In mijn lessen gebruik ik, Simone van Olst, de term mandarijnpartjes om de specifieke, natuurlijke vorm van de onderzijde aan te duiden. Het is een vorm die een lichte hoekigheid heeft en een duidelijke aanhechting aan de ribbenkast. Tijdens de vijfdaagse Anatomische torso masterclass in mei ontleden we deze anatomie tot in de fijnste nuances: van de functie van de ligamenten van Cooper tot het wekken van de suggestie van gewichtloze zwaarte in marmer of albast.
Om een borst te kunnen hakken, moeten we eerst de onderliggende architectuur begrijpen. De basis is de grote borstspier, die van het sleutelbeen (clavicula) en het borstbeen (sternum) naar de bovenarm (humerus) loopt. De borst zelf ligt hier bovenop. Wat veel beeldhouwers vergeten, is dat de vorm direct wordt beïnvloed door de spanning in deze spier. Wanneer de arm wordt opgeheven, trekt de spier de borst omhoog en opzij. In de steen betekent dit dat je de vulling van de borst nooit los kunt zien van de actie van de arm. Ik leer je hoe je de fascia — het bindweefselvlies — suggereert dat alles met elkaar verbindt. Je hakt namelijk geen borst, je hakt de reactie van de borst op de houding van de torso.
In de praktijk zie ik vaak dat cursisten de borsten te hoog of te laag plaatsen omdat ze de ribbenkast eronder niet voelen. De anatomische logica is hier je ankerpunt: de borst rust op de vijfde en zesde rib (arcus costalis). Zonder die basis hebben je 'mandarijnpartjes' geen plek om te landen. Door de ruimte onder de borst subtiel uit te hollen, creëer je de negatieve ruimte en schaduw die nodig is om het volume echt te laten spreken. De welving aan de onderkant is immers niet rond; hij is licht afgeplat door de druk tegen de ribbenkast. Dat is het geheim voor realisme en gratie.
| De wetenschap van het 'zachte' weefsel Wetenschappelijk onderzoek naar de weefselstructuur laat zien dat de borst haar vorm behoudt door de ligamenten van Cooper. Deze dunne, peesachtige banden verbinden de klier met de huid en de spier. Bij een jonge figuur zijn deze strak, wat resulteert in een hoog en compact volume. Naarmate we ouder worden, verslappen deze banden. Als beeldhouwer gebruik je deze kennis om de vitaliteit van je figuur weer te geven. In marmer is het een enorme uitdaging om dit zachte effect te bereiken zonder dat de steen log oogt. Door de overgang naar de oksel (processus axillaris) te verfijnen, wek je de suggestie dat de borst een levend onderdeel is. De mandarijnpartjes-methode helpt je om deze complexiteit te vertalen naar hanteerbare volumes. Bij een liggende of voorovergebogen figuur verplaatst het volume zich naar onderen en buiten. De onderkant krijgt dan die specifieke, stevige curve: vol in het midden, maar taps toelopend naar de flanken. In mei |
Kunsthistorisch gezien is de borst een spiegel van het schoonheidsideaal. Waar de Renaissance vaak koos voor kleine, hooggeplaatste vormen, vieren we in de Barok bij meesters als Rubens juist de glorie van het volume. In onze masterclass bestuderen we de perfectie van Antonio Canova. Zijn beelden in marmer ogen zo zacht dat je de kou van de steen vergeet. We leren je hoe je door extreem fijn te polijsten in combinatie met een hele specifieke, matte afwerking in de dalen van de vorm, de suggestie van echte huid wekt. Het licht moet de steen binnendringen en zacht verstrooid worden, precies zoals bij de transparantie van albast.
| Het plateau en de verdwijnende lijn Een cruciaal punt dat vaak wordt vergeten, is het sleutelbeen-plateau. De borst begint namelijk bij de clavicula. De spiervezels trekken vanaf daar naar beneden. Als dit plateau te vlak is, vallen de borsten visueel van het lichaam af. De bovenkant van de borst is een zachte, holle tot vlakke curve die pas halverwege overgaat in de volle bolling. Dit vraagt om uiterst subtiele beitelvoering: het modelleren van de afwezigheid. Door materiaal weg te halen bij de hals, laat je de borstpartij visueel opstijgen. De techniek van volume zonder zwaarte zit hem in de randen en de verdwijnende lijn. Alleen aan de onderkant, de inframammaire plooi, zet je de beitel diep voor die krachtige schaduw. Aan de bovenkant laat je de lijnen 'faden'. We gebruiken hiervoor raspen met een zeer fijne vertanding uit de Samstone shop om de overgangen onzichtbaar te maken. Volume zit in de schaduw die je niet ziet, maar wel voelt. |
Alex ondersteunt dit proces met zijn enorme kennis van de structurele integriteit. Wanneer we diep uithollen voor de schaduw, komen we dicht bij de grens van wat de steen kan dragen. Door de anatomie slim te gebruiken en de spanning te verleggen naar de flanken (de latissimus dorsi), houden we het beeld structureel gezond terwijl het er vederlicht uitziet. In mei werken we met levende modellen om deze bewegende anatomie direct op de steen te vangen.
In ons atelier behandelen we de psychologie van de borstpartij met veel respect. Het staat symbool voor sensualiteit, maar ook voor kwetsbaarheid. Ik moedig je aan om de commerciële perfectie los te laten en te kijken naar de schoonheid van de natuurlijke asymmetrie. Die kleine verschillen in de mandarijnpartjes geven een beeld juist karakter.
Er is niets zo bevredigend als een hard blok marmer transformeren naar een vorm die eruitziet alsof je hem kunt indrukken. Het is de ultieme illusie. Tijdens de vijfdaagse masterclass in mei geven we je de tools om die sprong te maken. De borstpartij is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een landschap dat ontdekt wil worden.
Kom naar de Kenauweg en laat je inspireren door de oneindige subtiliteit van de menselijke vorm.
RSS-feed