Dit is het kleine horizontale vetje dat zich net onder en naast de navel bevindt en over de bekkenkam heen vloeit. Hoewel de medische term voor dit weefsel de panniculus adiposus is, helpt mijn benaming cursisten om de specifieke vullende kwaliteit van dit volume te begrijpen. Het is het anker van de onderbuik. Het geeft het beeld gewicht, realisme en een ontroerende menselijkheid. In deze blog ontleden we de fysiologie van de onderbuik, de rol van de fascia van Camper en hoe je deze onvolkomenheden in marmer of albast vertaalt naar pure schoonheid. Dit is de expertise die centraal staat in de vijfdaagse Anatomische torso masterclass in mei.
Om de onderbuik te begrijpen, moeten we kijken naar de gelaagdheid die onder de huid ligt. De buikwand is niet alleen een verzameling spieren; het is een complex weefsel van vetlagen en bindweefselvliezen. De fascia van Camper is de oppervlakkige vetlaag die de buik zijn zachtheid geeft. Bijna iedereen, hoe getraind ook, heeft een lichte ophoping van dit weefsel rond de navel (umbilicus) en boven de symphysis (het schaambeen).
| In de beeldhouwkunst is dit volume cruciaal omdat het de overgang markeert van de verticale spanning van de buikspieren naar de horizontale stabiliteit van het bekken. Als anatomie expert zie ik vaak dat cursisten dit rookworstje weg laten uit angst dat het beeld dik wordt. Maar het tegendeel is waar: zonder dit volume ziet een torso eruit als een holle huls. Het vetje fungeert als een optisch anker. Het trekt de aandacht naar de zwaartekracht van het lichaam en maakt het beeld herkenbaar voor de toeschouwer. In ons atelier dwing ik de blik daarom altijd naar deze subtiliteit van de zwaartekracht. |
Wetenschappelijk onderzoek naar de menselijke vorm (denk aan de studies van de kunstenaar anatoom Gottfried Bammes) toont aan dat vetweefsel een structurele functie heeft in onze visuele perceptie van leven. Onze hersenen herkennen een lichaam als echt wanneer we de subtiele vervormingen zien die ontstaan door de interactie tussen harde structuren (bot), actieve structuren (spier) en passieve structuren (vet). Het rookworstje is zo een passieve structuur. Wanneer een figuur voorover buigt, wordt dit vetje samengedrukt tot een diepe plooi. Wanneer de figuur zich uitstrekt, vlakt het af maar verdwijnt het nooit helemaal.
In de steen vraagt dit om een uiterst fijnzinnige volumebeheersing. Expertise is weten dat de navel geen gat is, maar een brandpunt waar de huid wordt strakgetrokken door het onderliggende bindweefsel, omringd door de zachtheid van het rookworstje. De kunsthistorische context hiervan is fascinerend. In de vroege Griekse beeldhouwkunst, de Kouros beelden, was de buikwand nog een gestileerd schild. Maar in de Hellenistische periode en later in de Renaissance ontdekten de meesters de kracht van de zachte onderbuik. Kijk naar de Venus of Urbino van Titiaan of naar de marmeren beelden van Bernini. Bernini was een meester in het weergeven van de vleesachtigheid van steen. In zijn The Rape of Proserpina zie je hoe de vingers van Pluto in het zachte weefsel drukken. Dat effect bereik je alleen als je het rookworstje begrijpt. Het geeft de toeschouwer de onbewuste impuls om het beeld te willen aanraken, omdat de steen de belofte van zachtheid in zich draagt.
| Techniek en afwerking: schilderij van licht Technisch gezien is de onderbuik een van de lastigste gebieden om te polijsten. Omdat je de suggestie van zachtheid wilt wekken, mag de glans niet te hard of te metaalachtig zijn. In ons atelier gebruiken we hiervoor vaak een techniek waarbij we de spiergedeelten hoogglans polijsten, maar de vetrolletjes een meer satijnachtige afwerking geven. Dit verschil in reflectie zorgt ervoor dat het oog van de toeschouwer de verschillende weefsels leest. Je bent als het ware aan het schilderen met lichtbreking op de vierkante millimeter. Het rookworstje wordt zo een lichtvanger die de ronding van de onderbuik accentueert zonder dat het beeld zwaar oogt. Een ander cruciaal anatomisch detail is de verbinding met het ligamentum inguinale, de liesband. Deze band loopt van de bekkenkam naar het schaambeen en vormt de scheidslijn tussen de romp en het been. In mijn expertisegebied leer ik je dat het rookworstje vaak een klein beetje over deze band heen hangt of vloeit. Dit creëert een diepe donkere schaduwlijn die het been visueel losmaakt van de torso. Als de figuur draait, wordt de ene kant van het rookworstje dikker, terwijl de andere kant wordt uitgerekt tot een lange elegante lijn. |
De psychologie van het rookworstje mag niet onderschat worden. In de kunst is een perfect vetvrij lichaam vaak dodelijk saai. Het kleine vetje bij de navel is een teken van menselijkheid, van kwetsbaarheid en van een geleefd leven. Het is wat een torso transformeert van een anoniem model naar een portret van een mens. Wanneer een cursist het rookworstje durft te laten staan, ontstaat er een soort ontspanning in het werkproces. De dwang naar een onmogelijk ideaal maakt plaats voor de observatie van de werkelijkheid.
In de Anatomische torso masterclass in mei gaan we dieper dan ooit tevoren. We gaan de aponeurose van de buitenste schuine buikspier bestuderen en kijken hoe deze overgaat in de rectusschede. We gaan zien hoe de navel zich verhoudt tot de linea alba. Maar we gaan vooral voelen. Expertise is de fusie tussen wat je weet (anatomie) en wat je voelt (materie).
Ik nodig je uit om je blik te verscherpen. Kijk naar de gratie van de onderbuik en zie hoe het rookworstje de navel omlijst. Kom naar de Kenauweg en laat je inspireren door een benadering van anatomie die verder gaat dan de Latijnse namen. Het rookworstje is geen foutje; het is het anker van je sculptuur.
Laten we samen de zachtheid vieren en de zwaartekracht omarmen. Meld je nu aan voor de unieke vijfdaagse masterclass en ervaar het zelf.
RSS-feed