| De geboorte van een kubistisch visionair Ossip Zadkine (1890–1967), geboren in het Wit-Russische Vitebsk, kwam in 1910 naar Parijs en werd al snel een centrale figuur in de 'École de Paris'. Zijn weg naar het beeldhouwerschap was er een van tomeloze experimenteerdrift. Waar Maillol de rust zocht in de klassieke vorm, zocht Zadkine de dynamiek in de versplintering. Hij was een meester in het kubisme, maar gaf er een geheel eigen, lyrische draai aan. Voor Zadkine was de boomstam niet louter materiaal, maar een levend wezen. Zijn transformatie tot beeldhouwer was geworteld in een diep respect voor de natuurlijke groei van hout en steen. Hij bewerkte de materie niet alleen, hij dwong het tot een dialoog. Zijn sculpturen lijken van binnenuit open te barsten, waarbij holtes en bollingen elkaar afwisselen om licht en schaduw te vangen. Deze organische benadering van het kubisme spreekt ons als makers enorm aan; het laat zien dat abstractie en emotie hand in hand kunnen gaan. |
In het oude atelier, gelegen in de verstilde tuin van zijn huis, beleefden Alex en ik een van die zeldzame momenten die je bijblijven. We raakten in een prachtig, diepgaand gesprek over kunst met een van de supposten van het museum. Natuurlijk met onze neuzen dichtbij de beelden, om elke rasp-streek te zien in het beeld, was gelijk duidelijk dat wij daar niet als kijker stonden, maar elke vezel van de werken wilde opnemen. Terwijl de beelden van Zadkine als een zwijgend maar krachtig decor achter ons stonden, spraken we over het zijn van kunstenaar, over onze eigen weg en de weg die Zadkine had afgelegd.
De suppoost legde ons heel beeldend uit hoe het atelier; dat nu dienst doet als expositieruimte, er vroeger uitgezien moet hebben: de geur van vers hout, het binnenvallende noorderlicht en de fysieke strijd met de enorme stammen die daar ooit stonden. Het was een gesprek dat de muren van het museum deed vervagen en ons direct verbond met de wereld van de maker.
| De dialoog tussen binnen en buiten Zadkine begreep als geen ander dat een beeld pas echt tot leven komt in relatie tot zijn omgeving. In de tuin staan zijn bronzen beelden tussen de bomen, alsof ze daar uit de grond zijn verrezen. Zijn vermogen om de menselijke figuur open te breken — letterlijk gaten te maken in de borstkas of het gezicht van zijn figuren — sluit naadloos aan bij mijn fascinatie voor transparantie en uitholling in mijn eigen werk, zoals bij de Tussen de getijden-serie. Bij Zadkine zijn die gaten geen tekens van gemis, maar portalen voor het hart en het licht. Het herinnerde me aan mijn eigen proces in het atelier in Leiden: hoe ver durf je te gaan in het weghalen van massa om de innerlijke kracht zichtbaar te maken? |
RSS-feed