenis van kunstenaars die de grenzen tussen twee en drie dimensies hebben afgetast, biedt ons een rijke voedingsbodem voor reflectie en innovatie in onze eigen, tijdloze discipline van het steenbeeldhouwen.
0 Opmerkingen

Monochrome meesterschap: Als kleur wegvalt, spreken vorm, textuur en licht

14/8/2025

0 Opmerkingen

 
In de rijke wereld van de beeldende kunst, waar kleur vaak een dominante rol speelt in het overbrengen van emotie en betekenis, bestaat er een fascinerend domein waar juist de afwezigheid van een uitgebreid palet leidt tot een buitengewone intensivering van andere visuele elementen. We hebben het hier over het monochrome meesterschap, een benadering die we prominent terugzien in de subtiele, doch krachtige 3D-schilderijen en reliëfs van kunstenaars als Ben Nicholson, Ad Dekkers en Jan Schoonhoven. Voor ons, als steenbeeldhouwers bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar ik, Simone, en Alex Sluimer dagelijks de essentie van dit oermateriaal proberen te vangen, bieden deze monochrome kunstwerken een diepe bron van inspiratie. Steen is immers van nature vaak ‘monochroom’ – de expressie komt niet voort uit een palet van pigmenten, maar uit de inherente eigenschappen van het materiaal zelf. Wanneer kleur als leidend principe wegvalt, treden vorm, textuur en vooral de interactie met licht met een overweldigende helderheid naar voren. Deze blog duikt in de lessen die wij kunnen trekken uit deze meesters van de beperking, en hoe hun inzichten ons kunnen helpen om de taal van steen met nog meer diepgang en verfijning te spreken.
Een van de meest saillante lessen die we leren van monochrome reliëfs is de absolute focus op textuur. Veel van de werken van Nicholson, Dekkers en zeker Schoonhoven zijn uitgevoerd in wit, of in subtiele, bijna tonale variaties van aardse tinten. Deze bewuste keuze voor een beperkt of enkelvoudig kleurgebruik dwingt de beschouwer – en dus ook de lerende kunstenaar – om de aandacht te verleggen naar de huid van het kunstwerk. De materialen die deze kunstenaars gebruikten (hout, gips, board, karton) hadden elk hun eigen karakter, zelfs als ze uiteindelijk onder een egale laag verf verdwenen. De subtiele onregelmatigheden, de richting van een vezel, de gladheid van een geschuurd vlak of de ritmische herhaling van Schoonhovens ribkarton; al deze texturale kwaliteiten werden cruciale dragers van expressie. Voor de steenbeeldhouwer is dit een openbaring. Wij werken met een materiaal dat van zichzelf een oneindige variëteit aan texturen kan bieden, afhankelijk van de steensoort en de bewerking.

​Geïnspireerd door de monochrome meesters, kunnen we experimenteren met een rijk scala aan oppervlaktebehandelingen, niet als louter afwerking, maar als een fundamenteel onderdeel van de artistieke taal. Een gepolijst oppervlak in arduin of marmer zal het licht vangen en diepe, spiegelende reflecties creëren, waardoor de steen een dichte, bijna vloeibare kwaliteit krijgt. Een geschuurd oppervlak, afhankelijk van de korrelgrofte, absorbeert het licht juist, resulterend in een zachte, matte uitstraling die een gevoel van ingetogenheid kan oproepen. Door de steen te boucharderen, ontstaat een putjesachtig, levendig oppervlak dat het licht diffuus verspreidt en een robuuste, bijna archaïsche textuur geeft. Het frijnen laat parallelle groeven achter die een sterke directionaliteit en een ritmisch spel van licht en schaduw introduceren. En dan is er nog de rauwe, elementaire kracht van een gekloofd of natuurlijk breukvlak, dat de inherente structuur en het ‘karakter’ van de steen blootlegt.

Door deze verschillende texturen bewust naast elkaar te plaatsen, of in subtiele overgangen te laten verlopen, creëren we als beeldhouwers effectief verschillende "kleurtonen" – niet met pigment, maar met de nuances van licht en schaduw die door de textuur worden gemoduleerd. Een gladde, welvende vorm die overgaat in een ruw, gebeiteld vlak, vertelt een verhaal van contrast en transformatie, puur door de tactiele en visuele kwaliteiten van het oppervlak. Dit wordt onze monochrome ‘palette’, rijk en oneindig genuanceerd.
Voortbouwend op de rol van textuur, wordt licht een actief, bijna levend element in het werk van deze monochrome meesters. De reliëfs van Nicholson en Dekkers zijn berucht om hun extreme gevoeligheid voor licht. De miniemste verandering in de hoek of intensiteit van de lichtinval kan de perceptie van het werk drastisch veranderen; schaduwen worden langer of korter, subtiele vlakken lichten op of verdwijnen juist in de schemering, en de hele ruimtelijke dynamiek van het werk transformeert. Dit is een fundamentele les voor elke steenbeeldhouwer. Onze sculpturen zijn geen statische objecten; ze ademen en leven met het licht van hun omgeving, of dat nu het veranderlijke daglicht is dat door een atelierraam valt, of de zorgvuldig geplaatste spots in een expositieruimte. De subtiele hoeken, de minimale dieptes en de scherpe randen in de werken van Nicholson en Dekkers zijn ontworpen om het licht te vangen, te weerkaatsen, te absorberen of juist te geleiden. Een vlak dat een fractie van een millimeter uitsteekt, wordt een heldere lijn van licht. Een nauwelijks ingesneden groef wordt een diepe, scherpe schaduw die de vorm articuleert. Een zachte, concave uitholling verzamelt het licht en creëert een poel van zachte schaduw, die een gevoel van diepte en mysterie suggereert.

​Als steenbeeldhouwers moeten we leren anticiperen op deze effecten, en er zelfs voor ontwerpen. We moeten nadenken over hoe een volume schaduwen zal werpen op zichzelf of op aangrenzende delen van het beeld, hoe de oriëntatie van het werk ten opzichte van de dominante lichtbron de uiteindelijke expressie zal beïnvloeden. Het licht is niet iets dat passief op ons werk valt; het is een actieve partner in de creatie van betekenis. Bij ons atelier in Leiden is het observeren van een werkstuk onder verschillende lichtcondities, op verschillende momenten van de dag, een integraal onderdeel van het maakproces. Het is een continue dialoog tussen de vorm die we creëren en het licht dat het tot leven zal wekken.
Dit alles culmineert in wat we zouden kunnen noemen de poëzie van wit op wit, of, in ons geval, van steen op steen. Het werk van Jan Schoonhoven, met zijn seriële, ritmische structuren van witgeschilderd ribkarton, is hiervan wellicht het meest iconische voorbeeld. Op het eerste gezicht lijken zijn reliëfs misschien repetitief of minimalistisch, maar bij nadere beschouwing openbaart zich een wereld van oneindige nuance. Elk element, hoewel identiek in basisvorm, vangt het licht op een unieke manier, werpt zijn eigen subtiele schaduw, en draagt bij aan een complex, vibrerend oppervlak dat constant in beweging lijkt. Ad Dekkers’ witte reliëfs en sculpturen bezitten een vergelijkbare kwaliteit: de focus op één enkele ‘kleur’ stelt hem in staat om de pure interactie van geometrische vormen, lijnen en vlakken met een extreme helderheid en precisie te onderzoeken. Voor de steenbeeldhouwer is dit een directe en diepgaande bron van inspiratie. ​Wanneer we ervoor kiezen om te werken met één specifieke steensoort – een blok Carrara marmer met zijn doorschijnende zachtheid, een stuk Belgisch hardsteen met zijn diepe, fluweelachtige zwart, of een robuuste zandsteen met zijn warme, aardse tint – staan we voor een vergelijkbare uitdaging en kans.

De ‘beperking’ van het werken binnen de inherente kleur en het karakter van die ene steen wordt een uitnodiging tot een diepgaande verkenning van de andere elementen. Hoe kunnen we maximale expressie, maximale poëzie, halen uit dit ene materiaal? Het antwoord ligt in de verfijning van de vorm tot in zijn kleinste nuance, in de subtiliteit van de oppervlaktebehandeling, en in het meesterlijke spel met licht en schaduw. De ‘kleur’ van onze sculptuur wordt dan het oneindige spectrum van grijstonen dat de schaduwen vormen, de helderheid van de hooglichten, de zachte overgangen daartussen, en de unieke visuele en tactiele ‘kleur’ van de steen zelf – zijn adering, zijn kristalstructuur, zijn warmte of koelte. Het is een viering van de essentie, een zoektocht naar de diepte die schuilgaat in de schijnbare eenvoud.
Het monochrome meesterschap van kunstenaars als Nicholson, Dekkers en Schoonhoven leert ons dus dat de afwezigheid van een breed kleurenpalet geen verarming hoeft te zijn, maar juist kan leiden tot een intensivering van onze aandacht voor de fundamentele bouwstenen van visuele expressie. De focus op textuur onthult de huid van de vorm en moduleert het licht op oneindig veel manieren. Het bewustzijn van licht als een actief element transformeert onze sculpturen van statische objecten tot dynamische entiteiten die constant in dialoog zijn met hun omgeving. En de poëzie van ‘steen op steen’ toont ons dat binnen de grenzen van één materiaal een universum aan expressieve mogelijkheden ligt.

​Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden geloven wij, Simone en Alex, dat deze lessen van onschatbare waarde zijn voor elke steenbeeldhouwer die streeft naar werk met diepgang, verfijning en een blijvende resonantie. Door te leren ‘zien’ met de ogen van deze monochrome meesters, openen we de deur naar een rijkere, subtielere en uiteindelijk krachtigere sculpturale taal.
0 Opmerkingen

De tastbare illusie: Hoe de grensverleggers tussen schilderen en sculptuur de steenbeeldhouwer vandaag inspireren

28/7/2025

0 Opmerkingen

 
In eerdere onderzoeken keken we naar hoe verschillende kunstvormen elkaar kunnen beïnvloeden. We onderzochten hoe de traditionele, platte schilderkunst inspiratie kan bieden aan de steenbeeldhouwer. Elementen zoals compositie, licht, kleur en verhaal, die normaal op een vlak worden gebruikt, kunnen ook in de driedimensionale wereld van steen worden toegepast.

Er is echter een interessant gebied daartussenin: kunstenaars die het schilderij zelf al anders maakten, waarbij het doek een object wordt en de verf een tastbare, ruimtelijke vorm krijgt. We bedoelen hier 3D-schilderijen, reliëfs en wandobjecten, zoals gemaakt door kunstenaars als Ben Nicholson, Ad Dekkers en Jan Schoonhoven. Deze werken, die tussen schilderen en beeldhouwen in zitten, zijn een bijzondere bron van inspiratie voor steenbeeldhouwers.

Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Alex Sluimer en ik werken, zien we hoe het bestuderen van deze pioniers ons helpt een fijnere taal te ontwikkelen voor ruimte, textuur en licht. In deze blog gaan we dieper in op wat we van deze ‘tastbare illusies’ kunnen leren en hoe hun krachtige taal weerklank kan vinden in de beeldhouwkunst.
De overgang van een plat schilderij naar een driedimensionale sculptuur lijkt soms groot. Het vraagt om een flinke vertaalslag. Maar kunstenaars die al werkten met echte, zij het subtiele, diepte kunnen hierbij als brug dienen. Hun reliëfs zijn geen suggestie van ruimte – ze zijn ruimte. De ondiepe ruimte (shallow space) die zij gebruiken, biedt waardevolle lessen. Neem Ben Nicholson, met zijn overlappende, geometrische vormen in zachte kleuren of wit. Hij laat zien hoe kleine hoogteverschillen een boeiend gevoel van ruimte kunnen creëren.

​Voor beeldhouwers is dit erg relevant. Het daagt uit om laagreliëf nog preciezer te benaderen, waarbij elke millimeter telt. Maar het nodigt ook uit tot verfijning van driedimensionale vormen: hoe kan een nauwelijks zichtbare verschuiving in een oppervlak de hele vorm anders laten aanvoelen? Nicholson toont de kracht van subtiliteit. Zijn werk leert ons dat de ruimte tussen vormen net zo belangrijk is als de vormen zelf. De gelaagdheid in zijn composities – hoe vlakken elkaar overlappen of afwisselen – kan beeldhouwers inspireren om sculpturen te maken die aanvoelen als een reeks ontdekkingen, of als lagen in steen die een verhaal vertellen, zoals bij geologische formaties.
Ad Dekkers richtte zich in zijn vaak witte reliëfs en sculpturen sterk op de lijn en de incisie. Zijn cirkels, vierkanten en lijnen zijn geen versiering, maar ingrepen die het oppervlak veranderen, licht vangen en diepte voelbaar maken. Een lijn is bij hem niet zomaar een lijn, maar een schaduwrand, een grens, een visuele leidraad.

Voor steenbeeldhouwers is dat bijzonder inspirerend. Hun werk draait immers ook om lijnen en randen: de scherpe snede van een beitel, de zachte welving van een gepolijst vlak, of een zorgvuldig gemaakte groef. Dekkers laat zien hoe één goed geplaatste lijn een heel vlak tot leven kan brengen. Zijn spel met rechte en gebogen vormen roept spanning of juist rust op. Zijn onderzoek naar hoe een vierkant door een lijn kan worden verdeeld, of hoe een cirkel in een vlak kan opduiken of loskomen, biedt een helder denkraam. Voor beeldhouwers is dat een uitnodiging om bewuster met geometrie om te gaan, en lijnen niet alleen als vormen, maar als bouwstenen van betekenis te gebruiken.
Afbeelding
Afbeelding
Veel reliëfkunstenaars, zoals Ad Dekkers en Jan Schoonhoven – bekend van zijn witte kartonreliëfs – maken bewust gebruik van monochroom, vaak wit. Wat misschien lijkt op een beperking, blijkt juist een kracht: het haalt de aandacht weg van kleur en legt de focus op vorm, textuur en licht. Dat is ook voor de steenbeeldhouwer herkenbaar, die vaak werkt met de natuurlijke kleur van het materiaal. Zonder kleur krijgt het oppervlak zelf de hoofdrol. Schoonhovens werk, gemaakt van ribkarton en papier-maché, steeds wit geverfd, laat prachtig zien hoe licht speelt met kleine verschillen in structuur en richting. De herhaling van eenvoudige vormen zorgt voor een ritme van licht en schaduw, dat steeds verandert met het standpunt en de lichtinval.

Voor de beeldhouwer is dit een uitnodiging om te experimenteren met de afwerking van steen. Gepolijste delen weerkaatsen licht anders dan ruw gehakte, geschuurde of gebouchardeerde vlakken. Door die technieken slim te combineren, kan ook een beeldhouwer een rijk spel van licht en donker creëren – een soort schaduwpalet, zelfs in één soort steen. De ‘poëzie van wit op wit’ wordt dan de ‘poëzie van steen op steen’, waarin de textuur het oppervlak laat zingen.
De gevoeligheid voor licht is inherent aan deze monochrome, subtiel gemodelleerde werken. Omdat de diepteverschillen vaak minimaal zijn, worden de vormen en de ruimtelijke relaties voornamelijk gedefinieerd door de manier waarop het licht eroverheen strijkt. Een flauwe hoek, een lichte welving, een nauwelijks ingesneden lijn – elk detail wordt geaccentueerd of juist verzacht door de lichtval. Dit is een masterclass voor steenbeeldhouwers. Het leert ons dat beeldhouwen niet alleen gaat over het wegnemen van massa, maar evenzeer over het creëren van oppervlakken die een intieme dialoog aangaan met het licht. Het inspireert tot een grotere aandacht voor de afwerking, voor de precieze hoek waaronder vlakken elkaar ontmoeten, voor de manier waarop een curve het licht zal "rollen" en geleidelijk zal overgaan in schaduw. In ons atelier in Leiden moedigen we cursisten vaak aan om hun werk-in-uitvoering in verschillende lichtomstandigheden te bekijken, juist om deze subtiele interacties te leren zien en beheersen, een vaardigheid die door de studie van kunstenaars als Nicholson en Dekkers enorm wordt versterkt.
De geometrische abstractie en precisie die veel van deze kunstenaars gebruiken, kunnen sterk inspireren – vooral beeldhouwers die houden van een strakke, minimalistische of constructivistische stijl. Een ogenschijnlijk eenvoudige vorm zoals een perfect vierkant, een cirkel of een strakke lijn kan in steen een krachtige uitstraling hebben en een gevoel van rust en tijdloosheid oproepen.

Toch is steen een levend, natuurlijk materiaal – het kan onvoorspelbaar zijn. Juist daarin zit een interessante spanning: het contrast tussen de strakke, geometrische bedoeling van de kunstenaar en de eigen aard van de steen. Kun je een perfecte vorm uithakken uit een ruw blok graniet? En wat doet de natuurlijke tekening van de steen met hoe die vorm overkomt?
​
Die wisselwerking tussen idee en materiaal kan leiden tot beelden die én doordacht zijn én zintuiglijk rijk. De herhaling en het ritme van geometrische vormen, zoals je vaak ziet in reliëfs, kunnen beeldhouwers ook aanzetten tot het maken van modulaire werken – series waarin je met een paar basisvormen steeds nieuwe combinaties onderzoekt.
Een opvallend kenmerk van deze reliëfs en wandobjecten is hun ''objectheid''. In tegenstelling tot traditionele schilderijen, die je als vensters op een andere wereld bekijkt, tonen deze werken zichzelf als dingen in de ruimte – met massa, dikte en aanwezigheid. Ze gaan een relatie aan met de muur waarop ze hangen en met de ruimte eromheen.

Dat bewustzijn van een kunstwerk als zelfstandig object is iets wat beeldhouwers natuurlijk goed kennen. Door te bestuderen hoe deze reliëfs hun ‘object-zijn’ laten voelen, kan een beeldhouwer scherper nadenken over de presentatie van zijn eigen werk: moet er een sokkel onder? Hoe reageert het beeld op de ruimte eromheen? Hoe activeert of verandert het die ruimte?

Een interessante uitdaging is om de principes van zo’n wandreliëf vertalen naar een volledig vrijstaand, alzijdig beeldhouwwerk.
 Hoe ontvouw je de gelaagde, maar relatief platte ruimte van een Nicholson-reliëf tot een volume dat van alle kanten bekeken moet worden? ​Welke lijnen, vlakken en texturen blijven werken, en wat moet je aanpassen om ze ruimtelijk te laten spreken?

De open ruimtes binnen het reliëf – de dieptes en uitsparingen – krijgen dan een nieuwe rol: het wordt ruimte waar je omheen kunt lopen, die je lijfelijk ervaart.
Tenslotte ligt er een diepe conceptuele resonantie in het werk van veel van deze kunstenaars. Ad Dekkers hield zich niet simpelweg bezig met mooie vormen; hij onderzocht op bijna wetenschappelijke wijze hoe lijnen, vlakken en vormen werken. Hij vroeg zich bijvoorbeeld af hoe je een vierkant kunt verdelen, of hoe een cirkel kan veranderen met een kleine ingreep.

Deze manier van denken – kunst als onderzoek – kan beeldhouwers inspireren om hun werk ook te zien als een zoektocht. Een manier om vragen te stellen over vorm, ruimte of betekenis, en die vragen te verkennen over meerdere beelden heen. Het kan leiden tot een persoonlijke, samenhangende beeldtaal, gebaseerd op eigen regels of fascinaties.

De modernistische drang naar eenvoud en een tijdloze vormtaal kan ook vandaag nog motiveren. Het helpt de beeldhouwer om verder te gaan dan decoratie, op zoek naar werk dat blijvende betekenis heeft.

De subtiliteit van deze reliëfs vraagt om aandachtig kijken. Ze geven zich niet meteen prijs, maar nodigen uit tot herhaling en reflectie. Kun je als beeldhouwer ook zulke werken maken? Beelden die de kijker blijven uitdagen, waar telkens iets nieuws in te ontdekken valt?​
De wereld van 3D-schilderijen en abstracte reliëfs is een rijke bron van inspiratie voor de hedendaagse steenbeeldhouwer. Deze kunstvorm spreekt een taal van ruimte, textuur, lijn en licht – een taal die beeldhouwers van nature begrijpen en gebruiken. Door te kijken naar het werk van kunstenaars als Ben Nicholson, Ad Dekkers en Jan Schoonhoven, scherpen we niet alleen ons oog voor deze kwaliteiten, maar verdiepen we ook ons begrip van hoe vorm en ruimte betekenis krijgen.

Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden moedigen wij, Simone en Alex, je aan om dit soort werk bewust te bekijken. Laat je inspireren door hun helderheid, precisie en stille kracht, en neem die inspiratie mee naar jouw eigen werkbank.

De subtiele diepte van het reliëf en de volle massa van steen kunnen samen een nieuw gesprek aangaan. Het is aan jou om dat gesprek vorm te geven, in jouw eigen beelden, op jouw eigen manier.
0 Opmerkingen

Voorbij het doek, in de steen: Nieuwe dimensies van inspiratie uit de schilderkunst voor de beeldhouwer

23/7/2025

0 Opmerkingen

 
In onze vorige verkenning hebben we de rijke, formele lessen besproken die de steenbeeldhouwer kan trekken uit de schilderkunst – de meesterlijke composities, het spel van licht en schaduw, de kracht van lijn en contour. We hebben gezien hoe deze elementen, hoewel geuit in een tweedimensionaal medium, een verrassend directe relevantie hebben voor het driedimensionale werk in steen. Maar de bron van inspiratie die schilderijen bieden, is nog lang niet uitgeput. Sterker nog, de meest transformerende ontdekkingen liggen vaak voorbij deze initiële, formele analyse, in de diepere lagen van betekenis, emotie en concept die een schilderij kan herbergen.

Bij ons beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar ik, Simone van Olst, en Alex  Sluimer voortdurend zoeken naar manieren om de expressieve mogelijkheden van steen uit te breiden, geloven we dat een actieve, vragende dialoog met de schilderkunst kan leiden tot beeldhouwwerk dat niet alleen technisch bekwaam is, maar ook resoneert met een diepere, persoonlijke en universele zeggingskracht. Deze blog nodig ik je uit om verder te reizen, om de schilderkunst te benaderen niet als een statische bron van visuele data, maar als een levende gesprekspartner die je kan uitdagen, prikkelen en motiveren om jouw eigen beeldhouwwerk in steen naar ongekende hoogten te stuwen.
Het gaat erom de schilderkunst te benaderen met een nieuw soort nieuwsgierigheid, een die verder graaft dan de oppervlakte. Wat als we ons niet alleen afvragen hoe een schilder een bepaald effect bereikt, maar ook waarom? Welk verhaal fluistert er tussen de penseelstreken? Welke onuitgesproken emoties liggen er besloten in de gekozen kleuren, hoe subtiel ook? En hoe kunnen wij, als beeldhouwers in steen, deze ongrijpbare essenties vangen en transformeren in de tastbare, permanente realiteit van ons gekozen materiaal? Dit vereist een verschuiving in perspectief: van passieve observator naar actieve interpretator, van louter bewonderaar naar creatieve medeplichtige. Het is een proces dat moed vraagt – de moed om te experimenteren, om de geijkte paden te verlaten, en om de unieke stem van de steen te laten samensmelten met de echo’s van het doek.
Een van de rijkste, en misschien wel meest uitdagende, invalshoeken is de verkenning van narratief en storytelling in de schilderkunst. Veel schilderijen, van historische taferelen tot intieme genrestukken, bevatten een impliciet of expliciet verhaal. Ze vangen een moment, een interactie, een keerpunt. Voor de beeldhouwer ligt hier de uitdaging om dit narratieve potentieel niet letterlijk te illustreren, maar om de essentie ervan te vertalen naar een driedimensionale vorm die zelf een verhaal oproept. Dit kan betekenen dat men een serie beelden creëert die een sequentie suggereren, of één enkel, krachtig beeld dat een heel verhaal in zich draagt door de gekozen pose, de spanning in de vormen, of de interactie met de omringende ruimte. Denk aan de verstilde spanning in de figuren van Edward Hopper; een beeldhouwer zou deze psychologische lading kunnen vertalen naar een compositie van figuren in steen waarbij de lege ruimte tussen hen net zo veel ‘spreekt’ als de figuren zelf, en zo een verhaal van isolatie of vervreemding oproept. Of neem de dynamische mythen uitgebeeld door barokschilders; in plaats van de hele scène te kopiëren, zou een beeldhouwer zich kunnen concentreren op de piek van de actie, de torsie van een lichaam, de pure energie van het moment, en dit uitdrukken in een krachtige, abstracte of figuratieve vorm die diezelfde narratieve energie uitstraalt. Het gaat om het vinden van een sculpturale equivalent voor de verhalende kracht van het schilderij.
Nauw verwant aan het narratief is de wereld van symboliek en allegorie. Schilders hebben door de eeuwen heen een rijke visuele taal van symbolen gebruikt om diepere betekenissen, morele lessen of filosofische ideeën over te brengen. Een schedel als memento mori, een anker voor hoop, een spiegel voor ijdelheid of zelfreflectie. Voor de hedendaagse steenbeeldhouwer is het niet zozeer een kwestie van deze historische symbolen klakkeloos overnemen, maar van het begrijpen van de functie van symboliek: hoe een object of een vorm kan verwijzen naar iets wat zichzelf overstijgt. Geïnspireerd door de symbolische diepgang in een schilderij, kan de beeldhouwer op zoek gaan naar eigen, hedendaagse symbolen, of universele vormen die een symbolische lading kunnen dragen binnen de context van het beeld. Een ruwe, ongepolijste steen naast een perfect gladde vorm kan bijvoorbeeld symbool staan voor de dualiteit van natuur en cultuur, of van het onbewuste en het bewuste. De manier waarop een spiraalvormige beweging in steen wordt uitgehakt, kan groei, evolutie of innerlijke reis symboliseren, geïnspireerd door hoe een schilder een vergelijkbaar concept via andere visuele middelen heeft aangekaart. Het is een zoektocht naar resonantie, naar vormen die spreken zonder letterlijk te hoeven zijn.
De sociale en historische context waarin een schilderij is ontstaan, biedt eveneens een fascinerende ingang. Een schilderij is nooit een geïsoleerd object; het is een product van zijn tijd, een reflectie van de heersende ideeën, angsten, dromen en conflicten. Goya’s ‘Derde Mei 1808’( is een beroemd schilderij van de Spaanse kunstenaar Francisco Goya. Het toont de executie van Spaanse burgers door Franse soldaten na de opstand van 2 mei 1808 in Madrid. Het schilderij is een krachtige aanklacht tegen oorlogsgeweld en een belangrijk voorbeeld van de romantische kunststroming.) is onlosmakelijk verbonden met de Napoleontische oorlogen en de Spaanse opstand. De portretten van de Hollandse meesters ademen de sfeer van de Gouden Eeuw, met zijn burgerlijke trots en handelsgeest. Door zich te verdiepen in de context van een inspirerend schilderij, kan een hedendaagse beeldhouwer parallellen trekken met de eigen tijd. Hoe kunnen de thema’s van macht, onrecht, hoop of menselijke veerkracht, zoals verbeeld door schilders uit het verleden, opnieuw geïnterpreteerd worden in een hedendaagse stenen sculptuur die reflecteert op onze maatschappelijke vraagstukken? Het schilderij fungeert dan als een historische spiegel, een katalysator die de beeldhouwer aanzet tot het creëren van werk dat niet alleen esthetisch is, maar ook relevant en betekenisvol in de wereld van vandaag. De urgentie of de subtiele kritiek in een oud schilderij kan de vonk zijn voor een krachtig statement in steen.
Misschien wel de meest intieme verbinding kan worden gevonden in de manier waarop schilders psychologische staten en de menselijke conditie weten te vangen. De melancholie in een blik, de spanning in een lichaamshouding, de pure vreugde in een dansend figuur, de complexiteit van menselijke relaties – schilders als Käthe Kollwitz, Edvard Munch of Frida Kahlo hebben ons meesterwerken nagelaten die diep graven in de menselijke psyche. Voor de beeldhouwer in steen, die vaak werkt met de suggestie van de menselijke vorm, al dan niet abstract, ligt hier een enorme bron van inspiratie. Hoe vertaal je een innerlijke staat naar een fysieke vorm? Een gevoel van beklemming kan worden uitgedrukt door ineengedoken, gesloten vormen, waarbij de steen zelf de zwaarte van de emotie lijkt te dragen. Een gevoel van bevrijding of spiritualiteit kan worden gesuggereerd door opwaartse bewegingen, open structuren, en een spel van licht dat door de steen heen lijkt te dringen. Het gaat om het invoelen van de emotionele kern van het schilderij en het vinden van een sculpturale ‘gebaar’ dat diezelfde emotie oproept, zonder woorden, puur door de taal van volume, textuur en de stille aanwezigheid van de steen.
Afbeelding
Om deze diepere lagen van inspiratie aan te boren, is het nodig dat de beeldhouwer een actieve dialoog aangaat met het schilderij. Dit is geen passief consumeren, maar een dynamisch proces van vragen stellen en alternatieven verkennen. Een krachtige methode is het hanteren van “Wat als…?” scenario’s. Kijk naar een figuur in een schilderij en vraag: Wat als deze figuur zich omdraait? Wat als de scène vanuit een ander perspectief wordt bekeken? Wat als dit moment van stilte wordt doorbroken door actie, of vice versa? Door dergelijke vragen te stellen, begint de beeldhouwer het schilderij mentaal te ‘her-scheppen’, en in dat proces kunnen nieuwe, originele sculpturale ideeën ontstaan. Het is een speelse, onderzoekende houding die de grenzen van het oorspronkelijke werk aftast en ruimte creëert voor een persoonlijke interpretatie.
Een andere benadering is het extraheren en isoleren van details. Soms kan een klein, bijna onopvallend element in een groot en complex schilderij de krachtigste vonk bevatten. Een specifieke handdruk, de manier waarop een stuk stof valt, een abstract kleurvlak in de achtergrond, de gespannen lijn van een schouder. Door zo’n detail te isoleren, het uit zijn context te lichten en het uit te vergroten – letterlijk of conceptueel – kan het de kiem worden voor een volledig nieuw beeldhouwwerk. Dit detail, bevrijd van zijn oorspronkelijke rol, krijgt de ruimte om zijn eigen verhaal te vertellen, zijn eigen formele en emotionele potentieel te ontvouwen in de driedimensionale wereld van steen.
​

De beeldhouwer kan ook reageren op het onzichtbare of het onuitgesprokene in een schilderij. Wat gebeurt er net buiten het kader? Welke geluiden zouden er te horen zijn? Wat ging er aan dit geschilderde moment vooraf, en wat zal er volgen? Deze speculatieve benadering opent de deur naar een wereld van verbeelding die niet direct zichtbaar is in het schilderij, maar er wel door wordt gesuggereerd. Het is een uitnodiging om de hiaten in te vullen, om de suggesties van de schilder verder te ontwikkelen en ze een fysieke vorm te geven in steen. Een geschilderde deur die op een kier staat, kan inspireren tot een sculptuur die speelt met het concept van doorgangen, van het bekende naar het onbekende.
Er is ook een vorm van kinesthetische empathie die de beeldhouwer kan ontwikkelen. Probeer je voor te stellen hoe de schilder bewoog, de energie van de penseelstreek, de fysieke daad van het creëren. Kan deze fysieke energie, deze ‘lichaamstaal’ van de schilder, vertaald worden naar de fysieke daad van het beeldhouwen? Een snelle, dynamische penseelstreek kan inspireren tot een krachtige, directe slag met de beitel, waarbij de sporen van het gereedschap een integraal onderdeel worden van de expressie. De zorgvuldige, gelaagde opbouw van een glacerend geschilderd oppervlak kan leiden tot een even geduldige, verfijnde afwerking van de steen. Het is een manier om de geest van het maakproces zelf te vangen.

​Verder is het verrijkend om niet alleen naar de afgewerkte meesterwerken te kijken, maar ook naar de schetsen, studies en ondertekeningen van schilders. Vaak onthullen deze voorbereidende werken een directheid, een rauwheid, en een zoektocht naar structuur die zeer ‘sculpturaal’ aanvoelt. De eerste, snelle lijnen waarmee een compositie wordt opgezet, de studies van anatomie of draperie – hierin is de essentie van de vorm vaak nog duidelijker zichtbaar dan in het uiteindelijke, meer uitgewerkte schilderij. Voor de beeldhouwer, die immers ook begint met een ruwe massa en geleidelijk de vorm onthult, kan de energie en de constructieve logica in deze schetsen een enorme inspiratiebron zijn. Zelfs onvoltooide schilderijen kunnen een bijzondere aantrekkingskracht hebben; ze tonen het kunstwerk ‘in wording’, een staat van potentieel die sterk resoneert met het proces van beeldhouwen, waarbij de definitieve vorm zich langzaam uit de steen losmaakt.
Het is ook waardevol om de definitie van ‘schilderkunst’ te verbreden. Inspiratie hoeft niet beperkt te blijven tot de traditionele olieverfschilderijen uit de Westerse canon. Fresco’s, met hun matte oppervlak en aardse pigmenten, kunnen inspireren tot een bepaalde textuur of patina in steen. Manuscript-illuminaties, met hun gedetailleerde lijnvoering en symbolische helderheid, kunnen ideeën aanreiken voor verfijnde reliëfs. De energie en directheid van graffiti of street art kan leiden tot meer spontane, ruwe benaderingen in steen. Digitale schilderkunst, met zijn unieke mogelijkheden voor gelaagdheid en lichteffecten, kan de beeldhouwer uitdagen om na te denken over hoe dergelijke effecten conceptueel vertaald kunnen worden. En laten we de rijke schilder tradities van niet-Westerse culturen niet vergeten: de Japanse sumi-e schilderkunst, met zijn nadruk op de essentie, de leegte en de kracht van de enkele lijn, kan een diepe bron van inspiratie zijn voor een minimalistische, meditatieve benadering van steen. Afrikaanse rotsschilderingen of Aboriginal dot paintings, met hun eigen unieke symboliek en verbinding met het landschap, kunnen de horizon van de beeldhouwer verbreden.

​De sleutel tot al deze benaderingen is het vermijden van de ‘letterlijke valkuil’. Het doel is nooit om een schilderij te imiteren in steen. Dat zou de kracht van beide media ontkennen. De ware kunst ligt in de transformatie, in de interpretatie, in het gebruik van het schilderij als een katalysator voor een nieuw, autonoom kunstwerk in steen. Het schilderij stelt de vragen, werpt de thema’s op, suggereert de sferen; de beeldhouwer antwoordt in de taal van zijn eigen materiaal, met zijn eigen unieke visie.
​

Dit alles vereist een bepaalde mindset: een openheid om te leren, een bereidheid om te experimenteren, en de moed om de eigen comfortzone te verlaten. Het ontwikkelen van een 'sculpteurs filter' bij het bekijken van schilderkunst – een manier van kijken die voortdurend zoekt naar driedimensionaal potentieel – is een vaardigheid die groeit door oefening. Neem de tijd voor museumbezoek, voor het bestuderen van kunstboeken. Laat de indrukken bezinken. Voer een innerlijke dialoog met de kunstwerken. En wees niet bang om te ‘falen’ in het vertaalproces; elke poging, zelfs als die niet direct leidt tot een afgewerkt beeld, is een leerervaring die uw inzicht en uw artistieke vocabulaire vergroot.
Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Simone van Olst en Alex Sluimer hun passie voor steen delen, streven we ernaar een omgeving te creëren die precies deze diepgaande, onderzoekende en experimentele benadering van kunst stimuleert. Wij geloven dat de grenzen tussen disciplines poreus zijn, en dat de rijkste ontdekkingen vaak plaatsvinden op de snijvlakken. De stille dialoog tussen het geschilderde doek en de onbewerkte steen is er een van eindeloze mogelijkheden. Door ons open te stellen voor de verhalen, de emoties, de symbolen en de contexten die in de schilderkunst verborgen liggen, en door actief en vragend met deze meesterwerken in gesprek te gaan, kunnen we als steenbeeldhouwers niet alleen onze technische vaardigheden verfijnen, maar ook de ziel van ons werk verdiepen. Het is een uitnodiging om kunst te zien als een groot, onderling verbonden web van menselijke expressie, waarin elke draad, hoe verschillend ook, de potentie heeft om de andere te versterken en te verlichten. En die ontdekkingsreis, die leidt tot een meer geïnspireerd, betekenisvol en authentiek beeldhouwwerk, is een van de grootste vreugden van het kunstenaarschap.
0 Opmerkingen

De onmiskenbare blik: Charley Toorop's liefde voor Van Gogh en de vonk voor jouw eigen kunst

17/6/2025

0 Opmerkingen

 
Lieve kunstvrienden, makers met hart en ziel, en iedereen die zich, net als ik, kan verliezen in de kracht van een geschilderde blik,

Ik ben Simone van Olst, en ik moet jullie gewoon even meenemen in mijn enthousiasme! Afgelopen Pinksteren bezocht ik een tentoonstelling die me diep heeft geraakt en die nog steeds nazindert: "Charley Toorop: Liefde voor Van Gogh" in het altijd weer prachtige Kröller-Müller Museum in Otterlo. Charley Toorop… wat een icoon! Voor mij is zij een van die kunstenaars wier werk een soort thuiskomen is. Altijd als ik in Museum De Lakenhal hier in Leiden ben, of in het Centraal Museum in Utrecht, dan moet ik eerst even langs haar portretten. Die ogen… die kijken je aan met een intensiteit, een directheid, een onverbloemde eerlijkheid die je bijblijft, die je iets doen.
En nu dus deze tentoonstelling, die haar werk koppelt aan een andere reus die haar zo inspireerde: Vincent van Gogh. De titel alleen al, "Liefde voor Van Gogh", belooft een intieme en persoonlijke kijk. En dat is het ook. Het is geen grootschalige blockbuster, maar een zorgvuldig samengestelde, liefdevolle presentatie die de diepe verbondenheid tussen deze twee uitzonderlijke kunstenaars voelbaar maakt. De opbouw van de expositie is prachtig gedaan; de conservatoren hebben echt credits verdiend voor de manier waarop ze de werken laten spreken en de dialoog tussen Toorop en Van Gogh zichtbaar maken.

Deze blog is mijn persoonlijke verslag, een manier om mijn ontroering en de vele vonkjes inspiratie die ik heb opgedaan met jullie te delen. Want hoewel Charley Toorop een schilder was, en Van Gogh natuurlijk ook, is er zóveel in hun werk en benadering dat ons, als beeldhouwers – en zeker als beeldhouwers – kan voeden en prikkelen. En als kers op de taart was er in het museum ook een hoek die mijn hart (en dat van mijn man Alex Sluimer!) sneller deed kloppen, met werk uit de jaren '20 – een periode die ons mateloos fascineert. Misschien een idee voor een nieuwe lezing? Ik ben benieuwd naar jullie animo!
Afbeelding

​
​Het Kröller-Müller Museum: Een oase van kunst en natuur
Voordat ik dieper op de tentoonstelling inga, eerst even een woord van lof voor het Kröller-Müller Museum zelf. Wat blijft dat toch een magische plek! Genesteld in het hart van Nationaal Park De Hoge Veluwe, ademt het museum een sfeer van rust en contemplatie. De combinatie van de indrukwekkende collectie moderne en hedendaagse kunst, de wereldberoemde Van Gogh-verzameling, en de prachtige beeldentuin, omringd door de natuur, maakt elk bezoek tot een verademing. Het is een plek waar kunst en natuur elkaar ontmoeten en versterken, een plek die uitnodigt tot vertragen en aandachtig kijken.

​En dat is precies de juiste stemming om je onder te dompelen in het werk van kunstenaars als Charley Toorop en Vincent van Gogh.
"Charley Toorop: Liefde voor Van Gogh" – Een liefdevolle ontmoeting
De tentoonstelling zelf is, zoals gezegd, niet overdonderend groot, maar juist daardoor zo krachtig. Het voelt als een intieme kennismaking, een kijkje in de ziel van Charley Toorop en haar diepe bewondering voor Van Gogh.

De curatoren hebben op een subtiele manier werken van Toorop naast of in relatie tot die van Van Gogh geplaatst. Soms zie je het in de intensiteit van het kleurgebruik, dan weer in de pasteuze, bijna geboetseerde verfopbreng, of in de keuze van onderwerpen: de portretten van gewone mensen, de zelfportretten, de landschappen die getuigen van een diepe verbondenheid met de aarde. Het is geen letterlijke kopie, maar een doorleefde affiniteit, een geestverwantschap.

Wat mij keer op keer het meest treft in Toorop’s werk, en wat in deze tentoonstelling prachtig naar voren komt, is de onwaarschijnlijke kracht van haar portretten. Haar modellen kijken je vaak recht aan, zonder opsmuk, zonder idealisering. Er zit een enorme psychologische diepgang in die blikken. Ze zijn indringend, soms bijna confronterend, maar altijd vol menselijkheid. Je voelt de persoon achter het portret. Denk aan haar beroemde ‘Zelfportret met drie kinderen’ of de portretten van haar vriendenkring. Elk gezicht vertelt een verhaal, getuigt van een innerlijk leven.

Natuurlijk hangen er bekende werken, maar er zijn ook altijd weer verrassingen te ontdekken. Een minder bekend portret dat je plotseling raakt, een landschap waarin je de echo van Van Gogh’s cipressen of korenvelden voelt, een stilleven dat getuigt van eenzelfde intense observatie van het alledaagse. Een van de parels voor mij was een krachtig portret van een arbeider, waarin de textuur van de huid bijna voelbaar was, en de ogen een wereld van doorleefde ervaringen weerspiegelden. Naast Toorop's werken, werden ook enkele van Van Goghs stukken getoond die haar duidelijk beïnvloed hebben, zoals een studie van een boerenhoofd, vol karakter en mededogen.

Deze prachtige tentoonstelling is nog te bewonderen tot 14 september. Een absolute aanrader als je de kans hebt!
De kracht van de blik: Wat Toorop ons als beeldhouwers kan leren
"Maar Simone," hoor ik je misschien weer denken, "Toorop was een schilder. Wat kunnen wij als steenbeeldhouwers, en zeker als beeldhouwers, daar nu concreet mee?" Heel veel, kan ik je verzekeren!
  • De essentie van vangen: Toorop was een meester in het vangen van de essentie van een persoon, van een karakter. Ze schilderde niet zomaar een gezicht, ze schilderde een ziel. Als beeldhouwer, zeker als je figuratief werkt in steen, is dat precies waar je ook naar streeft. Hoe kun je met de hardheid van de steen toch die kwetsbaarheid, die kracht, die innerlijke wereld van je model suggereren? Toorop’s werk daagt ons uit om verder te kijken dan de oppervlakte.
  • De intensiteit van observatie: Haar portretten getuigen van een ongelooflijk scherpe, bijna genadeloze observatie. Ze keek écht. En dat is een vaardigheid die voor elke beeldhouwer cruciaal is. Voordat je een beitel op de steen zet, moet je je model, je onderwerp, je inspiratiebron door en door bestudeerd hebben. Niet alleen met je ogen, maar met al je zintuigen.
  • Psychologisch inzicht: Het creëren van een portret in steen is niet alleen een technische uitdaging, maar ook een psychologische. Hoe vertaal je persoonlijkheid in volume, lijn en textuur? Toorop’s werk kan ons helpen om na te denken over hoe we karakter en emotie kunnen uitdrukken in onze driedimensionale vormen.
  • Focus en kracht, ook in abstractie: Zelfs als je abstract werkt, is er iets te leren van Toorop’s focus en de innerlijke kracht die haar werken uitstralen. Haar composities zijn vaak sober, direct, zonder overbodige franje. Ze komt snel tot de kern. Dat is een kwaliteit die ook in abstracte steensculptuur heel krachtig kan zijn: het weglaten, het concentreren op de essentie van de vorm, de lijn, het volume.

Toorop’s ‘indringende blik’ gaat dus niet alleen over de ogen in haar portretten, maar ook over haar eigen manier van kijken naar de wereld: intens, zoekend, en altijd gericht op de waarheid achter de façade. Dat is een houding die elke kunstenaar kan inspireren.
Een verrassende hoek: De resonantie van de jaren '20
Naast de focus op Toorop en Van Gogh, was er in een aangrenzende zaal of sectie van het museum (zoals dat soms zo mooi organisch gebeurt in het Kröller-Müller) ook aandacht voor andere kunstenaars uit, of beïnvloed door, de jaren '20 van de vorige eeuw. Ik zag er prachtig werk van Nederlandse pioniers als Ad Dekkers, met zijn minimalistische reliëfs waarin lijn en geometrie zo’n subtiel spel spelen, en internationale grootheden als de Brit Ben Nicholson, wiens abstracte composities een prachtige balans vinden tussen geometrische helderheid en een bijna poëtische gevoeligheid. Ook andere kunstenaars die flirten met De Stijl, het Constructivisme of Bauhaus-ideeën waren vertegenwoordigd.

Deze periode, de jaren '20 en '30, is een tijd die mijn man Alex Sluimer en ik enorm bewonderen. Het was een tijd van radicale vernieuwing, van een zoektocht naar universele harmonie, naar pure vormen en heldere structuren. Kunstenaars zochten naar de essentie, naar een nieuwe beeldtaal die paste bij een nieuwe tijd. De principes van geometrische abstractie, de balans tussen lijn, vlak en kleur (of in sculptuur: volume en ruimte), de ritmische composities – het zijn allemaal elementen die ook in de hedendaagse beeldhouwkunst, en zeker in het werken met steen, nog steeds ongelooflijk relevant zijn. Alex, met zijn passie voor geometrie en structuur, kan uren praten over de mathematische precisie en de conceptuele helderheid van deze kunstenaars. Voor mijzelf zit de aantrekkingskracht ook in de spirituele en esthetische zuiverheid die veel van deze werken uitstralen.

Deze ‘omweg’ langs de jaren '20 was een onverwacht cadeau en zette me aan het denken…
Afbeelding
Een lezing in de maak? De stijlperiode van de jaren '20 en haar impact op vormgeving
Het zien van die prachtige, vaak minimalistische werken van Dekkers, Nicholson en hun tijdgenoten, deed bij mij meteen een belletje rinkelen. Ik merkte aan de reacties van de mensen om me heen dat er veel interesse is voor deze periode, maar dat de achtergronden en de specifieke bijdragen van de verschillende kunstenaars niet altijd even bekend zijn.

Daarom speel ik met het idee om, naast mijn lezing over Henry Moore in 2026, misschien ook een nieuwe lezing te ontwikkelen die specifiek ingaat op de kunst en vormgeving van de jaren '20 en '30. Een periode die zo cruciaal is geweest voor de ontwikkeling van de moderne kunst en die nog steeds doorwerkt in hedendaags design en sculptuur.
  • Wat zou zo'n lezing kunnen inhouden?
    • We zouden kijken naar de belangrijkste stromingen: De Stijl (Mondriaan, Van Doesburg, Rietveld), Bauhaus (Gropius, Klee, Kandinsky), Constructivisme (Tatlin, Rodchenko, Gabo, Pevsner), en de abstracte pioniers in Engeland en Frankrijk.
    • We zouden de filosofieën achter deze bewegingen verkennen: het streven naar universaliteit, de integratie van kunst en leven, de rol van geometrie en abstractie.
    • We zouden specifiek kijken hoe deze principes hun weg vonden naar de driedimensionale vormgeving: sculptuur, architectuur, meubelontwerp. Hoe zochten beeldhouwers in die tijd naar pure, abstracte vormen in materialen als metaal, hout, en ja, ook steen?
    • En natuurlijk zouden we de link leggen naar vandaag: hoe kunnen deze ‘oude’ ideeën over pure vorm, structuur en balans ons, als hedendaagse (steen)beeldhouwers, nog steeds inspireren?

Ik ben heel benieuwd: zou er bij jullie interesse zijn voor zo'n lezing over de boeiende stijlperiode van de jaren '20? Laat het me weten in de reacties onder deze blog, of stuur me een mailtje! Jullie input is voor mij heel waardevol.
Waarom deze inspiratiebronnen delen? Mijn visie als docent
Je vraagt je misschien af waarom ik zo enthousiast word van het delen van mijn museum-bezoekjes of het praten over kunstgeschiedenis. Voor mij is het een essentieel onderdeel van mijn kunstenaarschap en mijn rol als docent in Beeldhouwatelier Simone van Olst.
  • De interne databank voeden. Zoals ik al vaker heb geschreven, geloof ik heilig in het concept van "je hoofd als databank". Elke keer als je kunst bekijkt, een boek leest, een gesprek voert, of de natuur observeert, voed je die databank. Door mijn inspiratiebronnen te delen, hoop ik ook jouw databank te verrijken en je aan te moedigen om zelf op ontdekkingsreis te gaan.
  • Verbindingen leggen. Kunst staat nooit op zichzelf. Er zijn altijd verbindingen, invloeden, dialogen tussen kunstenaars, periodes en disciplines. Het ontdekken van die verbindingen maakt je begrip van kunst dieper en je eigen werk rijker. De link tussen Van Gogh en Toorop, of tussen de schilders van De Stijl en abstracte beeldhouwers – het zijn allemaal fascinerende dwarsverbanden.
  • Nieuwsgierigheid prikkelen. Ik hoop je nieuwsgierigheid te prikkelen, je uit te dagen om verder te kijken dan wat je al kent, en je open te stellen voor nieuwe vormen van expressie.
  • Inspiratie voor steen. En uiteindelijk gaat het er natuurlijk om hoe al deze inspiratie kan doorwerken in jouw eigen creaties in steen. Hoe kan de intensiteit van een Toorop-portret je helpen om meer expressie in jouw figuratieve steenwerk te leggen? Hoe kunnen de heldere principes van de jaren '20 je helpen om krachtigere abstracte composities in steen te maken? Dat zijn de vragen die we in het atelier, tijdens de cursussen en workshops, samen kunnen verkennen.
Afbeelding
Jouw uitnodiging: Ervaar het zelf en laat je inspireren!
Ik kan je van harte aanbevelen om, als je de kans hebt, zelf de tentoonstelling "Charley Toorop: Liefde voor Van Gogh" in het Kröller-Müller Museum in Otterlo te gaan zien. Laat je raken door de kracht van Charley’s blik en de intense dialoog met Vincent. En dwaal daarna ook zeker even door de andere zalen en de beeldentuin; het Kröller-Müller is altijd een feest voor de zintuigen.

En als je na het lezen van deze blog denkt: "Ja, ik wil ook meer leren over hoe ik mijn inspiratie kan omzetten in steen, hoe ik mijn technische vaardigheden kan vergroten, of hoe ik mijn eigen artistieke stem kan vinden," dan ben je natuurlijk van harte welkom in mijn atelier in Leiden. Of het nu gaat om een doorlopende cursus, een gespecialiseerde workshop, of een van mijn (toekomstige) lezingen, er is altijd een manier om jouw creatieve vonk verder aan te wakkeren.
De onuitputtelijke bron
Kunst is een onuitputtelijke bron van inspiratie, troost en verwondering. Kunstenaars als Charley Toorop, Vincent van Gogh, Henry Moore, en de vernieuwers van de jaren '20 laten ons zien hoe je met passie, vakmanschap en een open blik de wereld om je heen kunt vangen en transformeren tot iets nieuws, iets eigens, iets blijvends. Het is een erfenis waar we allemaal uit kunnen putten.

​Ik hoop dat deze blog je heeft geïnspireerd. Laat me vooral weten of een lezing over de kunst van de jaren '20 je zou interesseren! En wie weet, tot ziens in Otterlo, of in mijn atelier in Leiden!

0 Opmerkingen

De stille dialoog: Hoe tweedimensionale meesters het beeldhouwen in steen kunnen inspireren

11/6/2025

0 Opmerkingen

 
In de wereld van de beeldende kunst lijken de disciplines soms werelden van elkaar verwijderd. Een schilder, met een palet vol kleuren en de vrijheid van het doek, tegenover een beeldhouwer, worstelend met de weerbarstigheid van het materiaal, de beperkingen van de massa en de afwezigheid van aangebrachte kleur. Toch, als we dieper kijken, voorbij de oppervlakte van techniek en materiaal, ontvouwt zich een rijke, stille dialoog. Juist in de wereld van de schilderkunst, op het platte vlak van het schilderij, ligt een schat aan inspiratie verborgen voor wie in steen werkt. Het is een bron die, mits goed aangeboord, kan leiden tot een ongekende ‘burst’ in creativiteit en een verdieping van het eigen driedimensionale werk. Bij ons in beeldhouwatelier in Leiden, waar Simone van Olst en Alex Sluimer dagelijks de grenzen van steen verkennen, moedigen we deze kruisbestuiving actief aan. Want hoe vertaal je de essentie van een kleurrijk, lichtgevend schilderij naar de monochrome, massieve realiteit van steen? Het antwoord ligt in het leren kijken, het leren ontleden, en het leren ‘voelen’ van de fundamentele elementen die elke krachtige visuele expressie, tweedimensionaal of driedimensionaal, onderbouwen.
​

Het lijkt misschien contra-intuïtief. Steen is zwaar, onvergevingsgezind en inherent driedimensionaal. Een schilderij is een illusie, een venster op een wereld gecreëerd met pigment en lijn op een plat oppervlak. De beperkingen van steen zijn evident: de kleur is die van de steen zelf, tenzij men later wassen of andere materialen toevoegt, wat in de pure beeldhouwkunst minder gebruikelijk is. Vormen kunnen niet zomaar zweven; ze moeten verbonden zijn, ondersteund door de massa van het materiaal, tenzij men met uiterst complexe constructies en risico’s werkt. Maar juist deze zogenaamde beperkingen dwingen de beeldhouwer tot een diepere focus op de kernelementen van de kunst: vorm, volume, textuur, lijn, en de cruciale interactie met licht en schaduw. En waar beter deze elementen in hun puurste, meest bestudeerde vorm te observeren dan in de meesterwerken van de schilderkunst? Schilders zijn meesters in illusie, maar die illusie is gebouwd op een ijzersterk begrip van hoe wij de wereld waarnemen en hoe visuele elementen emotie en betekenis overbrengen. Voor de beeldhouwer in steen is het de kunst om deze illusionaire technieken te ‘stelen’ en ze te transformeren naar tastbare realiteit. Het gaat er niet om een schilderij letterlijk te kopiëren in steen – een zinloze exercitie – maar om de onderliggende principes, de visuele intelligentie, te absorberen en te herinterpreteren binnen de unieke taal van het steenbeeldhouwen.
Een van de meest directe lessen die een beeldhouwer kan trekken uit de schilderkunst is het meesterschap over compositie. Hoe een schilder elementen binnen het kader van het doek ordent – de balans tussen figuren en achtergrond, de leidende lijnen die het oog van de kijker sturen, de ritmische herhaling van vormen of kleuren, de creatie van een dynamisch of juist sereen brandpunt – dit alles is van onschatbare waarde. Een beeldhouwwerk bestaat weliswaar in een 360-graden ruimte, maar elke individuele aanblik, elk mogelijk standpunt van de beschouwer, vormt in feite een eigen compositie. Door te bestuderen hoe schilders als Vermeer een serene, uitgebalanceerde spanning creëren, of hoe een barok-meester als Rubens met wervelende diagonalen een gevoel van drama en beweging oproept, kan de beeldhouwer leren om zijn massa’s bewuster te verdelen, om de interactie tussen het beeld en de omringende ruimte (de negatieve ruimte, zo cruciaal in zowel 2D als 3D) te optimaliseren. De ‘regels’ van compositie – de gulden snede, de regel van derden – zijn even relevant voor een blok marmer als voor een linnen doek. Het bestuderen van hoe schilders deze principes toepassen, en soms moedwillig doorbreken, scherpt het oog van de beeldhouwer voor de ruimtelijke relaties binnen zijn eigen werk. Het helpt om een sculptuur te ontwerpen die vanuit elke hoek boeit, die een visueel pad biedt voor de kijker, en die een duidelijke artistieke intentie communiceert door de pure ordening van vormen.
​
Vervolgens is er het spel van licht en schaduw, misschien wel de meest directe brug tussen schilderkunst en beeldhouwen. Schilders, van de Renaissance tot heden, hebben licht gebruikt om vorm te suggereren, volume te creëren, textuur te accentueren en een specifieke sfeer of emotionele lading op te roepen. Denk aan het dramatische clair-obscur van Caravaggio of Rembrandt, waar figuren uit een diep duister oplichten, hun vormen gedefinieerd door sterke contrasten. Voor een beeldhouwer is licht niet een illusie die met verf wordt gecreëerd, maar een fysieke partner. De manier waarop het licht over de oppervlakken van de steen strijkt, hoe het in diepe inkepingen duikt en schaduwen werpt die de vorm versterken of juist mystificeren, is een essentieel onderdeel van het uiteindelijke kunstwerk. Door te kijken naar hoe schilders lichtval en schaduwpartijen gebruiken om bijvoorbeeld de ronding van een wang, de plooi van een gewaad of de spanning van een spier te suggereren, kan de beeldhouwer leren om zijn vlakken, curven en inkepingen zo te bewerken dat ze optimaal met het natuurlijke of kunstmatige licht interageren. Een gepolijst oppervlak reflecteert anders dan een ruw gehakt vlak; een scherpe rand vangt het licht anders dan een zachte overgang. De ‘kleur’ van de monochrome steen wordt dan de gradatie van licht naar donker, de subtiele nuances in de schaduwen, de heldere accenten op de hooglichten. De studie van licht in de schilderkunst kan de beeldhouwer inspireren tot moediger gebruik van diepte, tot het creëren van meer dynamische oppervlakken, en tot een beter begrip van hoe het uiteindelijke beeld zal ‘leven’ in zijn omgeving, veranderend met de lichtomstandigheden gedurende de dag.
Ook de lijn en contour bieden een vruchtbaar studiegebied. Schilders gebruiken lijnen niet alleen om de omtrekken van objecten te definiëren, maar ook om beweging, richting, en emotie over te brengen. De vloeiende, sensuele lijnen in een werk van Botticelli, de nerveuze, energieke lijnen van een Egon Schiele (was een Oostenrijks expressionistisch kunstschilder, of de strenge, geometrische lijnen van een Mondriaan – elk type lijn heeft een eigen expressieve kracht. In steen worden lijnen gecreëerd door de randen van vlakken, door de overgang van de ene vorm naar de andere, of door ingekerfde details. De beeldhouwer kan van schilders leren hoe een lijn spanning kan opbouwen, hoe een contour een gevoel van volume kan suggereren nog voordat de massa volledig is uitgewerkt, en hoe de ‘flow’ van lijnen door een compositie een gevoel van eenheid en harmonie kan creëren. Zelfs in sterk abstracte schilderkunst kan de interactie van lijnen en de energie die ze uitstralen een directe inspiratiebron zijn voor de beeldhouwer die op zoek is naar een krachtige, lineaire expressie in steen. Het vertalen van een geschilderde lijn naar een stenen rand vereist een diep begrip van hoe die rand het licht zal vangen en hoe het de algehele perceptie van de vorm zal beïnvloeden.
​

De illusie van diepte en perspectief op een plat vlak is een andere fascinerende uitdaging die schilders al eeuwenlang aangaan. Technieken zoals atmosferisch perspectief (waarbij objecten in de verte vager en blauwer worden), lineair perspectief (met vluchtpunten en verdwijn-lijnen) en het simpelweg overlappen van vormen, creëren een gevoel van ruimtelijkheid. Hoewel een beeldhouwer met werkelijke diepte werkt, kan de studie van deze 2D-technieken toch inspirerend zijn. Hoe kan men bijvoorbeeld in een reliëf, dat ergens het midden houdt tussen 2D en 3D, de suggestie van grote diepte wekken? Hoe kan men in een vrijstaand beeld de interactie tussen voor-, midden- en achterplan zo orkestreren dat er een boeiende ruimtelijke ervaring ontstaat, zelfs als de fysieke diepte beperkt is? Het kijken naar hoe schilders de kijker ‘in’ het schilderij trekken, kan de beeldhouwer helpen om zijn werk zo te componeren dat het uitnodigt tot verkenning vanuit verschillende hoeken, en dat het een dynamische relatie aangaat met de ruimte eromheen.
Misschien wel het meest ongrijpbare, maar tevens meest waardevolle element dat uit de schilderkunst kan worden overgenomen, is de emotionele inhoud en het narratief. Een schilderij kan een verhaal vertellen, een stemming oproepen, een filosofisch idee verkennen, of een diepe menselijke emotie uitdrukken, puur door de keuze van onderwerp, kleur, compositie en licht. Een steenbeeldhouwer, ontdaan van de directe verhalende mogelijkheden van figuratieve schilderkunst of de emotionele directheid van kleur, moet deze aspecten vertalen naar de taal van vorm, textuur en ruimtelijke aanwezigheid. De intense psychologische lading in een portret van Rembrandt, de serene spiritualiteit in een landschap van Caspar David Friedrich, of de rauwe energie in een abstract expressionistisch werk van Jackson Pollock – hoe kan dit vertaald worden naar steen? Dit is waar de alchemie van de artistieke vertaling werkelijk begint. Het gaat erom de essentie van die emotie of dat verhaal te vatten. Een gevoel van melancholie kan worden uitgedrukt in neerwaartse, zware vormen en een gesloten compositie. Vreugde kan zich manifesteren in opwaartse bewegingen, open vormen en een dynamisch spel van licht. De uitdaging is immens, maar de beloning – een beeld dat resoneert op een diep emotioneel niveau – is navenant.
​

En wat te denken van textuur? Schilders zijn meesters in het suggereren van textuur: de zachtheid van fluweel, de ruwheid van een bakstenen muur, de gladheid van huid. De beeldhouwer werkt met werkelijke textuur. De steen zelf heeft een inherente textuur, die kan variëren van de grove korrel van kalksteen tot de fijne, dichte structuur van marmer. Maar daarbovenop kan de beeldhouwer door middel van bewerkingstechnieken – polijsten, schuren, boucharderen, frijnen ( een vorm van handmatige sier bewerking van natuursteen, waarbij evenwijdige lijnen in het oppervlak geslagen worden),  hakken – een oneindige variëteit aan oppervlaktestructuren creëren. De suggestie van textuur in een schilderij kan de beeldhouwer inspireren om te experimenteren met de tactiele kwaliteiten van zijn werk. Een glad geschilderd oppervlak in een portret kan leiden tot een zorgvuldig gepolijste afwerking van een stenen gezicht, terwijl de impasto techniek van een Van Gogh, met zijn dikke verflagen, kan aanzetten tot een ruwere, expressievere behandeling van het steenoppervlak, waarbij de sporen van het gereedschap bijdragen aan de zeggingskracht.
De abstractie van vorm, een proces dat in de schilderkunst van de 20e eeuw een enorme vlucht nam, is eveneens zeer relevant. Schilders als Picasso, Kandinsky of Malevich reduceerden de zichtbare werkelijkheid tot geometrische basisvormen, kleurvlakken of pure lijnen, op zoek naar een diepere, universele waarheid of een directe emotionele expressie. Steen, met zijn massiviteit en de noodzaak tot vereenvoudiging (men kan niet elke minuscule detail uit een blok steen hakken), leent zich bij uitstek voor abstractie. Het bestuderen van hoe schilders vormen abstraheren, hoe ze de essentie van een object of een idee vangen in een vereenvoudigde, maar krachtige vorm, kan de steenbeeldhouwer helpen om los te komen van een louter mimetische weergave en te zoeken naar een meer symbolische of conceptuele uitdrukkingskracht. Het dwingt tot nadenken over welke details weggelaten kunnen worden en welke juist essentieel zijn om de beoogde boodschap over te brengen.
​

En laten we de negatieve ruimte niet vergeten. In de schilderkunst is de ruimte rondom en tussen de objecten net zo belangrijk als de objecten zelf. Het draagt bij aan de compositie, de balans en de algehele sfeer. Voor een beeldhouwer is negatieve ruimte de lucht die het beeld omringt, de openingen die erdoorheen gaan, de leegtes die evenveel ‘vorm’ en betekenis hebben als de massieve delen van de steen. Het bestuderen van hoe schilders negatieve ruimte gebruiken om hun positieve vormen te versterken, kan de beeldhouwer inspireren om moediger om te gaan met het weghalen van materiaal, om te spelen met doorkijkjes en om de interactie tussen het beeld en zijn omgeving te intensiveren.
Nu, hoe vindt deze vertaling van het tweedimensionale naar het driedimensionale, van de kleurrijke illusie naar de monochrome realiteit, concreet plaats? 

Dus, ga in de actiestand, pak je chaos schriftje:

Het begint, zoals gezegd, met intensief en analytisch kijken. Bezoek musea, bestudeer kunstboeken, niet passief, maar met een ‘sculpteurs-oog’. Deconstrueer een schilderij. Wat zijn de dominante lijnen? Waar valt het licht het sterkst? Welke vormen dragen de meeste emotionele lading? Maak schetsen, niet om het schilderij te kopiëren, maar om de elementen te isoleren die u aanspreken. Een snelle schets van alleen de licht-donker contrasten, of alleen de hoofdlijnen van de compositie, kan al enorm verhelderend zijn.
​

De grootste uitdaging is wellicht het gemis aan kleur. Hoe vertaal je de emotionele impact van een vurig rood, een diepblauw, of een zonnig geel naar de beperkte tonaliteit van steen? Hier komt een meer synesthetische benadering van pas. Kleur is niet alleen een visuele sensatie; het roept ook gevoelens, associaties, en zelfs fysieke sensaties op. Een helder, warm rood kan vertaald worden naar scherpe, dynamische, opwaartse vormen in steen, of naar een textuur die energie uitstraalt. Een koel, rustgevend blauw kan inspireren tot gladde, vloeiende, horizontale vormen, of tot een serene, gepolijste afwerking. De intensiteit van een kleur kan zich vertalen in de diepte van de inkepingen of de prominentie van een bepaald volume. Het is een subjectief proces, maar wel een dat getraind kan worden. Soms kan zelfs de keuze van de steensoort een rol spelen: het diepe, bijna zwarte van Belgisch hardsteen kan de dramatiek van een donker schilderij echoën, terwijl het zachte crème van een Franse kalksteen kan aansluiten bij een lichter, etherischer palet.
Vervolgens komt de stap van 2D-analyse naar 3D-creatie. Maak kleine maquettes in klei of was. Draai ze rond, bekijk ze van alle kanten. Hoe verhouden de vormen zich tot elkaar in de ruimte? Hoe verandert de schaduwwerking als de lichtbron beweegt? Dit is het moment om te experimenteren, om de vertaalslag te maken van de platte compositie naar een ruimtelijk object dat vanuit elke hoek moet overtuigen. De ‘achterkant’ van een schilderij bestaat niet, maar die van een sculptuur is even belangrijk als de voorkant. Dit vereist een constante mentale rotatie en een voorstellingsvermogen dat getraind wordt door te doen.
​

De vermeende beperkingen van steen kunnen hierbij juist als een kracht worden ingezet. De afwezigheid van kleur dwingt tot een uiterste concentratie op vorm, textuur en het spel van licht. De weerbarstigheid van het materiaal eist een weloverwogen aanpak, een dialoog met de steen, waarbij de beeldhouwer soms zijn oorspronkelijke plan moet bijstellen als de steen zijn eigen ‘wil’ toont door een onverwachte ader of breuklijn. Deze focus op de pure, tastbare kwaliteiten van het materiaal kan leiden tot werken met een grote directheid en authenticiteit. De permanentie van steen, in tegenstelling tot de relatieve kwetsbaarheid van een doek, geeft het werk een gewicht en een tijdloosheid die uniek is voor dit medium.
Stel je de dramatische lichtval in een schilderij van Caravaggio voor: de diepe schaduwen, de helder uitgelichte figuren. Een beeldhouwer kan dit vertalen door te werken met sterke contrasten in diepte, met diepe ondersnijdingen en scherp gedefinieerde vlakken die harde schaduwen werpen, waardoor een vergelijkbaar gevoel van drama en tastbaarheid ontstaat. Of neem de geometrische abstractie van Mondriaan: de heldere vlakverdeling, de strenge lijnen. Dit kan een beeldhouwer inspireren tot het creëren van abstracte, architectonische vormen in steen, waarbij de nadruk ligt op de pure relatie tussen volumes en de ritmiek van lijnen en vlakken. De emotionele turbulentie en de expressieve textuur in een werk van Van Gogh kunnen aanzetten tot een krachtige, bijna ‘impressionistische’ bewerking van het steenoppervlak, waarbij de sporen van de beitel zichtbaar blijven en bijdragen aan de emotionele zeggingskracht van het beeld. Zelfs de subtiele atmosferische effecten in een landschap van Turner, de suggestie van mist of zonlicht, kunnen, hoe abstract ook, een beeldhouwer prikkelen om na te denken over hoe de oppervlaktebehandeling van de steen – van fluweelzacht gepolijst tot korrelig en ruw – een bepaalde ‘atmosfeer’ kan oproepen.
​

Bij ons atelier in Leiden moedigen we onze cursisten en collega-kunstenaars, vaak aan om musea te bezoeken met precies deze ‘vertalende’ blik. Neem een schetsboek mee. Focus niet op het onderwerp, maar op de onderliggende structuur. Maak ‘licht-donker’ studies. Analyseer de compositie. Probeer de emotionele kern te vatten. Thuis kan je dan experimenteren: hoe zou die geschilderde curve aanvoelen als een stenen volume? Hoe zou die kleur vibratie zich uiten in textuur? Creëer een ‘moodboard’ waarop u reproducties van schilderijen combineert met foto’s van steensoorten, texturen, of zelfs abstracte schetsen van driedimensionale vormen.
Kortom, de wereld van de schilderkunst is geen verre, vreemde planeet voor de beeldhouwer. Het is een complementair universum, vol lessen, inspiratie en visuele strategieën die wachten om ontdekt en getransformeerd te worden. Door de ogenschijnlijke barrières van medium en dimensie te doorbreken, en door te leren kijken naar de fundamentele artistieke principes die alle grote kunst verbinden, kan de beeldhouwer in steen zijn eigen werk verrijken, zijn creatieve horizon verbreden en nieuwe diepten van expressie vinden in de tijdloze taal van de vorm. Het is een ontdekkingsreis die niet alleen leidt tot betere sculpturen, maar ook tot een dieper begrip van de kunst zelf, in al haar verschijningsvormen. En die reis, die stille dialoog tussen het platte vlak en de volle steen, is een van de meest lonende die een kunstenaar kan ondernemen. Wij, Alex en ik nodigen je uit om deze dialoog zelf aan te gaan, en wellicht ontdek je, net als wij, dat de inspiratie voor uw volgende beeld verborgen ligt in de penseelstreken van een oude of nieuwe meester.
​

Laat je weten wat je vond van dit blog? Ik hoor graag je hersenspinsels en je visie!
0 Opmerkingen

    Simone van Olst

    Beeldhouwer, begeleider kunstenaars, museum lover, organisator culturele projecten, kunstlezingen, schrijver.

    Archief

    Januari 2026
    December 2025
    November 2025
    Oktober 2025
    September 2025
    Augustus 2025
    Juli 2025
    Juni 2025
    Mei 2025
    April 2025
    Maart 2025
    Februari 2025
    Januari 2025
    December 2024
    November 2024
    September 2024
    Februari 2022
    Januari 2022
    December 2021
    November 2021
    Oktober 2021
    September 2021
    Juni 2021
    December 2020
    November 2020
    Oktober 2020
    September 2020
    Oktober 2019
    Juni 2019
    Oktober 2018
    September 2018
    Juni 2018
    Mei 2018
    December 2016
    November 2016
    Oktober 2016
    September 2016
    Augustus 2016
    Juli 2016
    Juni 2016
    Mei 2016
    April 2016
    Maart 2016
    Februari 2016
    Januari 2016
    December 2015
    November 2015
    Oktober 2015
    September 2015
    Augustus 2015
    April 2015
    Maart 2015
    Januari 2015
    December 2014
    November 2014
    September 2014

    Categorie

    Alles
    Abstractie
    ADHD
    Albast
    Alex Sluimer
    Angst
    Balans
    Beelden
    Beeldhouwatelier Leiden
    Beeldhouwen
    Boeken
    Brein
    Chaos Schriftjes Methode
    Compositie
    Creatief Proces
    Creativiteit
    Denkwerk
    Diepte En Perspectief
    Divergent Denken
    Doe Het Zelf
    Emotionele Inhoud
    Energie
    Exposities
    Genieten
    Healing
    Hygge
    Innerlijke Rust
    Innovatie
    Inspiratie
    Kristal
    Kunst Leiden
    Kunstroute
    Lagom
    Leidse Kunstroute
    Marmer
    Mentale Rust
    Mindset
    Narratief
    Negatieve Ruimte
    Overvloed
    Persoonlijke Groei
    Persoonlijke Ontwikkeling
    Productieviteits Druk
    Productiviteit
    Psycologie
    Rust
    SamStone
    Schilderkunst
    Sculptuur
    Simone Van Olst
    Slaap
    Slapen
    Speksteen
    Steenbeeldhouwen
    Steensoorten
    Tentoonstelling
    Textuur
    Veerkracht
    Vertouwen
    Waxinelichtje
    Workshop
    Zelfliefde

    RSS-feed


​Neem contact op of kom langs:


Foto

atelier

Kenauweg 17a
​

2331 BA Leiden
​
Openingstijden

CONTACT

Telefoon:
​06-285 68 997
​
Mail:
[email protected]

bedrijfsgegevens

KVK nummer:
​57186820
​
Btw identificatienummer: NL001980586B04

PRIVACY

Privacyverklaring

Cookieverklaring
​

Algemene voorwaarden