Als je deze periode één boek leest tussen het hakken door, laat het dan dit boek zijn. Het heeft de prestigieuze Prix Goncourt gewonnen, en ik snap verdomd goed waarom. Het is een ode aan de steen, aan de onmogelijkheid van het scheppen en aan de allesverslindende passie die wij hier in het atelier ook allemaal voelen. Het is een boek dat je niet leest, maar dat je inademt, alsof het fijn marmerstof is dat zich in je longen nestelt.
| Het verhaal: een dwerg, een erfgename en een blok marmer Het verhaal voert ons mee naar het Italië van de twintigste eeuw. We volgen Mimo, een jongen die geboren is in armoede, met een lichaam dat niet meewerkt maar met handen die goud waard zijn. Hij wordt in de leer gedaan bij een brute beeldhouwer, een man die de steen slaat in plaats van hem te aaien. En daar, in die stoffige werkplaats, ontdekt Mimo dat hij een gave heeft: hij kan een verhaal uit het marmer bevrijden. Tegenover hem staat Viola, de dochter van een machtige adellijke familie. Zij is briljant, ambitieus en gevangen in de gouden kooi van haar stand. Hun vriendschap en liefde beslaan decennia, tegen de achtergrond van het opkomende fascisme en de chaos van twee wereldoorlogen. Maar de echte rode draad? Dat is dat ene, mysterieuze beeld dat Mimo maakt. Een beeld dat zo krachtig is, zo schokkend mooi, dat het door het Vaticaan verborgen moet worden gehouden. |
Waarom raakt dit boek ons, de mensen van de Kenauweg, zo hard? Omdat Jean-Baptiste Andrea schrijft over steen zoals wij erover praten als de roldeur openstaat en de thee dampt.
1. Het gevecht met de materie
Andrea beschrijft het proces van het beeldhouwen zo zintuiglijk dat je de blaren op je eigen handen voelt branden. Hij schrijft over het moment dat Mimo voor het eerst een beitel vasthoudt en ontdekt dat de steen niet zomaar een brok dood materiaal is. In mijn lessen hebben we het vaak over materiaalgevoel. In de roman zie je Mimo worstelen met precies diezelfde vragen: hoe diep kan ik gaan? Waar zit de breuklijn? Hoe dwing ik dit Carrara marmer om vloeibaar te lijken?
Als Mimo hakt, dan hakt hij niet alleen in steen; hij hakt in zijn eigen verhaal. Dat herkennen we in het atelier. Of je nu werkt aan een 'rookworstje' bij een navel of een abstracte drieknoop, je laat altijd een stukje van jezelf achter in het gruis op de vloer.
2. De anatomie van de emotie
Mimo’s talent ligt in het feit dat hij emotie kan vangen in iets dat onverwoestbaar is. Hij kijkt naar Viola en vertaalt haar scherpe geest, haar verdriet en haar trots naar de koude steen. In onze modulelessen anatomie praten we over de 'baguettes' van de rug en de 'mandarijnpartjes' onder de borsten. We leren de techniek om het lichaam kloppend te krijgen. Mimo leert ons dat die techniek slechts het voertuig is. Het boek herinnert ons eraan dat we die anatomie beheersen om uiteindelijk iets te kunnen zeggen wat woorden niet kunnen vangen.
3. De tijdloosheid van het atelier
De sfeer in de werkplaats waar Mimo opgroeit, ademt dezelfde passie als onze plek in Leiden. Het stof dat alles bedekt, de geur van natte steen, het ritme van de hamerslagen die als een hartslag door de ruimte gaan. Als ik Mimo door het atelier zie dwalen, zie ik jullie. Ik zie de concentratie, de frustratie als de steen niet meewerkt, en die korte, flitsende euforie als die ene lijn opeens 'klopt'.
De titel van het boek, Waak over haar, slaat op het uiteindelijke beeld dat Mimo maakt. Een beeld dat zo gepassioneerd is dat het mensen bang maakt. Dat is de ultieme droom van elke kunstenaar, toch? Dat je iets maakt dat een eigen leven gaat leiden.
In het atelier werken we vaak 'veilig'. We willen dat het mooi wordt, dat het klopt. Maar Andrea daagt ons via Mimo uit om de controle te verliezen. Hij laat zien dat de grootste kunst ontstaat op de grens van waanzin en meesterschap. Het herinnert me aan de non-finito techniek waar we het vaak over hebben. Soms vertelt de ruwe steen die je laat zitten meer dan het gepolijste oppervlak. Mimo begrijpt dat de leegte, die negatieve ruimte, net zo belangrijk is als de massa.
Ik heb kasten vol boeken, maar weinig schrijvers durven de 'lelijkheid' van het scheppingsproces zo rauw te beschrijven. Andrea spaart Mimo niet. De steen is hard, de wereld is wreder, en kunst is vaak een eenzame weg.
| Toen ik het boek op een rustige avond thuis dichtsloeg, bleef het verhaal nog uren door mijn hoofd spoken. De volgende ochtend kwam ik het atelier binnen, nog voor de eerste lessen begonnen. Ik keek naar de lege bokken, de opgestelde stenen en de slijpmachine waar Alex de vorige dag nog had gestaan. In de stilte van de ochtend voelde ik een enorme trots. Wij doen dit. Wij zijn de nazaten van Mimo. Wij houden een ambacht levend dat al duizenden jaren onveranderd is. De techniek van de Widia-beitel mag dan moderner zijn dan die van Mimo, maar de strijd met het kristal is nog exact hetzelfde als in de tijd van de oude meesters. Het boek heeft me geraakt omdat het de 'waarom' van ons atelier aan de Kenauweg bevestigt. Waarom rijdt die ene cursist elke maand vanuit Gelderland hiernaartoe? Waarom komt die andere cursist op zijn 68ste nog steeds zijn techniek verfijnen? Omdat we, net als Mimo, de behoefte hebben om iets achter te laten dat de tijd overleeft. Iets dat zegt: "Ik was hier, ik heb dit gezien, en ik heb het uit de aarde getrokken." |
Stel je voor: het is zaterdagavond. Je armen zijn moe van een dag hakken, er zit nog een restje marmerstof achter je oren, en je schenkt een goed glas wijn (of cola) in. Je kruipt op de bank, doet een lampje aan en slaat 'Waak over haar' open.
Je wordt direct naar de zonovergoten marmergroeven van Carrara getransporteerd. Je voelt de hitte, je hoort het gerinkel van de gereedschappen. Andrea schrijft in korte, krachtige beelden die toch zingen. Het is een boek dat je dwingt tot vertraging, precies zoals de steen dat doet. Je kunt dit boek niet afraffelen. Je moet het proeven.
Ik wil je motiveren: lees dit boek en neem de energie mee naar de werkbank. Laat Mimo je inspireren om groter te denken. Om niet alleen die torso te maken omdat de verhoudingen zo mooi zijn, maar om te zoeken naar het verhaal onder de huid.
Wat probeer jij te beschermen in je steen? Over wie waak jij als je aan het polijsten bent?
Dit boek herinnert ons eraan dat we als beeldhouwers een geheime taal spreken. Een taal van licht, schaduw en volume. Jean-Baptiste Andrea heeft die taal vertaald naar woorden, en het resultaat is adembenemend. Het is een ode aan alles wat we aan de Kenauweg doen.
Dus: ga naar de boekhandel, haal dit meesterwerk, en verlies jezelf in de wereld van Mimo en Viola. En kom daarna naar het atelier. Laten we die passie, die anatomie, samen in de steen gaan vangen. De roldeur staat open, de stenen wachten, en na het lezen van dit boek zul je je beitel nooit meer op dezelfde manier vasthouden.
RSS-feed