Door de steen te benaderen als een weefsel; een materiaal dat gedrapeerd, gevouwen en gedeconstrueerd kan worden, ontsluiten we een nieuwe vormtaal. Vandaag onderzoek ik, Simone van Olst, de 'couture van het marmer' en hoe de principes van de mode ons helpen om de 'huid' van onze sculpturen te herdefiniëren.
| Van massa naar huid: de deconstructie van het solide In de klassieke beeldhouwkunst werd de steen vaak gezien als een drager van massa. De avant-garde mode leert ons echter om te denken in termen van 'oppervlaktespanning' en 'huid'. Ontwerpers als Rei Kawakubo (Comme des Garçons) en Iris van Herpen benaderen het menselijk lichaam niet als een statische vorm, maar als een architecturaal raamwerk dat bekleed wordt met complexe structuren. Zij deconstrueren de standaardvorm van het kledingstuk om nieuwe volumes te creëren. Wanneer we dit principe vertalen naar de bok, stoppen we met het denken in volume-toename en beginnen we met het denken in vloeibaarheid. De overgang van massa naar huid is een proces van mentale transformatie. We kijken naar de welvingen van de steen en vragen ons af: hoe zou dit materiaal reageren als het geweven was? Hoe valt een plooi over een verborgen gewricht? Door de steen te behandelen als een membraan, een dunne interface tussen de innerlijke kracht van de vorm en de buitenwereld, verliezen de kilo's marmer hun gewicht en ontstaat er een poëtische transparantie. |
| De barokke echo versus de moderne interface Academisch gezien grijpen we hierbij terug op de meesters van de Barok, met Gian Lorenzo Bernini als absoluut ijkpunt. Bernini bezat de ongekende expertise om marmer te laten transformeren in zijde, huid en kant. Zijn werk, zoals de Ratto di Proserpina, toont de 'vleselijke' kwaliteit van steen: de vingers die in de dij drukken, de plooien van de stof die lijken te ritselen. Echter, waar de Barok streefde naar een illusionistische weergave van de werkelijkheid, zoeken wij in het moderne atelier naar de 'huid' als een conceptuele interface. Geïnspireerd door de fenomenologie en moderne textielkunst, zien we de buitenkant van de sculptuur als de plek waar de dialoog met de toeschouwer plaatsvindt. Het is de grenslaag. In de hedendaagse couture zien we dat de huid vaak wordt geperforeerd of opengewerkt (denk aan de laser-cut technieken van Van Herpen). Dit vertalen we direct naar onze sculpturen: door de huid van het marmer te 'perforeren', laten we de 'lucht' en het licht toe tot in de kern van de massa. De sculptuur wordt een ademend weefsel in plaats van een gesloten bastion. |
| Wanneer we spreken over de absolute versmelting van mode en sculptuur, kunnen we niet om de "meester van ons allen" heen: Cristóbal Balenciaga. Waar andere ontwerpers de vorm van het vrouwelijk lichaam volgden, herdefinieerde Balenciaga de ruimte eromheen. Hij was geen couturier die stoffen drapeerde; hij was een architect die met zware materialen zoals zijden gazar volumes construeerde die losstonden van de anatomie. Zijn iconische ontwerpen, zoals de 'envelope dress' of de 'balloon jacket', transformeerden de drager in een wandelende sculptuur. Hij begreep als geen ander dat de leegte tussen de huid en de stof — de lucht binnen de vorm — de werkelijke kracht van het silhouet bepaalde. Voor ons aan de bok is Balenciaga het ultieme voorbeeld van hoe je massa kunt inzetten om een nieuwe, autonome ruimte te claimen. Hij zag een kledingstuk niet als een sieraad, maar als een driedimensionaal object dat vanuit elke hoek een perfecte, wiskundige balans moest bezitten. In de geest van Balenciaga leren we in het atelier dat de meest revolutionaire daad is om de vertrouwde contouren van de vlezige welvingen los te laten en te durven bouwen aan een vorm die zijn eigen wetten van zwaartekracht en volume dicteert. |
De werkelijke expertise van de avant-garde mode zit in de constructie. Een couture-stuk is een wiskundig puzzelwerk van insnijdingen en naden. In onze masterclasses, zoals Schets naar Beeld, passen we deze principes toe om de ruimtelijkheid van een ontwerp te vergroten.
|
Het experimenteren met mode-technieken aan de bok is geen zweverige exercitie, maar een bewuste verdieping van je vakmanschap. Het dwingt je om uit de gebaande paden van de traditionele beeldhouwkunst te stappen en je eigen 'couturier van de steen' te worden. Je beslissingen over waar je de massa doorbreekt of waar je een plooi accentueert, worden scherper omdat je werkt vanuit een constructief principe.
Deze zoektocht naar de 'huid' en de deconstructie van de vorm is wat je terugziet in mijn persoonlijke sculpturen op simonevanolst.com. Elk werk is een verkenning van de grens tussen het solide en het fragiele.
In mijn doorlopende cursussen en de masterclasses aan de Kenauweg leer ik je hoe je jouw 'chaos schriftjes' kunt gebruiken om deze kruisbestuivingen vast te leggen. We kijken naar de wereld, naar de mode, naar de architectuur, en we vertalen die inspiratie naar de harde waarheid van de steen.
Kom naar het atelier. Laat de steen ademen en ontwerp de huid van je eigen dromen.
RSS-feed