We kijken naar een maatschappelijk vraagstuk van monumentale omvang, en toch is de stilte eromheen oorverdovend. Waarom? Omdat de buitenkant standhoudt. Omdat we hebben geleerd om de schone schijn op te houden. Omdat onze cultuur is geobsedeerd door esthetiek, productiviteit en onbreekbaarheid.
| Als beeldhouwer heb ik, Simone van Olst, twintig jaar lang in de loopgraven van dit onzichtbare slagveld gestaan. Twintig jaar van hameren, beitelen en creëren, terwijl mijn eigen biologische fundament barsten vertoonde. Vandaag de dag bevind ik mij in een staat van diepe, bewuste ruststand; een strategische stilte die geen nederlaag is, maar een artistieke soevereiniteit. Vanuit deze positie heb ik mijn Transformatie-serie vormgegeven: een zevendelige conceptuele beeldencyclus die het narratief rondom ziek zijn niet alleen kantelt, maar radicaal verbrijzelt. Dit is geen klaagzang. Dit is geen smeekbede om sympathie of een artistiek dagboek van een slachtoffer. Dit is een snoeihard maatschappelijk en institutioneel statement. Het is een weigering om nog langer onzichtbaar te zijn, verpakt in de onwrikbare taal van marmer, basalt en albast. En het is een directe confrontatie met een kunstwereld die lijdt aan een toxische obsessie: het ideaal van de gezonde, onuitputtelijke kunstenaar. |
In het grensverleggende artikel Kunst en veeleisendheid – over het ideaal van de gezonde kunstenaar van BK Informatie wordt de vinger pijnlijk nauwkeurig op de zere plek gelegd. De hedendaagse kunstwereld profileert zich graag als progressief, inclusief en empathisch. Musea hangen vol met conceptuele werken over marginalisering, systemische uitsluiting en maatschappelijk onrecht. Maar zodra het gaat over de productievoorwaarden van kunst, transformeert diezelfde kunstwereld in een hyperkapitalistische, neoliberale arena waarin alleen de fysiek onkwetsbaren overleven.
De structuur van de kunstmarkt vereist dat een kunstenaar hypermobiel is. Je moet van de ene internationale residency naar de andere vliegen. Je moet gigantische, fysiek loodzware installaties kunnen opbouwen in een tijdsbestek van achtenveertig uur. Je moet netwerken tot in de vroege uurtjes, constant beschikbaar zijn voor curatoren en een output genereren alsof je een fabriek bent in plaats van een mens. Het artikel op BK Informatie legt bloot hoe dit 'ideaal van de gezonde kunstenaar' kunstenaars met een chronische ziekte of een functionele beperking systematisch uitsluit. Er wordt een onuitgesproken prestatie-eis gesteld die ervan uitgaat dat een creatief brein huist in een lichaam dat nooit hapert.
Als beeldhouwer die met steen werkt, een discipline die fysiek het uiterste vraagt, heb ik deze frictie aan den lijve ondervonden. Steenhouwen is een gevecht met de materie. Het vereist spierkracht, uithoudingsvermogen en het incasseren van constante fysieke trillingen en stof. Twintig jaar lang heb ik dit gevecht gevoerd terwijl mijn lichaam intern aan het imploderen was. De maatschappelijke druk om te presteren, om te voldoen aan het beeld van de 'succesvolle, productieve kunstenaar', dwong mij om mijn eigen biologische grenzen systematisch te negeren.
Het artikel in BK Informatie dwingt ons tot een kritische zelfreflectie: wiens verhalen horen we als alleen de lichamelijk onkwetsbaren de middelen en het platform krijgen om te produceren? Als meer dan de helft van de bevolking kampt met een chronische of auto-immuunaandoening en de kunstwereld sluit de kunstenaars die dit leven leiden uit, dan produceert de kunstwereld een valse, incomplete afspiegeling van de menselijke ervaring. Mijn Transformatie-serie is het antwoord op dit systemische hiaat. Ik gebruik de weigerachtige, zware materie van de steen om het onzichtbare falen van het lichaam een onontkoombare fysieke aanwezigheid te geven. Als de instituten ons niet willen horen, dan zullen ze de steen moeten wegen.
De drang om te creëren is voor een kunstenaar geen luxeprobleem; het is een existentiële noodzaak. Het is een vuur dat van binnenuit brandt en dat zich niet zomaar laat doven door een medische diagnose. Maar in dit vuur schuilt een enorm gevaar. Cultuur+Ondernemen analyseert dit fenomeen haarscherp in hun essay De paradox van passie: zo bewaak je de balans - Cultuur+Ondernemen. Ze beschrijven hoe passie in de culturele sector fungeert als een dubbelsnijdend zwaard. Het is je grootste motor, maar tegelijkertijd je grootste valkuil.
Omdat kunstenaars zielsveel houden van wat ze doen, zijn ze sneller geneigd om hun eigen grenzen te overschrijden. De culturele sector maakt hier dankbaar misbruik van door structureel te lage vergoedingen te betalen en onrealistische deadlines te stellen, wetende dat de kunstenaar 'toch wel blijft werken uit liefde voor het vak'. Dit creëert een cultuur van zelfuitbuiting. Wanneer je als kunstenaar echter te maken krijgt met een auto-immuunziekte, wordt deze paradox van passie een kwestie van leven of dood. Je drive wil vooruit, je conceptuele geest wil groter, dieper en monumentaler, maar de biologische realiteit trekt aan de noodrem.
"De paradox van passie betekent dat hetgeen wat je tot leven wekt, je ook kan vernietigen als je de ecologie van je eigen lichaam niet respecteert."
Gedurende mijn twintigjarige zoektocht ben ik herhaaldelijk in deze valkuil gestapt. De passie voor de steen, de drang om de beelden die in mijn hoofd stormden te bevrijden uit het marmer, overschreeuwde de signalen van mijn zenuwstelsel. Je wilt niet die 'zieke kunstenaar' zijn; je wilt herkend worden om je vakmanschap, je conceptuele diepgang en je onverzettelijkheid. Het resultaat is dat je dubbel zo hard werkt om de onzichtbare achterstand te compenseren. Je maskeert de uitputting met pure wilskracht.
Mijn huidige ruststand is het directe resultaat van het oplossen van deze paradox. Ik heb geleerd dat het bewaken van de balans geen artistieke verzwakking is, maar een daad van radicaal ondernemerschap en conceptuele rijping. Rust is geen leegte; het is een actieve, materiële component van mijn artistieke praktijk geworden. De Transformatie-serie is niet ondanks, maar dankzij deze herwonnen balans tot stand gekomen. Het is het werk van een kunstenaar die weigert zichzelf op te offeren op het altaar van de neoliberale productiviteitsdrang.
Mijn zoektocht naar een adequate beeldtaal om de interne verwoesting van een chronische ziekte vorm te geven, was een evolutionair proces dat zich over decennia heeft uitgestrekt. Ik kon niet direct over het lichaam praten; het was te rauw, te dichtbij, te onbevattelijk. Ik had de omweg van het landschap nodig om de interne topografie te leren begrijpen.
In mijn vroege werk, de Duinvallei-serie, zocht ik naar de impact van onzichtbare krachten op monumentale structuren. Een duin is een massief object, gevormd door zand en gewicht, maar de vorm is volledig vloeibaar. De wind, een onzichtbare, ongrijpbare stroom,bepaalt de contouren, verplaatst hele bergen en creëert nieuwe valleien zonder dat je de kracht zelf kunt vastpakken. Dit was mijn eerste onbewuste poging om de dynamiek van een auto-immuunziekte te vangen. Het lichaam als een duinlandschap dat onderhevig is aan de onzichtbare, eroderende winden van een intern immuunsysteem. Het oppervlak verandert, het interne gewicht verschuift, maar voor de oppervlakkige toeschouwer blijft het 'gewoon een berg'.
Vervolgens bewoog mijn werk zich naar de dynamiek van de Golven-serie. Hierin onderzocht ik de mechanismen van de impact, de constante herhaling van energie en het overweldigd worden door een kracht die groter is dan het individu. Een golf is pure beweging, een vloeibare sculptuur die ontstaat uit frictie en spanning, om daarna met brute kracht te breken. Jarenlang gebruikte ik deze vloeiende, esthetische lijnen om de golven van actieve ontstekingen, medische onzekerheid en fysieke uitputting te kanaliseren. Maar naarmate de jaren verstreken, begon deze taal te knellen. De golven waren te esthetisch, te elegant. Ze boden de toeschouwer een te comfortabele ontsnappingsroute. De werkelijkheid van chronisch ziek zijn is niet elegant; het is grillig, hoekig en onbarmhartig.
De cruciale overgang vond plaats in de serie Tussen de Getijden. Dit werk markeerde de overstap van het pure landschap naar de liminale zone van het menselijk bestaan. De getijdenzone is een brute, onzekere ruimte: het is land noch zee, het is constant onderhevig aan droogval en overstroming. Dit weerspiegelde exact de psychologische en fysieke realiteit van mijn twintigjarige ziekteproces. Je leeft permanent tussen de getijden. In het hoogtij van de crisis word je overspoeld door symptomen en verlies je elke controle; in het laagtij blijf je uitgeput en blootgesteld achter op het droge, terwijl de wereld om je heen verwacht dat je weer normaal meedraait. In deze serie begon de steen te veranderen. De perfect gepolijste golven maakten plaats voor ruwe breukvlakken, voor inkepingen en diepe fricties. De materie begon te getuigen van de schade.
De Transformatie-serie is de ultieme distillatie van deze decennialange zoektocht. Ik heb de natuurlijke metaforen achter me gelaten. De wind, de golf en het getij zijn geïnternaliseerd. Ze zijn neergeslagen in het merg van de sculpturen. De serie claimt de ruimte op een manier die niet langer esthetisch behaagt, maar conceptueel confronteert. Het is de overgang van landschappelijke abstractie naar een pure, somatische realiteit.
De Transformatie-serie is opgebouwd uit zeven specifieke, opeenvolgende fases. Elke fase vertegenwoordigt een structurele en psychologische verschuiving binnen het proces van onzichtbaar ziek zijn. Het is een blauwdruk van de transformatie die miljoenen mensen wereldwijd doormaken, maar die tot op heden nooit op deze monumentale schaal in steen werd uitgehouwen.
Fase 1: Niet meer kunnen dansen
Dit is de fase van de abrupte arrestatie. De maatschappij functioneert op een ritme van constante acceleratie en plotseling trekt het immuunsysteem aan de noodrem. Niet meer kunnen dansen is het verlies van de vanzelfsprekende vloeibaarheid van het bestaan. De sculpturen in deze fase weerspiegelen een zware, massieve inertie. De kinetische energie van het bewegende lichaam is gevangen en samengeperst in blokken van onwrikbaar basalt of donker graniet.
De vloeiende lijnen uit mijn Golven-serie zijn hier bewust geconfronteerd met een absolute stilstand. Het is een visuele weergave van de frictie tussen de menselijke wil die vooruit wil bewegen en de biologische realiteit die weigert te collaboreren. Dit is de zware, compromisloze introductie van het project: de confrontatie met het feit dat het ritme voorgoed is gebroken.
Fase 2: Mogen vallen
De grootste taboe in een cultuur die is gebouwd op prestatie en veeleisendheid is de overgave aan de instorting. Mogen vallen is de bewuste beslissing om te stoppen met het overeind houden van een gevel die intern al lang is weggeslagen. In deze fase introduceer ik een geometrie van de ineenstorting. De beelden vertonen diepe, structurele scheuren en diagonale breuklijnen die de zwaartekracht niet langer bevechten, maar omarmen.
Hier resoneren de lessen uit het Cultuur+Ondernemen-essay over de paradox van passie: de val is noodzakelijk om te overleven. Zolang je blijft vechten tegen de onzichtbare instorting, vernietig je het fundament. Door het vallen toe te staan, krijgt de breuk een esthetische en conceptuele legitimiteit. De val is geen eindpunt, maar een actieve, vormgevende kracht.
Fase 3: Cocon
Na de instorting volgt de radicale terugtrekking uit de publieke sfeer. Cocon is de fase van de absolute internalisering. Het is de ruimte waarin de chronisch zieke zich moet verschuilen om te overleven, ver verwijderd van de veeleisende blik van de buitenwereld die constant vraagt: "Ben je alweer beter?"
De beeldtaal in deze fase transformeert naar holle, beschermende structuren. Het albast wordt zo dun uitgehouwen dat het semitransparant wordt; het laat licht door maar schermt de kern af. Het is de architectuur van de privacy, een monument voor de onzichtbare, ondergrondse arbeid van biologische en psychologische reorganisatie. De cocon is geen passieve isolatie, maar een actieve broedplaats van transformatie.
Fase 4: Litteken
De overleving laat sporen na. Een litteken is geen cosmetisch defect; het is een 'living map' van hersteld weefsel dat sterker is dan de oorspronkelijke huid, maar zijn elasticiteit heeft verloren. In deze fase wordt de topografie van de steen gekenmerkt door diepe, permanente inkepingen, ruwe lasnaden en ongepolijste breukvlakken die dwars door het gladde oppervlak snijden.
Dit is de directe verbinding met de thematiek uit het BK-informatieartikel. De kunstwereld vraagt om foutloze, gladde carrières en perfecte lichamen. Litteken weigert die perfectie. Het toont de littekens van twintig jaar overlevingsstrijd als de belangrijkste conceptuele elementen van het werk. De breuklijn is niet gerepareerd om onzichtbaar te worden; hij is geaccentueerd om de geschiedenis van het materiaal te vieren.
Fase 5: Wederopstanding
Je staat niet op uit een twintigjarige ziekte als dezelfde persoon die destijds neerviel. Wederopstanding is de constructie van een fundamenteel nieuwe anatomie. De beelden in deze fase verlaten de horizontale ligging van de val en de cocon en claimen opnieuw de verticaliteit. Ze stijgen omhoog, maar hun structuur is ingrijpend veranderd.
De beweging is krachtig, monumentaal en opwaarts, maar het is een beweging die haar littekens en breuklijnen met zich meedraagt. De opwaartse lijnen zijn niet langer de naïeve, vloeiende golven van weleer; het zijn de doordachte, getorste en versterkte structuren van een vorm die weet wat het kost om de zwaartekracht te overwinnen. Dit is de wedergeboorte van de kracht, gedefinieerd door geleefde ervaring.
Fase 6: Ontbinding van het zelf
Voordat de ultieme rust bereikt kan worden, moet de identiteit van de 'vechter' of de 'zieke' worden losgelaten. Ontbinding van het zelf is de fase waarin de rigide grenzen van het ego vloeibaar worden. Na decennia van overleven kan de definitie die je jezelf hebt gegeven om de crisis te doorstaan veranderen in een nieuwe gevangenis.
In deze fase openen de sculpturen zich volledig naar de ruimte. De harde contouren van het marmer vervagen door complexe uithollingen en perforaties, waardoor de omgevingslucht en het licht een integraal onderdeel worden van de sculptuur zelf. De steen verliest zijn defensieve barrière en lost op in de ruimte. Het is de overgave van het individu aan het universele landschap.
Fase 7: Stilte
Het eindstation van deze transformatieve reis is niet de terugkeer naar de hectiek en de veeleisendheid van de preproductieve maatschappij, maar de aankomst in een monumentale, onwrikbare stilte. Dit is de fase waarin ik mijzelf vandaag de dag bevind. De ruststand.
De beelden in deze finale fase zijn gereduceerd tot hun meest pure, minimalistische essentie. Perfect uitgebalanceerde sferen, zacht glooiende vormen van wit marmer die absolute stabiliteit en vrede uitstralen. Er is geen frictie meer, geen strijd, geen litteken dat om aandacht schreeuwt. De stilte is hier geen leegte of afwezigheid van geluid; het is de massieve, overrompelende aanwezigheid van een geïntegreerd leven. Het is het bewijs dat een lichaam, ondanks de blijvende aanwezigheid van een chronische complexiteit, een staat van perfecte, soevereine rust kan bereiken.
De hedendaagse kunstmarkt bevindt zich in een institutionele transitie. Curatoren van toonaangevende musea wereldwijd zijn klaar met oppervlakkige, louter esthetische objecten die geen enkele relatie hebben met de urgente crises van onze tijd. Ze zoeken naar Artistic Research: projecten waarin een diepgaand, langdurig maatschappelijk onderzoek wordt gekoppeld aan een superieure materiaalbeheersing.
Mijn Transformatie-serie tikt al deze institutionele boxen aan:
- Maatschappelijke urgentie. Het project spreekt rechtstreeks tot de helft van de wereldbevolking. De explosieve groei van auto-immuunziekten is een van de grootste medische en sociologische mysteries van deze tijd. Musea die dit werk exposeren, openen hun deuren voor een gigantische, tot nu toe gemarginaliseerde en onzichtbare doelgroep die snakt naar representatie zonder sentimentaliteit.
- Conceptuele diepgang en institutionele kritiek. Door de directe link te leggen met het discours rondom de prestatiedruk in de kunstwereld, zoals blootgelegd door BK Informatie, wordt de expositie zelf een kritische reflectie op de instituten waarin het staat. Het daagt musea uit om na te denken over hun eigen toegankelijkheid en hun omgang met kunstenaars die niet voldoen aan het ideaal van het onvermoeibare genie.
- De frictie tussen concept en materie. De artistieke kracht van dit werk zit in de paradox van de uitvoering. Het onzichtbare, het vluchtige en het ongrijpbare van een immuunziekte worden geconfronteerd met het zwaarste, meest onwrikbare medium dat de kunstgeschiedenis kent: steen. Dat ik na twintig jaar ziekte, vanuit een bewuste ruststand, deze monumentale fysieke claims neerleg, is een conceptueel statement van ongekende autonomie. Dit is geen kunst die vraagt om medelijden; dit is kunst die de ruimte opeist en de voorwaarden dicteert.
We moeten de definitie van gezondheid heroveren op de marktdenkers. Gezondheid is niet de afwezigheid van ziekte; het is het vermogen om je aan te passen en de regie te voeren over je eigen transformatie. De huidige gezondheidszorg, zoals ik die tijdens mijn twintigjarige zoektocht heb ervaren, is monomaan gericht op 'genezen' en 'fixen'. Als een machine kapot is, moet hij gerepareerd worden zodat hij weer kan draaien in de fabriek. Maar een chronische of auto-immuunziekte laat zich niet fixen. Het vereist geen reparatie, maar een fundamenteel andere ecologie van het bestaan. Het vereist management, acceptatie, en uiteindelijk: transformatie.
Dit is waar de kunst de rol van de wetenschap moet overnemen. Waar artsen en beleidsmakers vastlopen in protocollen en cijfers, kan de beeldhouwkunst de existentiële realiteit van deze verschuiving tastbaar maken. De Transformatie-serie leert onze samenleving om met een radicaal nieuwe blik naar het haperende lichaam te kijken. Het laat zien dat de fases van instorting, isolatie en littekenvorming geen verloren tijd zijn, maar cruciale, vormgevende periodes waarin een dieper bewustzijn wordt uitgehouwen.
Mijn passie en mijn drive zijn groter dan ooit, maar ze worden niet langer gevoed door de destructieve dynamiek van de zelfuitbuiting. Ze zijn gekanaliseerd in de serene, onverzettelijke kracht van de stilte. Dit project is mijn visuele manifest, een monumentale claim op zichtbaarheid voor de miljoenen die in de schaduw van de veeleisende maatschappij leven. We zijn er, we zijn met velen, en we zijn niet zielig. We zijn van steen.
Dit blog is geen monoloog; het is het startschot voor een broodnodige, internationale dialoog. De frictie tussen artistieke passie, de systemische veeleisendheid van de kunstwereld en de realiteit van het chronisch zieke lichaam raakt ons allemaal.
- Aan curatoren en galeriehouders. Durven jullie de deuren te openen voor een project dat de fundamentele productiestructuren van jullie eigen sector ter discussie stelt? Hoe kijken jullie naar het 'ideaal van de gezonde kunstenaar' binnen jullie huidige programmering?
- Aan mede-makers en ervaringsdeskundigen. Hoe herkenbaar is de paradox van passie in jullie eigen praktijk? Hebben jullie ooit het gevoel gehad jullie ziekte of beperking te moeten maskeren om serieus genomen te worden in een wereld die geobsedeerd is door ononderbroken productiviteit?
RSS-feed