In het zachte kunstlicht krijgt de steen een andere dimensie. Voor mij is er geen grens tussen de taal van het albast en de taal van het papier. Beeldhouwen is voor mij een vorm van schrijven in drie dimensies. Wanneer ik een ruw stuk albast benader (mijn liefste steen, met zijn transparantie en zachte, bijna vleselijke textuur) zie ik geen statisch object, maar een onvoltooid manuscript. Vandaag onderzoeken we het 'narratief van de breuk' en hoe de principes van de literatuur de weg wijzen naar een sculptuur waar de passie van af spat.
Een goed boek, zoals het recente meesterwerk Waak over haar van Jean-Baptiste Andrea of de klassieke diepgang in Gezel in Marmer, vertelt een verhaal niet alleen door wat er staat, maar vooral door hoe het er staat. In de literatuur bepaalt de cadans van de woorden de emotionele impact. Korte, afgekapte zinnen creëren spanning; lange, vloeiende alinea’s bieden rust. Aan de bok hanteren we precies hetzelfde instrumentarium. De manier waarop je een beitelspoor zet in het albast, is je handschrift.
Wanneer ik werk aan de welvingen van een beeld, zoek ik naar het ritme. Albast nodigt uit tot een tederheid die marmer soms mist; het materiaal reageert op elke nuance van je aanraking. Een reeks repeterende inkepingen werkt als een alliteratie in een gedicht: het bevestigt een vorm en creëert een visuele hartslag. Maar een sculptuur die alles 'dichtschrijft', die elk detail tot in de finesse uitlegt, verliest haar adem. In de literatuur noemen we dit 'show, don't tell'. De kracht van de suggestie is vele malen groter dan de volledige weergave. Een beeld hoeft niet elk gewricht te tonen om de beweging van een lichaam te vangen; een enkele, trefzekere lijn in de semitransparante steen kan een heel epos vertellen.
Een van de meest indrukwekkende technieken in de kunstgeschiedenis is het non finito van Michelangelo. Hoewel hij bekend stond om zijn marmer, is het principe van de 'onvoltooide' slaaf die zich uit de materie worstelt, universeel. In het albast werkt dit principe prachtig: de overgang van het gepolijste, lichtdoorlatende oppervlak naar de rauwe, melkachtige en onbewerkte massa werkt als een witregel in een gedicht. Het is de stilte waarin de lezer — of de toeschouwer — zijn eigen verhaal kan invullen.
Academisch gezien spreken we hier over de semiotiek van de vorm. We geven betekenis aan tekens. Een breuk in het albast is een teken van kwetsbaarheid en vergankelijkheid, maar door de zachte aard van de steen ook van een enorme intimiteit. In moderne narratieve structuren zien we vaak een open einde; de auteur vertrouwt op de intelligentie van de lezer om het verhaal te voltooien. In het atelier leer ik je om diezelfde moed te tonen. Durf een deel van de steen ruw te laten. Durf een lijn te laten doodlopen. Deze 'literaire breuken' sturen de lezer van je sculptuur zonder dat je een woord hoeft te gebruiken. Ze maken het werk gelaagd en mysterieus, precies zoals de beste literatuur dat doet.
Mijn liefde voor het schrijven is onlosmakelijk verbonden met mijn leven aan de bok. Inmiddels heb ik de proefdruk uitgebracht van mijn vijfde boek — een reis die me leidde langs twee boeken over de fascinerende wereld van Boudewijn Büch naar drie boeken over het meesterschap van het beeldhouwen die dit jaar het licht zullen zien. Deze dubbele identiteit van schrijver en beeldhouwer komt fysiek samen in mijn 'chaos schriftjes' methode. In de stilte van de late avond is dit de plek voor introspectie. Hier sla ik de zinnen op die me raken, de metaforen die blijven haken en de reflecties op mijn eigen reis in de steen.
De reis van een tekstuele ingeving naar een haptisch object is een proces van vertaling. Ik schrijf over de weerstand die ik voel, over de keuzes die ik moet maken en over de angst om het fragiele albast te 'vermoorden' met een te harde slag. Door dit op te schrijven, dwing ik mezelf tot een diepere introspectie. Het helpt me om de vorm niet alleen visueel te bepalen, maar ook narratief. Waar gaat dit beeld over? Is het een verhaal van bevrijding of van beklemming? Het schriftje geeft me de vleugels om verder te kijken dan de techniek. Het zorgt ervoor dat mijn sculpturen niet alleen objecten zijn, maar gestolde gedachten die letterlijk en figuurlijk vleugels krijgen door de reflectie van de pen op papier.
| Literatuur als spiegel voor de vooruitgang Boeken zijn voor mij de spiegels waarin ik mijn eigen voortgang als beeldhouwer zie. De literatuur opent mijn blik op de universele strijd van de maker. In Waak over haar zien we hoe de personages vechten om de materie te laten spreken tegen de klippen van de tijd op. Dat geeft me moed wanneer een stuk albast op de bok weigert mee te werken of een verborgen barst vertoont. Het herinnert me eraan dat we allemaal onderdeel zijn van een lange traditie van zoekers, verzamelaars en vertellers. Het lezen voedt mijn creatieve databank. Het zorgt ervoor dat ik aan de bok niet alleen een mineraal zie, maar ook de poëtica van de breuk. Het leert me dat imperfectie de plek is waar de menselijkheid binnensijpelt. Een beeld dat 'af' is, is vaak dood. Een beeld dat leeft, draagt de littekens van haar ontstaansgeschiedenis met zich mee, precies zoals een goed verhaal de lezer getekend achterlaat. |
Mijn persoonlijke sculpturen op simonevanolst.com zijn stuk voor stuk hoofdstukken uit mijn eigen biografie, vaak uitgevoerd in dat prachtige, lichtvretende albast. Ze zijn te koop voor wie een verhaal wil bezitten dat niet in woorden te vangen is. In mijn doorlopende cursussen en tijdens de masterclasses — zoals de 'chaos schriftjes' methode en Schets naar Beeld — leer ik je om je eigen auteur te worden. We gebruiken de literatuur als gids om je eigen 'voorhoede' in de steen te vinden.
De lichten in het atelier gaan bijna uit. Pak je schriftje, pak je hamer, en begin met schrijven. De steen wacht op jouw verhaal.
RSS-feed