Er is echter een interessant gebied daartussenin: kunstenaars die het schilderij zelf al anders maakten, waarbij het doek een object wordt en de verf een tastbare, ruimtelijke vorm krijgt. We bedoelen hier 3D-schilderijen, reliëfs en wandobjecten, zoals gemaakt door kunstenaars als Ben Nicholson, Ad Dekkers en Jan Schoonhoven. Deze werken, die tussen schilderen en beeldhouwen in zitten, zijn een bijzondere bron van inspiratie voor steenbeeldhouwers.
Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden, waar Alex Sluimer en ik werken, zien we hoe het bestuderen van deze pioniers ons helpt een fijnere taal te ontwikkelen voor ruimte, textuur en licht. In deze blog gaan we dieper in op wat we van deze ‘tastbare illusies’ kunnen leren en hoe hun krachtige taal weerklank kan vinden in de beeldhouwkunst.
Voor beeldhouwers is dit erg relevant. Het daagt uit om laagreliëf nog preciezer te benaderen, waarbij elke millimeter telt. Maar het nodigt ook uit tot verfijning van driedimensionale vormen: hoe kan een nauwelijks zichtbare verschuiving in een oppervlak de hele vorm anders laten aanvoelen? Nicholson toont de kracht van subtiliteit. Zijn werk leert ons dat de ruimte tussen vormen net zo belangrijk is als de vormen zelf. De gelaagdheid in zijn composities – hoe vlakken elkaar overlappen of afwisselen – kan beeldhouwers inspireren om sculpturen te maken die aanvoelen als een reeks ontdekkingen, of als lagen in steen die een verhaal vertellen, zoals bij geologische formaties.
Voor steenbeeldhouwers is dat bijzonder inspirerend. Hun werk draait immers ook om lijnen en randen: de scherpe snede van een beitel, de zachte welving van een gepolijst vlak, of een zorgvuldig gemaakte groef. Dekkers laat zien hoe één goed geplaatste lijn een heel vlak tot leven kan brengen. Zijn spel met rechte en gebogen vormen roept spanning of juist rust op. Zijn onderzoek naar hoe een vierkant door een lijn kan worden verdeeld, of hoe een cirkel in een vlak kan opduiken of loskomen, biedt een helder denkraam. Voor beeldhouwers is dat een uitnodiging om bewuster met geometrie om te gaan, en lijnen niet alleen als vormen, maar als bouwstenen van betekenis te gebruiken.
Voor de beeldhouwer is dit een uitnodiging om te experimenteren met de afwerking van steen. Gepolijste delen weerkaatsen licht anders dan ruw gehakte, geschuurde of gebouchardeerde vlakken. Door die technieken slim te combineren, kan ook een beeldhouwer een rijk spel van licht en donker creëren – een soort schaduwpalet, zelfs in één soort steen. De ‘poëzie van wit op wit’ wordt dan de ‘poëzie van steen op steen’, waarin de textuur het oppervlak laat zingen.
Toch is steen een levend, natuurlijk materiaal – het kan onvoorspelbaar zijn. Juist daarin zit een interessante spanning: het contrast tussen de strakke, geometrische bedoeling van de kunstenaar en de eigen aard van de steen. Kun je een perfecte vorm uithakken uit een ruw blok graniet? En wat doet de natuurlijke tekening van de steen met hoe die vorm overkomt?
Die wisselwerking tussen idee en materiaal kan leiden tot beelden die én doordacht zijn én zintuiglijk rijk. De herhaling en het ritme van geometrische vormen, zoals je vaak ziet in reliëfs, kunnen beeldhouwers ook aanzetten tot het maken van modulaire werken – series waarin je met een paar basisvormen steeds nieuwe combinaties onderzoekt.
Dat bewustzijn van een kunstwerk als zelfstandig object is iets wat beeldhouwers natuurlijk goed kennen. Door te bestuderen hoe deze reliëfs hun ‘object-zijn’ laten voelen, kan een beeldhouwer scherper nadenken over de presentatie van zijn eigen werk: moet er een sokkel onder? Hoe reageert het beeld op de ruimte eromheen? Hoe activeert of verandert het die ruimte?
Een interessante uitdaging is om de principes van zo’n wandreliëf vertalen naar een volledig vrijstaand, alzijdig beeldhouwwerk. Hoe ontvouw je de gelaagde, maar relatief platte ruimte van een Nicholson-reliëf tot een volume dat van alle kanten bekeken moet worden? Welke lijnen, vlakken en texturen blijven werken, en wat moet je aanpassen om ze ruimtelijk te laten spreken?
De open ruimtes binnen het reliëf – de dieptes en uitsparingen – krijgen dan een nieuwe rol: het wordt ruimte waar je omheen kunt lopen, die je lijfelijk ervaart.
Deze manier van denken – kunst als onderzoek – kan beeldhouwers inspireren om hun werk ook te zien als een zoektocht. Een manier om vragen te stellen over vorm, ruimte of betekenis, en die vragen te verkennen over meerdere beelden heen. Het kan leiden tot een persoonlijke, samenhangende beeldtaal, gebaseerd op eigen regels of fascinaties.
De modernistische drang naar eenvoud en een tijdloze vormtaal kan ook vandaag nog motiveren. Het helpt de beeldhouwer om verder te gaan dan decoratie, op zoek naar werk dat blijvende betekenis heeft.
De subtiliteit van deze reliëfs vraagt om aandachtig kijken. Ze geven zich niet meteen prijs, maar nodigen uit tot herhaling en reflectie. Kun je als beeldhouwer ook zulke werken maken? Beelden die de kijker blijven uitdagen, waar telkens iets nieuws in te ontdekken valt?
Bij Beeldhouwatelier Simone van Olst in Leiden moedigen wij, Simone en Alex, je aan om dit soort werk bewust te bekijken. Laat je inspireren door hun helderheid, precisie en stille kracht, en neem die inspiratie mee naar jouw eigen werkbank.
De subtiele diepte van het reliëf en de volle massa van steen kunnen samen een nieuw gesprek aangaan. Het is aan jou om dat gesprek vorm te geven, in jouw eigen beelden, op jouw eigen manier.
RSS-feed