| Vandaag duik ik met jullie in een boek dat, hoewel het niet direct over de hamer en beitel gaat, mijn blik op beeldhouwkunst fundamenteel heeft verdiept. Het gaat over 'Seven Logics of Sculpture' van Ernst van Alphen. Als Simone van Olst, met mijn handen in de steen, voel ik de drang om over dit werk te vertellen, want het is een openbaring voor wie verder wil kijken dan de techniek en de esthetiek alleen. Hoewel het boek in het Engels geschreven is, is de essentie ervan universeel en van onschatbare waarde voor ons vak. Ernst van Alphen, een gerenommeerd kunstwetenschapper en theoreticus, neemt je mee op een reis door de conceptuele landschappen van de beeldhouwkunst. Hij ontrafelt de 'logica's' – de onderliggende denkpatronen, strategieën en relaties – die beeldhouwkunst stuurt en betekenis geeft. Dit is geen geschiedenisboek, geen technisch handboek. Dit is een boek dat je leert kijken naar sculptuur, niet alleen met je ogen, maar ook met je hoofd en je hart. En dat is iets wat elke beeldhouwer, van beginner tot vergevorderd, nodig heeft. |
Toen ik het boek voor het eerst oppakte, was ik direct getriggerd door de titel: 'Logica's' in sculptuur. Wij, als makers, werken vaak intuïtief. We voelen de steen, volgen de lijnen, laten ons leiden door inspiratie. Maar Van Alphen laat zien dat er, zelfs in de meest intuïtieve werken, diepe, vaak onbewuste logica's schuilen. Deze logica's zijn geen rigide regels, maar eerder lensen waardoor we de relatie tussen het kunstwerk, de maker, de kijker en de wereld kunnen begrijpen.
Van Alphen presenteert zeven van zulke logica's, elk met een eigen invalshoek. En het mooie is: als je eenmaal door deze brillen kijkt, zie je je eigen werk, en dat van anderen, met nieuwe ogen.
Laten we deze logica's eens langsgaan en bedenken wat ze betekenen voor ons, als mensen die met steen werken.
1. De logica van het materialiseren
Deze spreekt me als beeldhouwer direct aan. Het gaat over het moment dat een idee, een concept, een emotie, een vluchtige gedachte fysiek wordt gemaakt. Wij, als beeldhouwers, doen niet anders. We materialiseren. We nemen een abstractie – een vorm die we in ons hoofd zien, een gevoel dat we willen uitdrukken – en we geven het gewicht, textuur, ruimte. Van Alphen benadrukt dat dit geen neutrale handeling is. Het materiaal zelf, met zijn weerstand, zijn eigen aard, zijn grenzen, beïnvloedt de materialisering. Het is een dialoog tussen de intentie en de materie.
Wat dit voor mij betekent: Wanneer ik een nieuwe steen pak, begin ik vaak met een vaag idee. De steen, met zijn nerven, zijn hardheid, zijn barstjes, stuurt me. Het is een constante afweging: wat wil ik dat het wordt, en wat wil de steen dat ik eruit haal? Deze logica maakt dat proces expliciet en geeft het een diepere betekenis. Het is het besef dat het werkstuk niet alleen een uiting is van mijn wil, maar ook van de eigenschappen van het materiaal.
2. De logica van het ruimtelijk fixeren
Beeldhouwkunst neemt ruimte in. Het is driedimensionaal en interacteert met de omgeving waarin het zich bevindt. Deze logica gaat over hoe een sculptuur zijn plek inneemt, hoe het de ruimte om zich heen definieert en hoe het zelf door die ruimte wordt beïnvloed. Een beeld is geen op zichzelf staand object; het is een centrum, een baken, een verstoring of een aanvulling van de omgeving.
Wat dit voor mij betekent: Als ik een beeld maak, denk ik na over hoe het gepresenteerd zal worden. Komt het op een sokkel? In een tuin? Hoe is het belicht? De schaduwen die een beeld werpt, de manier waarop het een doorgang blokkeert of een blik stuurt, zijn allemaal onderdeel van deze ruimtelijke fixatie. Een beeld is niet alleen een object; het is een ervaring in de ruimte.
3. De logica van het belichamen (Embodiment)
Dit is een fascinerende logica die diep ingaat op hoe sculptuur een lichaam kan voorstellen – of zelfs een lichaam is. Het gaat niet alleen over menselijke figuren, maar over de manier waarop een beeld een aanwezigheid, een gestalte, een belichaming van iets wordt. Een abstracte vorm kan een gevoel van gewicht, van zwaartekracht, van veerkracht belichamen.
Wat dit voor mij betekent: Als ik werk aan een beeld, zelfs een abstract beeld, denk ik aan de 'gestalt' ervan. Hoe voelt het? Is het dynamisch of statisch? Vrouwelijk of mannelijk (in de archetypische zin)? Het is de ziel die ik in de steen probeer te blazen, zodat het niet zomaar een vorm is, maar een aanwezigheid, een 'wezen'. Dit raakt aan de oeroude functie van beeldhouwkunst: het scheppen van representaties van goden, helden, of ideeën.
4. De logica van het specifiek worden (Singularization)
Elk beeldhouwwerk is uniek. Deze logica gaat over hoe een sculptuur een specifiek, individueel object wordt, dat zich onderscheidt van alle andere. Het is het proces waarin een abstract idee of een algemene vorm tot een concrete, onherhaalbare verschijning komt. De barsten in jouw specifieke steen, de lichtval in jouw atelier op dat ene moment, jouw unieke hand; al deze elementen dragen bij aan de singulariteit.
Wat dit voor mij betekent: Mijn eigen beelden zijn nooit precies hetzelfde, zelfs niet als ik een serie maak. Elke steen heeft zijn eigen karakter, en mijn gemoedstoestand op dat moment speelt ook een rol. Deze logica benadrukt dat we niet zomaar iets namaken; we creëren iets wat uniek is, niet alleen door de vorm, maar door de hele context van zijn ontstaan. Dat maakt elk beeld zo kostbaar en onvervangbaar.
Dit is de logica van het proces, van het ambacht, van de handenarbeid zelf. Het gaat niet alleen om het eindresultaat, maar om de handelingen, de tools, de technieken die gebruikt worden. Van Alphen benadrukt dat het maken zelf een betekenisdragende activiteit is. De sporen van de beitel, de gladheid van het gepolijste oppervlak, de ruwheid van een onbewerkte kant; ze vertellen allemaal het verhaal van het maakproces.
Wat dit voor mij betekent: Dit is de logica die direct mijn hart sneller doet kloppen. De geur van het steenstof, het geluid van de rasp, de concentratie. Het is het fysieke, repetitieve, bijna meditatieve aspect van het werk. De uren die ik in een beeld stop, zijn niet alleen uren van transformatie van de steen, maar ook van transformatie van mezelf. Het maken is een dialoog met het materiaal, een strijd en een overwinning. De gereedschapssporen die ik soms bewust laat zien, vertellen het verhaal van die dialoog.
6. De logica van het vervaardigen (Fabrication)
Deze logica onderscheidt zich van 'maken' door te focussen op de herhaalbaarheid, de productie, het seriematige. Terwijl 'maken' uniek is, kan 'vervaardigen' ook betrekking hebben op het produceren van meerdere exemplaren, of op de industriële processen die aan de kunst voorafgaan. Dit kan ook verwijzen naar het 'bouwen' van een sculptuur uit verschillende delen, in plaats van uit één blok.
Wat dit voor mij betekent: Dit is minder direct toepasbaar op mijn handwerk, maar het zet me wel aan het denken over herhalingen in mijn werk, of de stappen die ik telkens weer herhaal. Het kan ook gaan over de processen van steenwinning en -bewerking voordat het in mijn atelier aankomt. Het herinnert me eraan dat zelfs mijn 'unieke' beelden deel uitmaken van een grotere keten van vervaardiging.
7. De logica van het uitstallen (Exhibition)
De laatste logica gaat over hoe sculptuur wordt gepresenteerd en ervaren in een tentoonstellingscontext. Dit omvat de relatie tot de ruimte, de belichting, de plaatsing, en hoe dit alles de perceptie van het kunstwerk beïnvloedt. De kijker wordt hierbij actief betrokken; hoe navigeert de kijker rond het beeld, welke perspectieven worden geboden?
Wat dit voor mij betekent: Ik besteed veel aandacht aan hoe mijn beelden in het atelier staan, hoe het licht erop valt. Als ik een beeld verkoop, denk ik na over hoe de klant het thuis zal plaatsen. De manier waarop een beeld wordt getoond, kan de betekenis ervan enorm veranderen. Een beeld dat in een tuin staat, gedraagt zich anders dan een beeld in een strakke galerie. Deze logica dwingt me om verder te denken dan het creëren van het object; het gaat ook om het creëren van de ervaring van het object.
'Seven Logics of Sculpture' is geen gemakkelijk boek, maar het is enorm lonend. Het daagt je uit om dieper te kijken naar wat je doet, waarom je het doet, en hoe jouw werk interactie aangaat met de wereld om je heen. Het is een boek dat je mentale 'gereedschapskist' aanvult met nieuwe brillen, nieuwe concepten om je eigen proces en dat van anderen te begrijpen.
Als beeldhouwer voel ik vaak een diepe, intuïtieve connectie met de steen en het proces. Dit boek geeft taal aan die intuïtie. Het structureert gedachten die anders vaag zouden blijven, en het verbindt mijn handenarbeid met bredere filosofische en kunsthistorische vraagstukken.
Anjet Daanje's 'Gezel in Marmer' beschrijft de ziel van de relatie tussen mens en steen, en de intense samenwerking. Ernst van Alphen's 'Seven Logics of Sculpture' biedt de theoretische raamwerken om deze ziel te begrijpen, te analyseren en te verdiepen. Beide boeken zijn onmisbaar voor elke beeldhouwer. 'Gezel in Marmer' laat je voelen, 'Seven Logics' laat je denken. Samen vormen ze een krachtig duo.
Met creatieve groet en een hoofd vol nieuwe inzichten,
Simone van Olst



RSS-feed