Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Alex Sluimer en ik, Simone van Olst, niet alleen de techniek van het steenbeeldhouwen doorgeven, maar ook het belang van een diepgaande artistieke reflectie benadrukken, geloven we dat deze conceptuele erfenis van onschatbare waarde is. Het nodigt ons uit om verder te kijken dan het oppervlak, om de onderliggende ideeën te doorgronden en om onze eigen rol als scheppende denkers serieus te nemen.
Een van de meest opvallende kenmerken in het oeuvre van een kunstenaar als Ad Dekkers is de nadruk op systematisch onderzoek. Zijn series waarin hij de deling van het vierkant exploreert, de transformaties van de cirkel, of de subtiele variaties in de diepte van een lijn in een reliëf, getuigen van een bijna wetenschappelijke, methodische benadering. Dit was geen willekeurige esthetische spielerei, maar een diepgaand visueel onderzoek naar de fundamentele mogelijkheden en de inherente logica van geometrische vormen en hun ruimtelijke relaties. Voor de steenbeeldhouwer kan dit conceptuele, onderzoekende aspect van hun werk een enorme inspiratiebron zijn om de eigen praktijk te structureren en te verdiepen. In plaats van zich te beperken tot het creëren van losstaande, op zichzelf staande werken, kan de beeldhouwer worden aangemoedigd tot het opzetten van eigen "onderzoekslijnen" binnen zijn of haar oeuvre. Dit kan betekenen dat men een specifiek formeel principe – zoals de interactie tussen convexe en concave vormen, de expressieve mogelijkheden van de spiraal, of de toepassing van een bepaald proportioneel systeem – systematisch verkent over een reeks van beelden, misschien uitgevoerd in verschillende steensoorten, op variërende schalen, of met diverse oppervlaktebehandelingen.
Een andere benadering kan een thematisch onderzoek zijn, waarbij een abstract concept als ‘verbinding’, ‘groei’, ‘spanning’ of ‘stilte’ wordt uitgediept door middel van een serie sculpturen die, hoewel verschillend in concrete vorm, toch een duidelijke conceptuele verwantschap vertonen. Een dergelijke systematische aanpak hoeft de intuïtie niet uit te sluiten; integendeel, het kan juist een vruchtbaar kader bieden waarbinnen de intuïtie gerichter kan opereren en tot meer gefundeerde ontdekkingen kan leiden. Het stelt de kunstenaar in staat om een idee volledig uit te puren, de grenzen ervan af te tasten, en zo een oeuvre op te bouwen dat getuigt van een coherente visie en een diepgaande artistieke intelligentie.
Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst stimuleren Alex en ik vaak een dergelijke focus, omdat het leidt tot een duurzame ontwikkeling en een grotere helderheid in de artistieke expressie.
Een tweede, diep resonerend concept dat we vinden bij veel modernistische kunstenaars, inclusief degenen die werkten met abstracte reliëfs, is de zoektocht naar essentie. Er was een wijdverbreid streven om de kunst te ontdoen van al het overbodige, het anekdotische, het louter decoratieve, en zo te komen tot een meer fundamentele, universele, of pure vorm van visuele taal. Deze reductie tot de essentie was geen doel op zich, geen streven naar leegte, maar juist een poging om de meest directe en krachtige middelen te vinden om een idee, een gevoel of een structuur uit te drukken. Voor de steenbeeldhouwer heeft dit streven een bijzondere relevantie. Het subtractieve proces van het beeldhouwen – het wegnemen van materiaal om de vorm te onthullen die ‘verborgen’ ligt in het blok steen – is op zichzelf al een metafoor voor de zoektocht naar essentie.
Maar het gaat dieper dan dat. De beeldhouwer die geïnspireerd is door dit principe, zal proberen de essentie van de gekozen steensoort zelf te respecteren en te onthullen: zijn inherente kleur, textuur, hardheid, zijn geologische geschiedenis en zijn unieke ‘karakter’. Tegelijkertijd zal hij of zij streven om de essentie van het artistieke concept of de beoogde emotie in zijn meest gedestilleerde, krachtige vorm uit te drukken, ontdaan van alle franje die de kernboodschap zou kunnen vertroebelen. Dit kan leiden tot werken die, net als de abstracte meesterwerken die hen inspireerden, een tijdloze, universele kwaliteit bezitten en een directe, bijna fysieke impact hebben op de beschouwer. Het gaat hierbij niet noodzakelijkerwijs om een minimalistische esthetiek in de strikte zin des woords, maar eerder om een conceptuele helderheid, een integriteit van vorm en idee, waarbij elk element een noodzakelijke en betekenisvolle rol speelt.
Tenslotte, en misschien wel het meest cruciaal voor de impact van kunst, is de relatie tussen de kunstenaar, het werk en de beschouwer. De subtiele, vaak minimalistische en conceptueel gelaagde aard van de reliëfs en constructies van kunstenaars als Nicholson en Dekkers, of de seriële werken van Jan Schoonhoven, vraagt om een specifieke manier van kijken. Dit zijn geen kunstwerken die schreeuwen om aandacht of zich in één oppervlakkige blik volledig prijsgeven. Integendeel, ze nodigen uit tot vertragen, tot aandachtige beschouwing, tot een actieve betrokkenheid van zowel de zintuigen als het intellect. De subtiele speling van licht en schaduw over een nauwelijks variërend oppervlak, de precisie van een ingesneden lijn, de spanning tussen geometrische vormen – deze kwaliteiten openbaren zich pas volledig aan de observeerder die de tijd en de moeite neemt om werkelijk te kijken en te reflecteren.
Hoe kan dit inzicht de steenbeeldhouwer inspireren in het vormgeven van de ervaring van zijn of haar werk? Het kan aanzetten tot het creëren van sculpturen die de beschouwer belonen voor volgehouden aandacht, die bij herhaalde bezichtiging steeds nieuwe details, betekenislagen of perceptuele nuances onthullen. Dit kan worden bereikt door bewuste keuzes in de oppervlaktebehandeling (die bijvoorbeeld uitnodigt tot aanraking, of het licht op een complexe, steeds veranderende manier reflecteert), in de schaal van het werk (intiem en persoonlijk, of juist monumentaal en ontzagwekkend), en in de plaatsing ervan in de ruimte (die de beschouwer aanmoedigt om rond het beeld te bewegen, of juist een focuspunt creëert voor stille meditatie). Het kunstwerk wordt dan meer dan een statisch object; het wordt een katalysator voor een ervaring, een stille dialoog tussen de intentie van de kunstenaar (belichaamd in de steen) en de perceptie, interpretatie en emotionele respons van de beschouwer. Dit streven naar een diepere, meer betekenisvolle verbinding kan de hedendaagse beeldhouwer helpen om werk te maken dat niet alleen gezien wordt, maar ook gevoeld en overdacht.



RSS-feed